---
title: "2 Samuel 4-6"
book: "2 Samuel"
book_slug: "2-samuel"
passage: "2 Samuel 4-6"
passage_en: "2 Samuel 4 - 6"
episode: 3
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/2-samuel/4-6.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-24"
duration: "PT1H9M2S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «2 Samuel 4-6», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# 2 Samuel 4-6

> David wordt koning over heel Israël

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt de moord op Isboseth en Davids weigering om de moordenaars van zijn rivaal te belonen. Hij volgt hoe David koning over alle stammen wordt, Jeruzalem verovert en met Gods hulp de Filistijnen verslaat. Bij het vervoer van de ark bespreekt hij Uzza’s dood en benadrukt hij dat Israël Gods voorschriften had moeten volgen; daarbij bekritiseert hij gemeenten die wereldse bedrijfsmodellen overnemen. Tot slot behandelt hij Davids uitbundige vreugde voor God en zijn antwoord op Michals verwijt dat hij zich onwaardig gedraagt.

## Hoofdstukken

1. [Joabs motieven voor de moord op Abner](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h1) — 0:02
2. [David distantieert zich van Joabs daad](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h2) — 3:02
3. [Isboseth verliest zijn sterke man](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h3) — 7:27
4. [Mefiboseth en de namen met Baäl en Boseth](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h4) — 9:57
5. [Isboseth vermoord, zijn moordenaars gestraft](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h5) — 15:41
6. [David wordt koning over heel Israël](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h6) — 19:33
7. [Jeruzalem als hoofdstad voor alle stammen](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h7) — 21:51
8. [Davids strijd tegen de Jebusieten](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h8) — 23:40
9. [De verovering van Sion en Joabs aandeel](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h9) — 26:36
10. [Davids paleis, vrouwen en kinderen](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h10) — 31:05
11. [De Filistijnen vallen het verenigde volk aan](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h11) — 33:20
12. [David verslaat de Filistijnen met Gods hulp](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h12) — 35:56
13. [Het einde van de Filistijnse overheersing](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h13) — 37:56
14. [Gods engelen gaan voor David uit](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h14) — 40:01
15. [Engelenlegers bij de val van Jeruzalem](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h15) — 42:34
16. [David wil de ark naar Jeruzalem brengen](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h16) — 46:56
17. [De feestelijke tocht met de ark op een wagen](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h17) — 49:48
18. [Gods oordeel over Uzza en het arkvervoer](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h18) — 51:56
19. [Gemeenten en de werkwijze van de wereld](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h19) — 54:16
20. [De ark bij Obed-Edom: van angst naar zegen](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h20) — 57:53
21. [De ark wordt gedragen, David danst](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h21) — 1:00:40
22. [Michal veracht Davids uitbundige vreugde](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h22) — 1:02:13
23. [David verdedigt zijn nederigheid voor God](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h23) — 1:04:09
24. [Michals kinderloosheid en Merabs zonen](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h24) — 1:06:58

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#p<n>.

### 1. Joabs motieven voor de moord op Abner

*0:02 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h1*

We zijn nu bij 2 Samuel hoofdstuk 4, en het laatste wat we lazen, was dat Joab, die onder Davids bewind nogal op eigen houtje handelt, Abner heeft gedood. Allereerst was dit vanuit Joabs gezichtspunt gerechtvaardigd vanwege zijn broer Asahel, die door Abner was gedood. Joab en Abisaï, de overgebleven broers van Asahel, wreekten de dood van hun broer door Abner te doden. Als hun hiernaar gevraagd was, zouden ze hun daad waarschijnlijk hebben gerechtvaardigd door te zeggen: ‘Wij zijn de bloedwrekers. Onze broer is gedood.’ Als zijn broers waren zij de wrekers van zijn bloed.

^p1

Het probleem was natuurlijk dat hun broer niet was vermoord. Hun broer was in de strijd gedood, en wel uit zelfverdediging. Abner vluchtte en Asahel achtervolgde hem in een oorlogssituatie. Als Asahel hem had ingehaald, zou hij hem zeker hebben gedood als hij dat kon. Dat was de bedoeling. Abner doodde hem uit zelfverdediging. Een man die op het slagveld sterft, is niet in koelen bloede vermoord, zeker niet als hij wordt gedood door de man die hij achtervolgt en probeert te doden. Er is niets aan Asahels dood waardoor die in de categorie van een gewone moord viel. Daarom zou de plicht van de bloedwreker in dit geval niet van toepassing zijn. Toch hebben Joab en Abisaï Abner gedood.

^p2

Ik heb geopperd dat Joabs motief misschien ook door ambitie werd gekleurd. Abner was namelijk de bevelhebber van de legers van Isboseth bij de noordelijke stammen en bracht meer dan 300.000 manschappen onder Davids gezag. Daarbij had David er ongetwijfeld mee ingestemd dat Abner het bevel over die manschappen zou blijven voeren. Abner was feitelijk de legeraanvoerder onder Isboseth, maar liep nu over naar David. Hij had een ontmoeting met David gehad om te onderhandelen over de voorwaarden van dit overlopen en van de samenvoeging van de twee verbonden van stammen. Joab, die tot dan toe bevelhebber van Davids legers was geweest, kon zien waar het naartoe ging. Abner zou de nieuwe opperbevelhebber worden. Abner zou de leiding over de legers overnemen en Joab verdringen. Maar daar stak Joab een stokje voor. Hij doodde Abner en stelde zo zijn positie veilig.

^p3

Je zou denken dat Joab hiervoor ter dood zou worden gebracht, en David zal dat ongetwijfeld hebben overwogen. Maar hij legt het uit in vers 39 van hoofdstuk 3. Hij legt het uit aan zijn eigen dienaren. David zegt:

^p4

> Maar ik ben heden zwak, hoewel gezalfd tot koning. Deze mannen, de zonen van Zeruja, zijn echter harder dan ik. Moge de HEERE de kwaaddoener vergelden naar zijn kwaad!
>
> — 2 Samuel 3:39

^p5

Daarmee bedoelt hij Joab en Abisaï.

^p6

### 2. David distantieert zich van Joabs daad

*3:02 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h2*

Een van de problemen die Abners dood voor David veroorzaakte, was dat het iets leek wat tot meer moeilijkheden tussen David en het noordelijke koninkrijk kon leiden. Abner was tenslotte formeel een boodschapper van Isboseth. Hij was de aanvoerder van Isboseths legers. Isboseth was de rivaliserende koning in het noorden, en David was koning over Juda in het zuiden. Als David Abner als gast in zijn huis ontving en hem vervolgens doodde, of hem door Joab liet doden, zou dat op groot verraad van Davids kant lijken.

^p7

David had er niets mee te maken en keurde het zelfs niet eens goed. David was er niet bij betrokken, maar voor de mensen uit het noordelijke koninkrijk zou het daar niet op lijken. Het zou op een hinderlaag lijken: David had Abner naar het zuiden gelokt met beloften van onderhandelingen en hem vervolgens laten doden. Hierdoor zou David niet alleen verraderlijk overkomen, maar het zou er zeker ook voor zorgen dat de mensen uit het noorden David niet als hun koning zouden willen.

^p8

Dus Abners dood was iets waarover David in het openbaar op grootse wijze moest rouwen. Dat deed hij, op zeer grootse wijze. Hij dichtte een klaagzang over Abner. Hij liep achter Abners doodskist aan in een begrafenisstoet en begroef hem met staatsie en eerbetoon. David sprak een vloek uit over Joab omdat hij deze daad had gepleegd.

^p9

Dit kan David bij Joab niet geliefd hebben gemaakt, en omgekeerd ook niet. Toch werkten David en Joab vanaf dit moment nog ongeveer 33 jaar samen, waarbij Joab de aanvoerder van Davids legers bleef. Joab deed nog andere dingen die David mishaagden. Politiek gezien was Joab eigenlijk waarschijnlijk wijzer dan David. David wilde bijvoorbeeld niet dat Absalom werd gedood, omdat hij zijn zoon was. Joab doodde hem toch. Joab wist dat Davids sentimentaliteit slecht voor het koninkrijk zou zijn als Absalom in leven mocht blijven. Hij is een opstandeling. Hij is iemand die mensen tegen David zal aanvoeren. Door David te mishagen deed Joab iets wat politiek gezien verstandiger was.

^p10

Toen David het volk telde, natuurlijk — we zijn nog niet bij deze verhalen aangekomen, maar toen David het volk wilde tellen — maakte Joab bezwaar, omdat hij wist dat het verkeerd was. David stond erop, dus deed Joab het, maar zonder enig enthousiasme, zegt de Bijbel. Hij maakte het werk niet eens af. Soms lijkt Joab gelijk te hebben gehad wanneer David ongelijk had.

^p11

Het is zelfs mogelijk dat Joab de plannen van Abner juist had ingeschat. Joab zei tegen David dat Abner was gekomen om het land te verkennen en dat hij geen goede bedoelingen had. Ik denk dat Joab het daarin mis had. Maar Joab en David werkten elkaar hier en ook later soms tegen. Tegen de tijd dat David stierf, gaf hij zijn zoon Salomo natuurlijk opdracht om Joab te doden. Iets waarvoor David zelf het lef niet had, of waarvoor hij meende niet in de juiste positie te zijn. Maar Salomo zou wel in die positie zijn. Dus uiteindelijk haalde Joab zich in ernstige mate Davids ongenoegen op de hals. Hoe ontstemd David bij deze gelegenheid was, is moeilijk te zeggen. Waarschijnlijk was hij ontstemd omdat Joabs optreden Davids politieke positie tegenover het noordelijke koninkrijk in gevaar had gebracht. David moest dus extra moeite doen om bekend te maken dat hij verdriet had om Abner, dat hij niet had gewild dat dit zou gebeuren en dat hij niet goedkeurde wat Joab had gedaan. Maar dat moet zeker op de een of andere manier een wig tussen Joab en David hebben gedreven. Als de koning zijn generaal Joab publiekelijk veroordeelde, kon dat hun verhouding tenslotte niet ten goede komen.

^p12

Ze waren volle neven. Zeruja, de moeder van Joab, was de zus van Davids vader. Joab en David waren dus volle neven. Maar hierna hadden ze wel een gespannen verhouding, hoewel ze gedurende de rest van Davids regering samenwerkten. Joab bleef hem trouw, zelfs toen er een opstand was. Zelfs toen Absalom in opstand kwam en veel van Davids mensen naar Absalom overliepen, bleef Joab bij David en bestreed hij voor hem zijn vijanden.

^p13

### 3. Isboseth verliest zijn sterke man

*7:27 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h3*

> Toen de zoon van Saul hoorde dat Abner in Hebron gestorven was, verloor hij de moed en heel Israël werd door schrik overmand.
>
> — 2 Samuel 4:1

^p14

Abner was de sterke man van de regering in het noorden geweest. Isboseth was de zwakke, onbekwame heerser en was volkomen geïntimideerd door zijn generaal, volkomen geïntimideerd door Abner. Abner had zelfs een soort poging gedaan om Isboseth te vervangen door met Sauls bijvrouw te slapen. Dat was eerder een politieke daad dan een daad uit hartstocht. Ik zeg niet dat er geen hartstocht bij betrokken was, maar nogmaals, Abner kon slapen met wie hij maar wilde. Hij was de generaal over alle legers. Hij hoefde niet met juist die vrouw te slapen. Met de bijvrouw van de vorige koning slapen was een politiek signaal. Daarmee zei hij in feite: ‘Ik neem nu de plaats van de vorige koning in.’

^p15

Isboseth had Abner daarop aangesproken. Abner was boos geworden omdat hij daarop werd aangesproken en had gezegd:

^p16

> [9] God mag zó met Abner doen, ja, Hij mag nog veel erger met hem doen ! Voorzeker, zoals de HEERE aan David gezworen heeft, voorzeker, zo zal ik voor hem doen, [10] door het koningschap van het huis van Saul weg te nemen, en door de troon van David te vestigen over Israël en Juda, van Dan tot Berseba toe!
>
> — 2 Samuel 3:9-10

^p17

Daarom was Abner daarheen gegaan en was hij daar door Joab gedood. Nu heeft Isboseth het dus overleefd en is hij nog steeds koning, maar hij heeft Abner niet meer. Er is beslist een machtsvacuüm, want Isboseth weet niet hoe hij moet regeren.

^p18

> [2] De zoon van Saul had twee mannen in dienst , oversten van benden: de naam van de een was Baëna en de naam van de ander was Rechab, zonen van Rimmon, uit Beëroth, van de Benjaminieten — want ook Beëroth werd tot Benjamin gerekend. [3] De Beërothieten waren naar Gitthaïm gevlucht. Zij verblijven daar als vreemdelingen tot op deze dag.
>
> — 2 Samuel 4:2-3

^p19

Ik weet niet waarom de Beërothieten gevlucht zijn. Het is mogelijk dat ze Benjaminieten waren die niet op goede voet stonden met de familie van Saul, die ook Benjaminieten waren. Saul en Isboseth waren Benjaminieten, en deze mensen behoorden tot dezelfde stam. Maar blijkbaar waren ze vervreemd van de rest van het volk, misschien van de rest van de stam. Daarom waren ze niet zo trouw aan Saul en Isboseth als je van de stamgenoten van Benjamin zou verwachten. Deze mannen waren dat zeker niet.

^p20

### 4. Mefiboseth en de namen met Baäl en Boseth

*9:57 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h4*

> Jonathan, de zoon van Saul, had een zoon die aan beide voeten verlamd was. Hij was vijf jaar oud toen het bericht over Saul en Jonathan uit Jizreël kwam. Zijn voedster had hem opgepakt en was gevlucht, maar toen zij haastig op de vlucht sloeg, gebeurde het dat hij viel en kreupel werd. Zijn naam was Mefiboseth.
>
> — 2 Samuel 4:4

^p21

Blijkbaar dacht de verzorgster die voor Jonathans zoon zorgde, toen Saul en Jonathan stierven, dat de Filistijnen hun voordeel zouden uitbuiten en zouden komen om de hele koninklijke familie uit te roeien. Mefiboseth, deze zoon die toen vijf jaar oud was, liep gevaar. Dus probeerde zijn verzorgster hem te redden. Toen ze dat haastig probeerde te doen, struikelde ze.

^p22

Hij had ernstig letsel aan zijn voeten opgelopen, waarvan hij nooit herstelde. Zijn naam was dus Mefiboseth.

^p23

Mefiboseth wordt eigenlijk ook Merib-Baäl genoemd. In 1 Kronieken 8:34. Ik moet erop wijzen — dat heb ik eerder niet gedaan — dat zowel Isboseth als Mefiboseth de term ‘boseth’ aan het einde van hun naam hebben. Isboseth en Mefiboseth heetten in werkelijkheid Isbaäl en Mefib-Baäl, zoals het boek Kronieken ons vertelt. Deze mannen worden in het boek Kronieken Isbaäl en Mefib-Baäl genoemd. Maar in Samuel worden ze Isboseth en Mefiboseth genoemd.

^p24

‘Boseth’ is het Hebreeuwse woord dat ‘schande’ of ‘schandelijk iets’ betekent. Hun namen hadden op die plaats eigenlijk het woord ‘baäl’. Isbaäl betekent ‘een man van Baäl’. ‘Is’ is het Hebreeuwse woord voor ‘man’. Isbaäl betekent ‘een man van Baäl’. Maar het woord ‘baäl’ was het algemene woord voor ‘heer’. Er waren twee Hebreeuwse woorden voor ‘heer’. Het ene was ‘Adonai’ en het andere was ‘Baäl’. Vaak konden ze zelfs als ze over Jahweh spraken en Hem Heere noemden, Hem Baäl noemen, omdat dat gewoon het alledaagse woord voor ‘heer’ was. De naam Isbaäl kan dus eigenlijk ‘man van de Heere’ of ‘de man van de Heere’ hebben betekend.

^p25

Namen waaraan in die tijd het woord ‘baäl’ was verbonden, hielden niet noodzakelijk verband met de valse god Baäl. Ze bevatten in het Hebreeuws eenvoudigweg de term ‘heer’. Maar later in de geschiedenis van Israël werd Baäl algemeen als een onaanvaardbare term beschouwd, omdat de heidenen een god vereerden die Baäl heette, ofwel ‘heer’. De heidense heer Baäl was een valse god die Israël soms vereerde en daarmee ontrouw werd. Daardoor kreeg het woord Baäl alleen nog maar een negatieve gevoelswaarde en werd het uitsluitend gezien als een verwijzing naar deze valse god van de heidenen. En dus maakten latere generaties bezwaar tegen de namen Ish-baal en Mephib-baal. Daarom gingen ze hen Ish-bosheth noemen, wat ‘schandelijk iets’ betekent, en Mefiboseth, wat ‘schandelijk iets’ betekent. Het woord Baäl werd vervangen door ‘schandelijk iets’ om afkeer uit te drukken van de verering van Baäl en van Baäl zelf. Kronieken behoudt hun oorspronkelijke namen, Ish-baal en Mephib-baal, omdat Kronieken door priesters is geschreven. En de priesters waren niet zo gevoelig voor zulke dingen als de profeten. De profeten waren degenen die de verering van Baäl en de verering van afgoden veroordeelden. Samuel en Koningen zijn door profeten geschreven. Kronieken is door priesters geschreven. Blijkbaar waren de priesters er niet zo gevoelig voor dat de naam Baäl werd gebruikt als onderdeel van de namen van deze mensen, aangezien dat hun echte namen waren. Maar de profeten die deze boeken schreven, haatten de naam Baäl en hadden ongetwijfeld een groot deel van hun loopbaan besteed aan het veroordelen van de verering van Baäl. Dus wanneer ze naar deze mannen verwezen, vervingen ze het woord Baäl in hun namen door ‘schandelijk iets’, bosheth.

^p26

Dat verklaart waarom dat verschil er is. Bosheth betekent ‘schandelijk iets’. Deze mannen werden tijdens hun leven niet werkelijk Ish-bosheth en Mephib-bosheth genoemd. Dat wil zeggen: de koning werd tijdens zijn leven niet ‘man van een schandelijk iets’ genoemd. Hij werd ‘man van de Heere’ genoemd. Maar omdat Baäl later in het vrome taalgebruik van de Joden werd vervangen door bosheth, zijn de namen in deze verslagen zo aan ons overgeleverd.

^p27

Mefiboseth was een kleinzoon van Saul, de overlevende zoon van Jonathan. David wist blijkbaar niet van zijn bestaan. Het is mogelijk dat hij geboren werd nadat David en Jonathan uit elkaar waren gegaan. Sterker nog, dat was zeker zo, want hij was pas vijf jaar oud toen Jonathan werd gedood. David was op dat moment waarschijnlijk al minstens tien jaar van Saul en Jonathan gescheiden. David kende Mefiboseth dus blijkbaar niet echt. Pas later hoorde David van hem en koos hij ervoor hem eer te bewijzen. Maar hier wordt ons over hem verteld, zodat we, nu we op het punt staan over de moord op Isboseth te lezen, zouden weten dat dit niet werkelijk het definitieve einde van Sauls geslachtslijn was. Er was nog iemand. Er was een kleinzoon die zich op de achtergrond hield uit angst vermoord te worden. En hij was kreupel.

^p28

### 5. Isboseth vermoord, zijn moordenaars gestraft

*15:41 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h5*

> [5] De zonen van Rimmon, uit Beëroth, Rechab en Baëna, gingen op weg en kwamen in het huis van Isboseth, toen de dag heet geworden was. Hij lag die middag op bed. [6] Zij kwamen tot midden in het huis alsof ze tarwe kwamen halen, en staken hem in de buik. Vervolgens ontkwamen Rechab en zijn broer Baëna.
>
> — 2 Samuel 4:5-6

^p29

Het lijkt erop dat zijn koninkrijk na de dood van Abner zo ongeorganiseerd was dat hij niet eens lijfwachten had. Daar ligt hij, de koning, en deze dienaren konden zomaar met een mes de kamer binnenlopen en hem neersteken. Hij had op dat moment beslist geen georganiseerde politie of legermacht. Alles was blijkbaar in wanorde doordat hun generaal er niet meer was. Dus konden deze twee mannen hem doden en vertrekken zonder gepakt te worden.

^p30

> [7] Zij kwamen dus in huis toen hij in zijn slaapkamer op zijn bed lag, staken hem dood en hakten zijn hoofd af. Zij namen zijn hoofd mee en liepen de hele nacht door over de weg door de Vlakte. [8] Zij brachten het hoofd van Isboseth naar David in Hebron en zeiden tegen de koning: Zie, hier is het hoofd van Isboseth, de zoon van Saul, uw vijand, die u naar het leven stond. Zo heeft de HEERE mijn heer de koning op deze dag gewroken op Saul en op zijn nageslacht.
>
> — 2 Samuel 4:7-8

^p31

Deze mannen leken natuurlijk heel sterk op de Amalekiet die David het nieuws van de dood van Saul en Jonathan bracht en zichzelf de eer toeschreef Saul te hebben gedood. Ze schatten Davids houding tegenover zijn vijanden volkomen verkeerd in. Het is waar dat Saul werkelijk een vijand van David was geweest, maar David was niet vijandig tegenover hem geweest en had hem als de gezalfde van de Heere gezien. Nog minder was hij vijandig tegenover Isboseth. Isboseth had niets verkeerd gedaan. Het was niet zijn schuld dat hij Sauls zoon was en dat hij aan de macht was gebracht, al was hij een rivaal van David om het gezag over het volk. Maar David had nooit iets op Isboseth persoonlijk aan te merken gehad. Dus dachten deze mannen ten onrechte dat David hen zou feliciteren en belonen omdat ze iemand hadden gedood die zij als zijn vijand beschouwden.

^p32

> [9] Maar David antwoordde Rechab en zijn broer Baëna, de zonen van Rimmon, uit Beëroth en zei tegen hen: Zo waar de HEERE leeft, Die mijn leven uit alle nood verlost heeft, [10] voorwaar, hij die mij vertelde: Zie, Saul is dood, hem heb ik gegrepen en in Ziklag gedood, hoewel hij in eigen oog iemand was die een goede boodschap bracht, en dacht dat ik hem een bodeloon zou geven. [11] Hoeveel te meer nu goddeloze mannen een rechtvaardig man in zijn huis op zijn slaapplaats hebben gedood! Nu dan, zou ik zijn bloed niet van uw handen afeisen en u van de aarde wegdoen? [12] Toen gaf David zijn knechten bevel en zij doodden hen. Zij hakten hun handen en hun voeten af en hingen hen op bij de vijver in Hebron. Het hoofd van Isboseth namen zij echter mee en begroeven het in het graf van Abner in Hebron.
>
> — 2 Samuel 4:9-12

^p33

Hun misdadige handen die de daad hadden gepleegd.

^p34

Dus hij gaf het hoofd van Isboseth een eervolle begrafenis bij Abner, daar in Davids hoofdstad. Door het in Hebron te begraven, op dat moment Davids hoofdstad, in plaats van het terug te sturen om het in Gibea of ergens anders te laten begraven, zei David eigenlijk: ‘Ik ben solidair met deze mensen. Ik geef hun een eervolle begraafplaats in mijn eigen hoofdstad.’ En dus had David nu natuurlijk geen rivalen voor de troon meer: geen militaire rivaal in Abner en geen politieke rivaal in Isboseth. Er bleef voor de tien stammen in het noorden dus weinig anders over dan te komen en David koning te maken.

^p35

### 6. David wordt koning over heel Israël

*19:33 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h6*

Dus in hoofdstuk 5:

^p36

> Toen kwamen alle stammen van Israël naar David in Hebron en zeiden: Zie, wij zijn uw beenderen en uw vlees.
>
> — 2 Samuel 5:1

^p37

Zo ineens. We hebben ons zeven en een half jaar tegen je verzet terwijl je in Juda regeerde, en we hebben Isboseth gevolgd, maar plotseling beseffen we dat we familie van je zijn. We hebben die openbaring net gekregen.

^p38

> Al eerder, toen Saul koning over ons was, was ú het die Israël liet uitgaan en ingaan. Ook heeft de HEERE tegen u gezegd: Ú zult Mijn volk Israël weiden en ú zult tot vorst zijn over Israël.
>
> — 2 Samuel 5:2

^p39

Nou, als ze dat wisten, waarom hadden ze zich daar dan al die tijd tegen verzet? Het klinkt alsof ze zichzelf veroordelen voor wat ze verkeerd hebben gedaan. God zei dat jij de koning van Israël zou zijn, maar wij volgden in plaats daarvan die andere kerel.

^p40

> Zo kwamen alle oudsten van Israël bij de koning in Hebron. En koning David sloot met hen in Hebron een verbond voor het aangezicht van de HEERE, en zij zalfden David tot koning over Israël.
>
> — 2 Samuel 5:3

^p41

Dit is de derde keer dat hij gezalfd wordt. De eerste keer was in besloten kring, in het huis van zijn eigen vader, door Samuel. Daarna werd hij in Hebron gezalfd, zeven en een half jaar hiervoor. En nu wordt hij gezalfd tot koning over het hele volk.

^p42

> Dertig jaar oud was David toen hij koning werd; veertig jaar heeft hij geregeerd.
>
> — 2 Samuel 5:4

^p43

Nu, ik geloof dat dit slaat op het moment waarop hij over Juda begon te regeren, niet op dit moment. Zijn totale regering over Juda, want er staat dat hij veertig jaar regeerde, maar dat wordt uitgesplitst.

^p44

> Te Hebron regeerde hij zeven jaar en zes maanden over Juda, en in Jeruzalem regeerde hij drieëndertig jaar over heel Israël en Juda.
>
> — 2 Samuel 5:5

^p45

Dat is vóór dit moment. Over Jeruzalem hebben we nog niet gelezen. Hij moet die stad eerst veroveren, maar daar gaan we zo meteen over lezen. Toen hij Jeruzalem eenmaal had veroverd en daar regeerde met die stad als zijn hoofdstad, regeerde hij nog eens drieëndertig jaar over heel Israël en Juda. Hij regeerde dus letterlijk veertig jaar en zes maanden.

^p46

### 7. Jeruzalem als hoofdstad voor alle stammen

*21:51 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h7*

> De koning trok met zijn mannen op naar Jeruzalem, tegen de Jebusieten, die in dat land woonden. Zij zeiden tegen David: U komt hier niet binnen, want zelfs de blinden en de kreupelen zullen u terugdrijven. Dat wil zeggen: David komt hier niet binnen.
>
> — 2 Samuel 5:6

^p47

Ze waren er behoorlijk zeker van dat hij niet door hun muren heen zou komen. Als Jeruzalem een gemakkelijk te veroveren stad was geweest, zou die al lang geleden veroverd zijn. In de dagen van Jozua wist de stad Israël met succes te weerstaan. Terwijl Jozua alle andere steden in de omgeving verwoestte, konden ze Jeruzalem niet verslaan. Ook wordt ons in het boek Richteren verteld dat noch Juda noch Benjamin Jeruzalem kon veroveren.

^p48

Jeruzalem lag op de grens tussen Juda en Benjamin. De stad werd eigenlijk door beide stammen gedeeld. Het was een beetje zoals Washington, D.C. De stad was niet echt het bezit van één bepaalde stam. Washington, D.C. hoort bij geen enkele staat. Het is een soort eigen rechtsgebied. Jeruzalem was voor David een heel goede keuze als hoofdstad, omdat die dan niet in het grondgebied van één bepaalde stam zou liggen. De stad ligt als het ware deels op Benjaminitisch en deels op Judees grondgebied. En dat is interessant, want de vorige dynastie was Benjaminitisch en de nieuwe dynastie was Judees. In zekere zin zou zijn hoofdstad dus in beide gebieden liggen. Het zou niet uitsluitend een zuidelijke stad of een noordelijke stad zijn. De stad lag precies in het midden.

^p49

Zoals we zullen zien, werd Jeruzalem het persoonlijke bezit van David. Het werd de stad van David en was niet echt het bezit van één bepaalde stam, maar van zijn eigen familie, zoals we zullen zien.

^p50

### 8. Davids strijd tegen de Jebusieten

*23:40 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h8*

Nu was de stad Jeruzalem moeilijk te veroveren. De mensen die er woonden, werden Jebusieten genoemd, en het waren Kanaänieten. Ze zaten daar al honderden jaren, sinds de tijd van Jozua, en waren daar gebleven in weerwil van Israël. Want Israël had hen moeten verdrijven, samen met de andere Kanaänitische steden, maar was daar steeds niet in geslaagd.

^p51

David was opgegroeid in Bethlehem, op tien kilometer van Jeruzalem, en had schapen gehoed. Waarschijnlijk was hij bij het zoeken naar weidegrond soms zo ver van huis gekomen dat hij als jongen Jeruzalem vaak had zien liggen. David was een vurige patriot voor Israël en voor de God van Israël. Ongetwijfeld had het hem altijd geërgerd dat Jeruzalem daar stond als een monument van verzet tegen Israël en tegen de HEERE. Deze heidense stad hoorde daar niet te zijn. Er hoorde geen heidense stad midden in het Beloofde Land te liggen.

^p52

Ik vermoed dat David zijn hele jeugd heeft gewenst dat hij die stad kon veroveren en de Kanaänieten eens en voor altijd kon verdrijven. En één reden waarom ik dat zeg, is dat we lezen dat David, toen hij Goliath had gedood, het hoofd van Goliath naar Jeruzalem bracht. Nu betwijfel ik of hij het de stad in heeft gebracht, want in die vroege tijd zou David geen toegang tot Jeruzalem hebben gehad. Het was een Kanaänitische stad. Ik denk dat hij het waarschijnlijk meenam om het buiten de muren van Jeruzalem te laten zien, ermee rond te zwaaien en eigenlijk te zeggen: ‘Zien jullie deze reus die ik heb gedood? Jullie zijn de volgenden. Jullie gaan eraan.’ En ik weet niet zeker of David dat ermee bedoelde, maar we hebben geen ander antwoord op de vraag waarom hij het hoofd van Goliath naar Jeruzalem zou hebben gebracht. Maar dat hij dit deed, kan heel goed al zijn voornemen hebben weerspiegeld om die stad ooit, wanneer hij aan de macht was, ten val te brengen. Nu is hij voor het eerst aan de macht. Hij was al aan de macht over Juda, maar Jeruzalem ligt strikt genomen niet op Judees grondgebied. Nu is hij heerser over Benjamin en Juda. Hij is zelfs heerser over alle twaalf stammen. Zijn eerste daad is te doen wat waarschijnlijk zijn levenslange droom was: Jeruzalem ontdoen van zijn heidense Kanaänitische inwoners.

^p53

Ze zagen hem aankomen, maar omdat niemand hen eerder had kunnen overwinnen, waren ze er zeker van dat hij dat ook niet kon. Ze zeiden:

^p54

David kan hier niet binnenkomen.

^p55

Dus dreven ze de spot met hem en zeiden:

^p56

Onze mensen met een beperking kunnen je tegenhouden. Zelfs de blinden en de lammen van Jeruzalem kunnen je tegenhouden.

^p57

Dat wil zeggen: we hoeven niet eens onze beste mannen op de muur te zetten. We kunnen onze blinden op de muur zetten en je nog verslaan. Je kunt ons niet overwinnen. Zelfs de zwaksten van onze strijders kunnen voorkomen dat je ons overwint.

^p58

### 9. De verovering van Sion en Joabs aandeel

*26:36 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h9*

> David nam echter de vesting Sion, dat is de stad van David, in.
>
> — 2 Samuel 5:7

^p59

Dat is Jeruzalem.

^p60

> David zei namelijk op die dag: Ieder die de Jebusieten wil verslaan, moet de watergang zien te bereiken. En wat die kreupelen en die blinden betreft, David haat ze met heel zijn ziel. Daarom zegt men wel : Een blinde of kreupele zal niet in het huis komen.
>
> — 2 Samuel 5:8

^p61

Wanneer hij zegt dat de blinden en de kreupelen door Davids ziel worden gehaat, zegt hij niet dat hij iets bijzonders tegen mensen met een beperking heeft. Sommige geleerden geloven dat de Jebusieten letterlijk de blinden en de kreupelen op de muur zetten om David te bespotten en te zeggen: ‘Hier zijn ze. Zij zullen je verslaan.’ En hij zegt: ‘Goed, dan zijn dat degenen op wie ik het gemunt heb. Ik haat hen. Ik ga hen vernietigen, die blinden en kreupelen die daar proberen ons tegen te houden.’ Hij zegt dat hij degene die Jeruzalem overwint tot opperbevelhebber zal maken. [Noot van de vertaler: De Engelse vertaling die de spreker hier volgt, bevat deze belofte in 2 Samuel 5:8. In het hierboven aangehaalde vers ontbreekt die; de belofte staat wel in 1 Kronieken 11:6, dat hieronder wordt aangehaald.]

^p62

Er staat:

^p63

wie via de waterschacht omhoog klimt en de Jebusieten verslaat.

^p64

De meesten denken dat de waterschacht in feite een toegang tot de stad is waarvan de Jebusieten nooit hadden gedacht dat iemand erdoor zou binnendringen. Er is inderdaad binnen de stad een verticale schacht van ongeveer twaalf meter diep, met onderin water. Die kreeg water uit een bron buiten de stad. Omdat het een verticale schacht van twaalf meter diep is, en degenen die erdoor naar binnen wilden misschien eerst een eind onder water moesten zwemmen om er zelfs maar te komen, hadden de Jebusieten nooit gedroomd dat iemand langs die weg zou komen. De meesten geloven dat Joab, die op dit aanbod inging en de positie verwierf, en zijn soldaten inderdaad langs die weg omhoogkwamen. Zo verrasten ze de Jebusieten en versloegen ze hen.

^p65

Niet iedereen is het daarmee eens, want de term ‘waterschacht’ is in het Hebreeuws wat dubbelzinnig. De Hebreeuwse letters zouden anders van klinkertekens kunnen worden voorzien. De klinkertekens zouden iets anders geplaatst kunnen worden, en dan zou er in plaats van het woord ‘waterschacht’ het woord ‘haak’ kunnen staan, zoals een enterhaak. Als hij zegt: ‘Wie met de haak omhoog klimt’, kan dat betekenen dat iemand een touw met een haak eraan omhooggooit en zo de muur beklimt. Het is niet helemaal duidelijk, en geleerden zijn het hierover niet eens.

^p66

Maar het lijkt waarschijnlijker dat ze de stad konden verrassen door via een waterschacht omhoog te komen dan door de muur met een enterhaak te beklimmen. Want het zou voor de mensen op de muur gemakkelijk genoeg zijn om het touw door te snijden wanneer je daarmee tegen de muur omhoogklimt. Tenzij ze het ’s nachts deden of wanneer ze niet gezien werden. En tenslotte, als het de blinden zijn die de stad bewaken, zou het je misschien kunnen lukken. Hoe dan ook, we lezen dat dit is wat er gebeurde.

^p67

> Zo ging David in de vesting wonen en hij noemde die: Stad van David. David bouwde rondom een muur , vanaf de Millo naar de binnenzijde.
>
> — 2 Samuel 5:9

^p68

Millo was een van de wijken van Jeruzalem.

^p69

> David nam gaandeweg toe in aanzien, want de HEERE, de God van de legermachten, was met hem.
>
> — 2 Samuel 5:10

^p70

Als ik zeg dat Joab dit deed, zeg ik dat omdat ons dat in Kronieken wordt verteld. Zijn rol hierin wordt hier in 2 Samuel niet genoemd. Maar in 1 Kronieken, hoofdstuk 11, vers 4 staat:

^p71

> [4] David trok met heel Israël op naar Jeruzalem, dat is Jebus, want daar waren de Jebusieten, de inwoners van dat land. [5] Toen zeiden de inwoners van Jebus tegen David: U komt hier niet binnen! David nam echter de vesting Sion, dat is de stad van David, in. [6] David zei namelijk: Al wie de Jebusieten de eerste slag toebrengt, zal hoofd en bevelhebber worden. Toen klom Joab, de zoon van Zeruja, het eerst naar boven en werd hij hoofd.
>
> — 1 Kronieken 11:4-6

^p72

Joab is dus degene die de stad veroverde. We hebben die aanvullende informatie, die ons in 2 Samuel niet wordt gegeven. Nu terug naar 2 Samuel 5, vers 11:

^p73

### 10. Davids paleis, vrouwen en kinderen

*31:05 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h10*

> [11] Hiram, de koning van Tyrus, stuurde boden naar David, met cederhout, timmerlieden en metselaars; zij bouwden een huis voor David. [12] David besefte dat de HEERE hem tot koning over Israël bevestigd had en dat Hij zijn koningschap verheven had ter wille van Zijn volk Israël. [13] David nam nog meer bijvrouwen en vrouwen uit Jeruzalem, nadat hij uit Hebron gekomen was, en bij David werden nog meer zonen en dochters geboren.
>
> — 2 Samuel 5:11-13

^p74

We hebben eerder over zes vrouwen gelezen, zeven als je de terugkeer van Michal meetelt. Toen David in Hebron was, had hij zes vrouwen en blijkbaar zes zonen, één bij elke vrouw. Toen kreeg hij bij zijn onderhandelingen met Abner om het koninkrijk te verenigen, Michal terug als onderhandelingsmiddel. Saul had haar van David afgenomen en aan een andere man gegeven. En Isboseth eiste dat ze naar David terugkeerde. Hij had nu dus zeven vrouwen, en nu neemt hij er nog meer bijvrouwen en vrouwen bij. Het aantal wordt niet gegeven. We weten dat Bathseba een van hen was, al hebben we dat verhaal nog niet gelezen. We kennen dus de namen van acht van Davids vrouwen, maar het waren er duidelijk meer. Want Bathseba is de enige vrouw die we bij naam kennen die hij in Jeruzalem tot vrouw nam. Toch wordt ons in het meervoud verteld dat hij andere bijvrouwen en vrouwen nam toen hij in Jeruzalem was.

^p75

> [14] Dit zijn de namen van hen die bij hem in Jeruzalem geboren zijn: Sammua, Sobab, Nathan, Salomo, [15] Jibchar, Elisua, Nefeg, Jafia, [16] Elisama, Eljada en Elifelet.
>
> — 2 Samuel 5:14-16

^p76

We kunnen zien dat deze namen niet in chronologische volgorde worden genoemd. Ze werden blijkbaar geboren in de loop van de drieëndertig jaar dat hij vanuit die stad regeerde, want we zien Salomo staan. Salomo was natuurlijk op dit moment nog niet geboren. Hij was de zoon van Bathseba, wier verhaal we pas veel later lezen. We krijgen dus een overzicht: in de jaren dat hij in Jeruzalem woonde, werden deze zonen nog aan hem geboren, naast degenen over wie we al eerder hadden gelezen.

^p77

### 11. De Filistijnen vallen het verenigde volk aan

*33:20 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h11*

> Toen de Filistijnen hoorden dat zij David tot koning over Israël gezalfd hadden, trokken alle Filistijnen op om David te zoeken. Toen David dat hoorde, daalde hij af naar de vesting.
>
> — 2 Samuel 5:17

^p78

Wat is hier aan de hand? Toen David koning over Juda was gemaakt, kon het de Filistijnen blijkbaar niets schelen. Misschien beschouwden ze het zelfs als iets wat in hun voordeel was. Want zolang de stammen van Israël verdeeld waren, zouden ze voor de Filistijnen geen zo geduchte bedreiging vormen als wanneer ze verenigd waren. Zolang er rivaliteit was tussen David en Isboseth, zou immers veel van de energie en militaire kracht van Israël erop gericht zijn zich tegen elkaar te beschermen, enzovoort. En de Filistijnen zouden hun macht behouden zonder dat die ernstig werd bedreigd. Dat David koning over Juda werd, heeft de Filistijnen dus waarschijnlijk niet verrast of verontrust. Hij regeerde daar in Hebron zevenenhalf jaar zonder enige tegenstand.

^p79

Maar zodra het volk onder David verenigd was, beseften de Filistijnen: ‘Deze ontwikkeling is niet goed. Deze mensen over wie wij hebben geheerst, die die zwakke Isboseth als heerser hadden, hebben nu die sterke David als heerser. We kunnen maar beter toeslaan voordat David alles op orde heeft. We kunnen David maar beter niet zijn macht laten verstevigen, want dan verliezen we echt onze positie boven Israël.’ Het beviel hun niet dat David nu over het hele koninkrijk regeerde, dus besloten ze aan te vallen.

^p80

Er staat dat David naar de vesting afdaalde. Dit is het gebied waar David met zijn zeshonderd mannen had verbleven toen Saul hem achtervolgde. Met andere woorden, hij bleef niet gewoon in Jeruzalem wachten tot de Filistijnen aankwamen. Hij trok eropuit om hen te onderscheppen en hield zich ongetwijfeld met zijn mannen in de grotten verborgen om hen in een hinderlaag te lokken. Zoals je weet, is dit het gebied waar hij als balling had gewoond. Het lijkt erop dat hij persoonlijk met zijn troepen naar dit gebied afdaalt. Of misschien betekent de uitspraak dat David daarheen afdaalde dat zijn legers dat deden, want wat zijn legers deden, gold als zijn handelen. Bedenk dat Joab in die jaren ook bij David was geweest, toen ze zich in de vesting voor Saul hadden verborgen. Het is dus niet heel belangrijk om vast te stellen of het David en Joab waren, of alleen Joab die de legers aanvoerde. Maar het punt is dat ze niet gewoon op de komst van de Filistijnen wachtten. Ze trokken eropuit om hen te onderscheppen, hen te verrassen en hen daar in een hinderlaag te lokken.

^p81

### 12. David verslaat de Filistijnen met Gods hulp

*35:56 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h12*

> [18] De Filistijnen kwamen en verspreidden zich in het dal Refaïm. [19] David vroeg de HEERE: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen? Zult U hen in mijn hand geven? En de HEERE zei tegen David: Trek op, want Ik zal de Filistijnen zeker in uw hand geven.
>
> — 2 Samuel 5:18-19

^p82

God zegt: ‘Dat denk Ik wel, zonder twijfel. Ja, zonder twijfel zal Ik dat doen. Ja, Ik denk dat Ik dat zal doen. Dus ga je gang.’

^p83

> Toen kwam David in Baäl-Perazim. David versloeg hen daar en zei: De HEERE is voor mij uit door mijn vijanden heen gebroken als een doorbraak van water. Daarom gaf hij die plaats de naam Baäl-Perazim.
>
> — 2 Samuel 5:20

^p84

Dat betekent ‘meester van de doorbraken’. Nogmaals, Baäl betekent ‘meester’. In dit geval is het geen verwijzing naar de valse god die Baäl heet, maar gewoon de gebruikelijke term voor meester.

^p85

> Zij lieten daar hun afgoden achter, en David en zijn mannen namen ze mee.
>
> — 2 Samuel 5:21

^p86

Dat wil zeggen, blijkbaar hadden de Filistijnen afgodsbeelden bij zich. Ze sloegen op de vlucht, werden verslagen en lieten hun afgodsbeelden achter. Hun afgodsbeelden werden dus door David gevangengenomen, blijkbaar als trofeeën.

^p87

> [22] Daarna trokken de Filistijnen opnieuw op en verspreidden zich in het dal Refaïm. [23] David vroeg de HEERE om raad . Die zei: U moet niet optrekken; maak een omtrekkende beweging tot achter hen, zodat u bij hen komt van de zijde van de moerbeibomen. [24] En laat het gebeuren, wanneer u het geluid van voetstappen in de toppen van de moerbeibomen hoort, dat u zich dan haast; want dan is de HEERE vóór u uit gegaan om het leger van de Filistijnen te verslaan. [25] David deed zo, zoals de HEERE hem geboden had, en hij versloeg de Filistijnen van Geba af tot waar u bij Gezer komt.
>
> — 2 Samuel 5:22-25

^p88

### 13. Het einde van de Filistijnse overheersing

*37:56 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h13*

Dit was in wezen het uiteindelijke en definitieve einde van de Filistijnse heerschappij over Israël. Eerder waren er korte perioden van overwinning geweest. Simson was, zoals je je herinnert, begonnen Israël van de Filistijnen te verlossen. Zo staat het er:

^p89

> Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
>
> — Richteren 13:5

^p90

Maar hij bracht zichzelf natuurlijk door zijn eigen wangedrag in de problemen en kwam daadwerkelijk om. Daarbij doodde hij wel veel Filistijnen, en ook zichzelf. En hij liet Israël niet vrij van die onderdrukking achter.

^p91

Toen kwam Samuel. Samuel had als leider van Israël de Israëlieten tegen de Filistijnen op de been gebracht. Wat er gebeurde, was dat God op wonderbaarlijke wijze een onweer stuurde dat de Filistijnen trof en hun angst aanjoeg. En dus kwamen de Filistijnen, zo staat er,

^p92

> Zo werden de Filistijnen vernederd, en zij kwamen niet meer in het gebied van Israël, want al de dagen van Samuel was de hand van de HEERE tegen de Filistijnen.
>
> — 1 Samuel 7:13

^p93

Dat wil zeggen dat ze dat voorlopig niet meer deden. Later, toen Saul tot koning was gezalfd, wilden de Filistijnen hem aanvallen. Gedurende Sauls hele leven vormden de Filistijnen een probleem. De Filistijnen hebben Saul natuurlijk gedood. Maar nu, aan het begin van Davids regering, verslaat David hen definitief. Hij roeide hen niet uit, maar ze vormden daarna nooit meer een probleem voor David. Ze bleven daarna nog lange tijd bestaan. Zelfs sommige latere profeten, zoals Jesaja, spraken profetieën tegen de Filistijnen uit. Er waren nog steeds Filistijnen, maar ze vormden geen probleem meer voor Israël. David onderwierp hen volledig.

^p94

### 14. Gods engelen gaan voor David uit

*40:01 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h14*

Er waren twee veldtochten waarin David de Filistijnen versloeg en werkelijk een einde maakte aan het Filistijnse probleem. De tweede keer zei God uitdrukkelijk tegen hem:

^p95

Trek niet tegen ze op.

^p96

Dat wil zeggen, voer geen frontale aanval uit.

^p97

Blijkbaar moesten ze zich in een bosje moerbeibomen bevinden. En Hij zegt:

^p98

> En laat het gebeuren, wanneer u het geluid van voetstappen in de toppen van de moerbeibomen hoort, dat u zich dan haast; want dan is de HEERE vóór u uit gegaan om het leger van de Filistijnen te verslaan.
>
> — 2 Samuel 5:24

^p99

Wat was dat marcheren in de toppen van de moerbeibomen dat ze zouden horen? En waarom moest hij daarop wachten? Er wordt geen uitleg gegeven. Maar als er inderdaad niet zomaar een geluid was, maar specifiek het geluid van marcheren in de toppen van de moerbeibomen boven hen, dan moeten we dat misschien zo begrijpen: David moest gewaarworden dat de engelenlegers die voor Israël streden, in beweging waren gekomen. En Israël moest in beweging komen wanneer de engelen in beweging kwamen. Dat wil zeggen, wanneer God in beweging komt en Zijn troepen vooruitstuurt, dan moet David volgen.

^p100

Waarom dit niet elke keer dat ze streden het geval was, en waarom het alleen deze keer zo was, kan ik niet zeggen. Behalve dat het erop zou wijzen dat God bij Davids uiteindelijke overwinning op de Filistijnen niet wilde dat David echt het gevoel kreeg dat hij dit zonder goddelijke hulp deed. Voor die overwinning zou hij de meeste eer krijgen, omdat dit de langdurigste bedreiging voor Israël was geweest. Voor welke overwinningen David ook de eer mocht krijgen, het waren in werkelijkheid overwinningen die tot stand kwamen doordat God voor hem streed en Zijn engelenlegers stuurde om voor hem te strijden.

^p101

Je herinnert je dat Elisa, toen hij in 2 Koningen hoofdstuk 6 in Dothan door de Syrische legers omsingeld was, samen met zijn dienaar een visioen van engelenlegers kreeg. Overal op de heuvelhelling stonden vurige wagens rondom de vijandelijke troepen. Er waren eenvoudigweg momenten waarop God aan Israël duidelijk maakte dat hun verdediging niet werkelijk voortkwam uit hun eigen zwaarden, hun eigen vaardigheden en hun eigen kracht, maar werkelijk uit God. En dus was het marcheren dat ze boven in de moerbeibomen hoorden, waarschijnlijk als het ware het geluid van marcherende engelen, al wordt ons niet verteld dat dit zo is.

^p102

### 15. Engelenlegers bij de val van Jeruzalem

*42:34 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h15*

Misschien herinner je je dat je hebt gehoord dat Josephus verschillende verbazingwekkende tekenen beschreef die in het jaar 70 na Christus plaatsvonden, rond de tijd dat Jeruzalem werd verwoest. Josephus vermeldt veel voortekenen waarvan hij geloofde dat het bovennatuurlijke tekenen van God waren. Ze wezen op de ondergang van de stad voordat die viel. Een daarvan was volgens hem dat mensen in Jeruzalem bij een bepaalde gelegenheid omhoog naar de wolken konden kijken en soldaten in wapenrusting door de wolken zagen rennen.

^p103

Als dit waar is, zouden we geneigd zijn te vermoeden dat die soldaten in wapenrusting die door de wolken renden, waarschijnlijk geen gewone mensen waren. Jezus en Petrus konden over water lopen, maar we kennen niemand die ooit over wolken heeft gelopen. En dus hebben we het hier ongetwijfeld over engelen. Josephus was geen christen. Hij zei zelf dat de tekenen die hij beschreef zo verbazingwekkend waren dat niemand ze zou geloven, als niet veel getuigen ervan hadden getuigd.

^p104

Maar blijkbaar werden de legers die tegen Jeruzalem optrokken, toen Jeruzalem belegerd werd, gezien als engelen in de wolken. Dit was een oordeel van God dat over Israël kwam. Bedenk dat Jezus zei:

^p105

> En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid.
>
> — Mattheüs 24:30

^p106

Daarbij sprak Hij over de verwoesting van Jeruzalem. Misschien is dat het teken. De Zoon des mensen en Zijn legers trokken op dat moment tegen Jeruzalem op. En Josephus zei dat sommige mensen zulke troepen daadwerkelijk in de wolken zagen. David zag ze misschien niet, maar hij hoorde ze blijkbaar in de bomen en wist dat het de engelenlegers waren die daar marcheerden. God ging dus voorop en zou de Israëlieten de overwinning geven als ze op dat moment optrokken. Bedenk dat de Filistijnen, naast de Jebusieten, generaties lang de hardnekkigste en moeilijkst te verslaan vijand waren geweest. Ik veronderstel dat de Jebusieten het hardnekkigst waren, want zij hadden zich al sinds de tijd van Jozua verzet. Maar de Filistijnen hadden zich al meer dan een eeuw verzet. Ondanks hun overwinningen in veel gebieden waren de Israëlieten er nooit in geslaagd de Jebusieten of de Filistijnen volledig te verdrijven. Dus David verslaat eerst de Jebusieten, en daarna gaat hij achter de Filistijnen aan. Maar hier wordt duidelijk gemaakt dat de overwinning die hij op hen behaalde, die definitief en beslissend was, in werkelijkheid geen overwinning van David was, maar van de legers van God, van de engelen enzovoort. God liet David dat horen. Hij kon de engelen horen marcheren.

^p107

David is van overwinning naar overwinning gegaan. Hij was al in de tijd van Saul een grote oorlogsheld. Bijna vanaf het eerste moment dat David in het openbaar verscheen, toen hij Goliath doodde, stond hij voor altijd bekend als een dappere held, een machtige oorlogsheld. Maar nu heeft hij dingen tot stand gebracht die noch Saul, noch iemand in de tijd van de richters tot stand had kunnen brengen. Zijn overwinningen bleven maar doorgaan. Tijdens zijn regering bevrijdde hij Israël niet alleen van de onderdrukking door de Filistijnen. Uiteindelijk richtte hij zijn blik verder naar buiten en begon hij een eigen rijk. Hij veroverde de landen om hem heen, de heidense landen buiten Israël, en verplichtte ze schatting aan hem te betalen.

^p108

Tijdens de regering van David beleefde Israël de grootste macht en de grootste heerlijkheid uit zijn hele geschiedenis. Na de tijd van David ging daar iets van verloren. En natuurlijk viel het land na de tijd van Rehabeam uiteen. David regeerde in de edelste, de meest trotse periode van Israëls geschiedenis. Daarom zag men, toen de Messiaanse hoop zich onder Israël ontwikkelde, de Messias altijd als iemand die als David zou zijn. Hij zou Israël weer de heerlijkheid geven die David het volk had gebracht. Dit is hier nog maar het begin.

^p109

### 16. David wil de ark naar Jeruzalem brengen

*46:56 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h16*

Hoofdstuk 6:

^p110

> [1] Daarna verzamelde David opnieuw de beste van alle mannen in Israël, dertigduizend. [2] David stond op en ging op weg met al het volk dat bij hem was, vanuit Baälim-Juda, om vandaar de ark van God op te halen, de ark waarbij de Naam wordt aangeroepen: de Naam van de HEERE van de legermachten, Die daarop troont, tussen de cherubs.
>
> — 2 Samuel 6:1-2

^p111

Bedenk dat de ark door de Filistijnen was buitgemaakt in de tijd dat Samuel een klein kind of een jonge man was. De ark was teruggekomen, niet door enige inspanning van Israël, maar doordat de Filistijnen merkten dat ze er hun vingers aan brandden. Ze hielden de ark zo lang als ze konden, maar overal waar die kwam, kregen ze problemen. Elke keer dat ze de ark een Filistijnse stad binnenbrachten, brak er in die stad builenpest uit, kwam er een rattenplaag en kregen de mensen zweren en aambeien. Dus bleven ze de ark van stad naar stad verplaatsen, totdat geen enkele stad hem nog wilde hebben. Ze besloten hem naar Israël terug te sturen.

^p112

De ark was teruggekomen in Israël, maar was in een woonhuis ondergebracht. Om de een of andere reden werd tijdens de hele regering van Saul, die veertig jaar duurde, geen enkele poging gedaan om de ark naar een centrale plaats van aanbidding te brengen. Tijdens de regering van Saul stond er een tabernakel in Nob. Daar stond een tafel met toonbroden, waarvan David voedsel kreeg. Er waren priesters in Nob. Er was daar een tabernakel en er vond aanbidding plaats, maar om de een of andere reden werd de ark daar nooit teruggebracht. Het is niet helemaal duidelijk waarom niet.

^p113

Maar nu heeft David een mooie hoofdstad, en met de hulp van Hiram, de koning van Tyrus, heeft hij daar een groot huis voor zichzelf gebouwd. Hij gaat zijn macht niet alleen politiek, maar ook godsdienstig versterken door de ark, het symbool van Gods aanwezigheid, naar Jeruzalem te brengen. David heeft zelf nooit een tempel in Jeruzalem gebouwd. Dat deed Salomo. Maar David bracht de ark daar wel naartoe met het doel om de aanbidding van Israël en het zinnebeeld van Gods aanwezigheid in Jeruzalem te concentreren.

^p114

Wat hij deed, was uiteindelijk een tentje opzetten, een beschutting tegen het weer, en de ark daarin plaatsen. Maar hij bouwde geen huis. Dat wordt iets waarover in hoofdstuk 7 wordt gesproken. Nadat de ark in Jeruzalem is aangekomen, denkt David:

^p115

> Zie toch, ik verblijf in een huis van cederhout, terwijl de ark van God te midden van tentdoek verblijft.
>
> — 2 Samuel 7:2

^p116

Dan komt David voor het eerst op het idee om een tempel te bouwen. David mag dat niet doen, maar zijn zoon doet het wel. Dat komt in het hoofdstuk hierna aan de orde. Maar eerst moeten we de ark in Jeruzalem krijgen, en dan kan David zich erom bekommeren of die een waardiger onderkomen moet krijgen.

^p117

### 17. De feestelijke tocht met de ark op een wagen

*49:48 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h17*

> [3] Zij vervoerden de ark van God op een nieuwe wagen. Ze haalden hem uit het huis van Abinadab, dat op de heuvel lag, en Uzza en Ahio, zonen van Abinadab, leidden de nieuwe wagen. [4] Zij haalden de wagen uit het huis van Abinadab, dat op de heuvel lag, met de ark van God, en Ahio liep voor de ark uit.
>
> — 2 Samuel 6:3-4

^p118

Uzza liep er blijkbaar naast, zo lijkt het.

^p119

> David en het hele huis van Israël huppelden voor het aangezicht van de HEERE, met allerlei muziekinstrumenten van cipressenhout, met harpen, met luiten, met tamboerijnen, met rinkelbellen en met cimbalen.
>
> — 2 Samuel 6:5

^p120

Het gebruik van muziek en muziekinstrumenten bij de aanbidding van Jahweh was een vernieuwing die David invoerde. De wet van Mozes, die voorschreef hoe God bij de tabernakel aanbeden moest worden, enzovoort, omvatte nooit muziek. In de wet van Mozes wordt nergens gesproken over muziekinstrumenten of zang of iets dergelijks bij de tabernakel. David was echter een musicus en een liedschrijver, en zijn liederen waren aan de Heere gewijd. Daarom nam hij lofzangen en psalmen en zang en muziek op in de aanbidding van God. Dat was iets nieuws.

^p121

De muzikanten zingen dus en vieren feest terwijl de ark in een optocht van het huis van Abinadab naar Jeruzalem wordt gebracht. Maar in vers 6 is er een kleine onderbreking:

^p122

> Maar toen zij bij de dorsvloer van Nachon kwamen, strekte Uzza zijn hand uit naar de ark van God en greep die, omdat de runderen struikelden.
>
> — 2 Samuel 6:6

^p123

Het lijkt erop dat de weg ongelijk was. Er was een hobbelig stuk, de runderen struikelden en blijkbaar wiebelde de wagen. Misschien leek het alsof de ark op de wagen van de wagen af dreigde te kantelen, de modder in. Er staat dus:

^p124

> Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Uzza, en God strafte hem daar om deze onbedachtzaamheid, en hij stierf daar bij de ark van God.
>
> — 2 Samuel 6:7

^p125

De meeste mensen denken, als ze dit lezen: ‘Dat is niet erg aardig.’ En trouwens, David reageerde precies zo. Je ziet in vers 8:

^p126

### 18. Gods oordeel over Uzza en het arkvervoer

*51:56 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h18*

> David ontstak in woede , omdat de HEERE Uzza een zware slag had toegebracht, en hij noemde die plaats Perez-Uzza, tot op deze dag.
>
> — 2 Samuel 6:8

^p127

De Bijbel is zich er dus wel degelijk van bewust dat wat God deed omstreden was. Zelfs David had er ernstige bezwaren tegen. Maar de Bijbel verklaart Gods handelen hier niet. Er wordt niet uitgelegd waarom God die man trof.

^p128

Nu was die man vrijwel zeker een priester, en dus iemand die strikt genomen de ark mocht aanraken. Priesters mochten in ieder geval de draagstokken van de ark aanraken en de ark dragen. Zij waren degenen die hem moesten dragen. De meeste mensen konden de ark niet ongestraft aanraken, maar een priester wel. En het is vrijwel zeker dat de priesters bij deze gelegenheid verantwoordelijk waren voor het verplaatsen van de ark. Het zou me zelfs niet verbazen als Uzza de leiding over het project had, maar dat kan ik niet met zekerheid zeggen. David moest iemand aanwijzen die de leiding had over het verplaatsen van de ark. Gods toorn tegen Uzza kan heel goed te maken hebben gehad met het feit dat Uzza de hoofdverantwoordelijke was en dat hij het had verprutst.

^p129

Kijk, de reden dat de ark bijna kantelde, was dat hij op een wagen werd vervoerd. Dat was niet wat God had gezegd dat er moest gebeuren. In de wet van Mozes stond dat de ark op de schouders van de priesters gedragen moest worden. De heerlijkheid van God moest op mensen rusten, niet op werktuigen. God kiest gezalfde mensen, geen werktuigen, om Zijn heerlijkheid te dragen.

^p130

Het waren de Filistijnen die op het nieuwe idee kwamen om de ark op een wagen te vervoeren. De allereerste keer dat de ark op een wagen werd vervoerd, was toen de Filistijnen hem terugstuurden. Misschien was het Uzza's verantwoordelijkheid. Misschien was hij degene die de beslissende knoop doorhakte: ‘Laten we hem gewoon op een wagen zetten.’ Waarom? Waarom hem niet dragen zoals God had gezegd? ‘Nou, het ging prima toen de Filistijnen hem op een wagen vervoerden. Laten we dat gewoon doen. Laten we gewoon iets nieuws proberen. Laten we de dingen niet op Gods manier doen. Laten we de dingen doen zoals de Filistijnen het deden.’

^p131

### 19. Gemeenten en de werkwijze van de wereld

*54:16 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h19*

Er is geen reden om te denken dat hij niet zo dacht. Je denkt misschien: ‘Maar waarom zou iemand zo denken?’ Nou, waarom denken gemeenten zo? Waarom doen gemeenten de dingen op de manier waarop wereldse bedrijven het doen, in plaats van op de manier die God heeft aangegeven? Ze zetten allerlei organisatorische machinerie op om het werk van God te doen. En het volk van God kijkt alleen maar toe bij de machinerie die door de deskundigen wordt bediend, enzovoort.

^p132

Er is een manier waarop de gemeente hoort te functioneren. Er is een manier waarop God aanbeden moet worden. Er staat een patroon in de Schrift. Maar waarom moderne gemeenten vinden dat er betere manieren zijn om het te doen, weet ik niet. En wat zijn die betere manieren? Dezelfde manier waarop wereldse bedrijven worden geleid: algemeen directeuren, raden van bestuur, bedrijfsmodellen, stroomschema's. ‘Hé, dit werkt voor de bedrijven. Waarom niet voor de gemeente? Waarom niet gewoon dezelfde machinerie gebruiken die de wereld gebruikt, om de heerlijkheid van God naar de wereld te dragen, om het Evangelie naar de wereld te brengen?’

^p133

Nou, zo werkt God niet. Zo heeft Hij het in ieder geval niet ingesteld. Nu zeg ik niet dat God daar nooit doorheen heeft gewerkt. Soms werkt God gewoon met wat er voorhanden is. Dat betekent niet dat Hij er blij mee is.

^p134

De Filistijnen vervoerden de ark op een wagen. Zo wilde God niet dat die gedragen werd, maar de Filistijnen hadden geen Levieten om hem te dragen. En God zag het hun door de vingers. Ze moesten hem op de een of andere manier verplaatsen. Maar Israël had de priesters wel. Israël kon het doen zoals God het had gezegd, en ze kozen ervoor om dat niet te doen, om welke reden dan ook. Misschien is hij gewoon te zwaar. Het is een zware kist, overtrokken met goud. Goud is heel zwaar. Daar kun je pijn van in je schouders krijgen. Zet hem op een wagen, maak het gemakkelijk.

^p135

Maar zie je, het probleem is dat de ark alleen maar gestabiliseerd hoefde te worden doordat hij niet werd gedragen zoals God het had gezegd. Als hij op de schouders van vier priesters had gestaan, zou hij niet in gevaar zijn geweest, en had niemand hoeven proberen hem uit deze situatie te redden. Het feit dat ze God ongehoorzaam waren en zelf nieuwe manieren bedachten om dingen te doen, in plaats van het te doen zoals God het had gezegd, bracht de ark in gevaar.

^p136

Deze man, Uzza, zou weleens — en ik zeg niet dat ik het weet — zelf de man geweest kunnen zijn die de beslissing had genomen. Dat zou heel goed de reden kunnen zijn waarom God bij deze gelegenheid zo streng tegen Uzza optrad. Hoe dan ook, de man of de hele onderneming was ontheiligd. Of hij er nu alleen verantwoordelijk voor was, of alle betrokken priesters ervoor verantwoordelijk waren, God was boos op hen omdat ze de dingen op hun manier deden in plaats van op Zijn manier.

^p137

Dus trof Hij Uzza om hem als voorbeeld te stellen. In Leviticus hoofdstuk 10 kwam er vuur uit de hemel, van het aangezicht van de Heere. Dat verteerde de twee priesters, de zonen van Aäron, die vreemd vuur brandden. In een tijd waarin priesters hard nodig waren, had je drie miljoen mensen die door één hogepriester en vier priesters bediend moesten worden. En twee van hen stierven op de eerste dag dat de tabernakel open was. God stelde hen als voorbeeld, Nadab en Abihu in dat geval. Hij doet dat niet elke keer wanneer mensen iets verkeerd doen, maar Hij stelde een voorbeeld. Ook hier stelde Hij Uzza als voorbeeld.

^p138

### 20. De ark bij Obed-Edom: van angst naar zegen

*57:53 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h20*

Nu staat er dat David boos werd vanwege de uitbarsting van de Heere tegen Uzza, en dat hij die plaats Perez-Uzza noemde, wat ‘uitbarsting tegen Uzza’ betekent, tot op deze dag.

^p139

> David was op die dag bevreesd voor de HEERE en zei: Hoe moet de ark van de HEERE bij mij komen?
>
> — 2 Samuel 6:9

^p140

David wist blijkbaar niet honderd procent zeker waarom dit was gebeurd, waarom God zo boos was. Hij dacht: ‘Nou, misschien is het toch geen goed idee om de ark naar Jeruzalem te brengen. Misschien vergaat het mij net als de Filistijnen, die de ark hun steden binnenbrengen, waarna er een plaag uitbreekt.’

^p141

Dus er staat:

^p142

> David wilde de ark van de HEERE niet bij zich laten komen in de stad van David, maar David liet hem uitwijken naar het huis van Obed-Edom, de Gethiet.
>
> — 2 Samuel 6:10

^p143

Een Gethiet is een Filistijn uit Gath. Nadat David de Filistijnen had overwonnen, werden ze zijn bondgenoten. Tenminste, sommigen van hen. David had een groep lijfwachten, de Krethi, die allemaal Filistijnen waren. Zij deden tijdens zijn regering vaak enkele van de grootste dingen voor David en bewezen hem daarbij de grootste trouw.

^p144

Hoe het kwam dat de Filistijnen, of tenminste sommigen van hen, zo op David gesteld raakten, is moeilijk te zeggen, aangezien hij een tijdlang hun grote vijand was. Maar er was een periode waarin hij in Gath verbleef, waar deze man Obed-Edom woonde. David had een jaar en vier maanden in Gath doorgebracht, met blijkbaar Filistijnen onder zijn bevel, naast zijn zeshonderd mannen. Blijkbaar hadden veel Filistijnse krijgers respect voor David gekregen, hetzij als een goed mens, hetzij gewoon als iemand die door zijn bekwaamheden respect afdwong. Toen de Filistijnen dus door David verslagen waren, waren sommigen van hen behoorlijk op David gesteld en werden ze hem heel trouw.

^p145

Nu zou Obed-Edom ook gedeeltelijk Edomiet geweest kunnen zijn. Hij zou van gemengde afkomst geweest kunnen zijn. Misschien was hij deels Filistijn, deels Edomiet. Maar in elk geval was hij een Gethiet. Dat betekent dat hij uit Gath kwam. De ark werd dus blijkbaar een tijdlang in Gath bewaard, of in elk geval in het huis van iemand die uit Gath kwam. Misschien zette David hem daar neer omdat hij bang was dat er plagen zouden uitbreken. Misschien wilde hij hem in een Filistijnse stad hebben in plaats van in Jeruzalem, voor het geval dat zou gebeuren.

^p146

Maar wat er gebeurde, staat in vers 11:

^p147

> Zo bleef de ark van de HEERE in het huis van Obed-Edom, de Gethiet, drie maanden lang , en de HEERE zegende Obed-Edom en heel zijn huis.
>
> — 2 Samuel 6:11

^p148

En aan koning David werd verteld:

^p149

### 21. De ark wordt gedragen, David danst

*1:00:40 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h21*

> Koning David werd de boodschap gebracht: De HEERE heeft het gezin van Obed-Edom en al wat hij heeft, gezegend vanwege de ark van God. Toen ging David op weg en bracht de ark van God met blijdschap vanuit het huis van Obed-Edom over naar de stad van David.
>
> — 2 Samuel 6:12

^p150

Let erop dat de ark deze keer niet op een wagen stond. David had blijkbaar begrepen hoe het moest. Nu liet hij de mensen de ark op hun schouders dragen, zoals ze vanaf het begin hadden moeten doen. Er staat:

^p151

> En het gebeurde, nadat de dragers van de ark van de HEERE zes stappen gedaan hadden, dat hij een rund en een gemest kalf offerde.
>
> — 2 Samuel 6:13

^p152

Blijkbaar om de zes passen. Dat is een langzame optocht. Ik weet niet hoeveel kilometer het was, maar dan zet je zes stappen, richt je een nieuw altaar op en breng je een offer. Je moet die dieren slachten. Dat kost wel even tijd. Dit was een tocht die minstens een hele dag duurde. Eerlijk gezegd weet ik niet hoe ver het was, maar hij nam er de tijd voor. Hij zorgde ervoor dat hij God bij elke stap gunstig stemde.

^p153

> David huppelde uit alle macht voor het aangezicht van de HEERE; en David was gekleed in een linnen priesterhemd.
>
> — 2 Samuel 6:14

^p154

Dus hij trok een soort priesterlijk gewaad aan, in elk geval voor die gelegenheid, en hij danste voor de ark uit. David was een emotionele en uitbundige man. We weten niet of alle anderen ook dansten, of alleen de koning. Blijkbaar sprong hij in het rond en deed hij dingen waarvoor zijn vrouw zich schaamde. Er staat:

^p155

### 22. Michal veracht Davids uitbundige vreugde

*1:02:13 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h22*

> [15] Zo brachten David en heel het huis van Israël de ark van de HEERE over, met gejuich en met bazuingeschal. [16] En het gebeurde, toen de ark van de HEERE in de stad van David kwam, dat Michal, de dochter van Saul, door het venster naar beneden keek. Toen zij koning David zag springen en huppelen voor het aangezicht van de HEERE, verachtte zij hem in haar hart.
>
> — 2 Samuel 6:15-16

^p156

Dat betekent dat ze vond dat hij zich niet waardig gedroeg. Ze verloor haar respect voor hem. In haar hart verachtte ze hem. Dat wil zeggen, ze had weinig achting voor hem. Weinig respect voor hem hebben, dat is wat ‘verachten’ betekent. Ze vond dat hij zich nogal onkoninklijk gedroeg en zichzelf verlaagde tot de positie van een gewone man. Bedenk dat ze uit een koninklijke familie kwam. Haar vader was de vorige koning geweest. Blijkbaar was ze opgevoed met het idee dat koninklijke personen een zekere waardigheid moesten uitstralen. Al is met speren naar je hovelingen gooien niet bepaald wat ik onder waardigheid versta. Maar blijkbaar wist Saul zijn imago toch grotendeels in stand te houden. Zijn familie kleedde zich waarschijnlijk koninklijk en gedroeg zich zoals dat van koninklijke families werd verwacht. Ze was niet gewend aan iemand die als heerser zo ongedwongen en gewoon was als David. Daarom verachtte ze hem hierom.

^p157

> Toen zij de ark van de HEERE de stad binnenbrachten, zetten zij die op zijn plaats, midden in de tent die David ervoor gespannen had. En David bracht brandoffers voor het aangezicht van de HEERE, en dankoffers.
>
> — 2 Samuel 6:17

^p158

Dit is niet de tabernakel van Mozes. Dit is gewoon een soort tent om de ark tegen het weer te beschermen. David had die opgezet, een voor die gelegenheid gemaakte constructie om de ark te overdekken.

^p159

### 23. David verdedigt zijn nederigheid voor God

*1:04:09 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h23*

> [18] Toen David klaar was met het brengen van het brandoffer en de dankoffers, zegende hij het volk in de Naam van de HEERE van de legermachten. [19] Hij deelde aan heel het volk, aan heel de menigte van Israël, van de man tot de vrouw toe, aan ieder één broodkoek, één klomp dadels en één rozijnenkoek uit. Toen ging al het volk zijns weegs , ieder naar zijn huis. [20] Toen David terugkwam om zijn gezin te zegenen, kwam Michal, de dochter van Saul, naar buiten, David tegemoet en zei: Wat zal de koning van Israël vandaag geëerd zijn, die zich vandaag voor de ogen van de slavinnen van zijn dienaren heeft uitgekleed, zoals een leegloper zich schaamteloos uitkleedt!
>
> — 2 Samuel 6:18-20

^p160

Sommige mensen denken dat ze bedoelt dat hij zo danste en ronddraaide dat zijn geslachtsdelen zichtbaar werden en ontbloot waren, maar dat hoeft niet. ‘Zichzelf ontbloten’ kan een uitdrukking zijn die eenvoudig betekent dat hij in het openbaar niet de waardigheid tentoonspreidde die een koning behoort te hebben. Hij liet zien dat hij maar een mens was, gedroeg zich als een gewoon iemand en bewaarde niet de waardigheid die een koning volgens haar hoorde te bewaren. Hij gedroeg zich gewoon als een van die gewone, onaanzienlijke kerels.

^p161

> [21] Maar David zei tegen Michal: Voor het aangezicht van de HEERE, Die mij uitgekozen heeft boven jouw vader en boven heel zijn huis door mij aan te stellen als een vorst over het volk van de HEERE, over Israël, ja, voor het aangezicht van de HEERE heb ik gehuppeld! [22] En ik zal mij nog geringer gedragen dan dit en nederig zijn in eigen oog, maar met de slavinnen over wie je sprak, met hen zal ik geëerd worden.
>
> — 2 Samuel 6:21-22

^p162

Dus jij denkt dat ik mezelf voor schut heb gezet tegenover de dienstmeisjes. In werkelijkheid zullen ze respect voor me hebben. Maar ik ga mezelf niet verheffen. Ik zal nederig zijn in mijn eigen ogen. Weet je nog, je vader Saul? Toen hij klein was in zijn eigen ogen, maakte God hem koning. Toen hij verwaand werd, zette God hem af. Ik ga niet dezelfde fout maken. Ik zal nederig blijven in mijn eigen ogen. Ik ga me geen valse houding aanmeten, geen waardigheid voorwenden die onecht is. Ik ga gewoon mezelf zijn voor God. Ik ga me verheugen voor God. Ik ga zingen, ik ga dansen, ik ga muziek maken. Ik ga mezelf zijn, in plaats van een bepaald beeld uit te dragen dat mijn koninklijke ambt van me verlangt. Zo ben ik gewoon niet. Ik ga mezelf zijn. En als jij dat niet koninklijk of waardig genoeg vindt, als jij geen respect voor me hebt, dan zullen de dienstmeisjes dat in elk geval wel hebben, degenen van wie jij denkt dat ze dat niet zullen hebben.

^p163

### 24. Michals kinderloosheid en Merabs zonen

*1:06:58 — https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#h24*

> Michal nu, de dochter van Saul, kreeg geen kind tot op de dag van haar dood.
>
> — 2 Samuel 6:23

^p164

Dat hebben we de vorige keer besproken, omdat er verderop, in hoofdstuk 21, vers 8, een uitspraak staat over vijf kinderen van wie gezegd wordt dat Michal ze voor Adriel, de Meholathiet, heeft grootgebracht. In hoofdstuk 21:8 staat:

^p165

> Dus nam de koning de twee zonen van Rizpa, de dochter van Aja, die zij aan Saul gebaard had, Armoni en Mefiboseth; en ook de vijf zonen van de zuster van Michal, de dochter van Saul, die zij aan Adriël, de zoon van Barzillai uit Mehola, gebaard had.
>
> — 2 Samuel 21:8

^p166

In hoofdstuk 6, vers 23, wordt ons verteld:

^p167

Michal kreeg tot aan haar dood geen kinderen.

^p168

Maar hier gaat het over vijf zonen die Michal, de dochter van Saul, voor Adriel grootbracht. [Noot van de vertaler: De spreker volgt hier een Engelse vertaling waarin Michal deze zonen voor Adriel grootbracht. Het hierboven aangehaalde Nederlandse vers spreekt over zonen die de zuster van Michal aan Adriël gebaard had. De volgende uitleg gaat over de Engelse weergave.] Natuurlijk was het eigenlijk haar zus Merab die met Adriel getrouwd was. Deze vijf zonen zijn dus blijkbaar de zonen van Merab en Adriel. Het is mogelijk dat Michal hen uiteindelijk heeft opgevoed en voor haar zwager heeft grootgebracht. Misschien was Merab gestorven of zoiets. Dus misschien heeft Michal hen inderdaad grootgebracht en was ze een pleegmoeder voor hen. Maar het waren niet haar kinderen. Het waren de kinderen van Adriel, en hij was de man van haar oudere zus Merab. Deze kinderen waren dus niet van haar.

^p169

Daarmee zijn we aan het einde van hoofdstuk 6 gekomen. We komen terug bij hoofdstuk 7.

^p170

## Bijbelteksten in deze lezing

- [2 Samuel 3:39](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-3-39)
- [2 Samuel 4:1](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-4-1)
- [2 Samuel 3:9-10](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-3-9-10)
- [2 Samuel 4:2-3](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-4-2-3)
- [2 Samuel 4:4](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-4-4)
- [2 Samuel 4:5-6](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-4-5-6)
- [2 Samuel 4:7-8](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-4-7-8)
- [2 Samuel 4:9-12](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-4-9-12)
- [2 Samuel 5:1](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-1)
- [2 Samuel 5:2](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-2)
- [2 Samuel 5:3](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-3)
- [2 Samuel 5:4](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-4)
- [2 Samuel 5:5](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-5)
- [2 Samuel 5:6](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-6)
- [2 Samuel 5:7](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-7)
- [2 Samuel 5:8](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-8)
- [2 Samuel 5:9](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-9)
- [2 Samuel 5:10](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-10)
- [1 Kronieken 11:4-6](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#1-kronieken-11-4-6)
- [2 Samuel 5:11-13](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-11-13)
- [2 Samuel 5:14-16](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-14-16)
- [2 Samuel 5:17](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-17)
- [2 Samuel 5:18-19](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-18-19)
- [2 Samuel 5:20](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-20)
- [2 Samuel 5:21](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-21)
- [2 Samuel 5:22-25](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-22-25)
- [Richteren 13:5](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#richteren-13-5)
- [1 Samuel 7:13](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#1-samuel-7-13)
- [2 Samuel 5:24](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-5-24)
- [Mattheüs 24:30](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#mattheus-24-30)
- [2 Samuel 6:1-2](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-1-2)
- [2 Samuel 7:2](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-7-2)
- [2 Samuel 6:3-4](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-3-4)
- [2 Samuel 6:5](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-5)
- [2 Samuel 6:6](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-6)
- [2 Samuel 6:7](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-7)
- [2 Samuel 6:8](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-8)
- [2 Samuel 6:9](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-9)
- [2 Samuel 6:10](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-10)
- [2 Samuel 6:11](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-11)
- [2 Samuel 6:12](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-12)
- [2 Samuel 6:13](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-13)
- [2 Samuel 6:14](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-14)
- [2 Samuel 6:15-16](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-15-16)
- [2 Samuel 6:17](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-17)
- [2 Samuel 6:18-20](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-18-20)
- [2 Samuel 6:21-22](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-21-22)
- [2 Samuel 6:23](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-6-23)
- [2 Samuel 21:8](https://versvoorvers.org/2-samuel/4-6#2-samuel-21-8)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.