---
title: "1 Timotheüs 2:14-3:3"
book: "1 Timotheüs"
book_slug: "1-timotheus"
passage: "1 Timotheüs 2:14 - 3:3"
passage_en: "1 Timothy 2:14 - 3:3"
episode: 5
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-28"
duration: "PT1H43M2S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «1 Timotheüs 2:14-3:3», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# 1 Timotheüs 2:14-3:3

> Moeders leren dienen door hun kinderen

## Samenvatting

Steve Gregg rondt eerst 1 Timotheus 2 af. Hij stelt dat Paulus de vrouwen niet straft voor wat Eva deed, maar hen wijst op de veilige plek onder de leiding van hun man. Het 'behouden worden door het baren van kinderen' verstaat hij als het uitwerken van haar behoud in de rol van moeder, en hij haalt een opiniestuk uit Newsweek aan over het falen van het feminisme. Daarna bespreekt hij in 1 Timotheus 3 het ambt van opziener: hij legt de episcopale, presbyteriaanse en congregationalistische vormen van kerkbestuur uit, wijst erop dat oudsten en opzieners in het Nieuwe Testament dezelfde personen zijn en zet het dienende leiderschap tegenover het zakelijke model van de hedendaagse kerk. Hij pleit ervoor oudsten te kiezen uit de eigen gemeente op grond van hun karakter, niet op grond van opleiding of maatschappelijke positie. Vervolgens loopt hij de vereisten tot en met vers 3 langs, waarbij hij 'man van één vrouw' vooral uitlegt als een verbod op polygamie, en ook ingaat op matigheid, bezonnenheid, gastvrijheid, bekwaamheid om te onderwijzen en het gebruik van wijn.

## Hoofdstukken

1. [Gezag en de bescherming van de vrouw](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h1) — 0:02
2. [De roeping van vrouwen en het gezag van de Bijbel](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h2) — 1:35
3. [Feminisme en de gevolgen voor het gezin](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h3) — 4:52
4. [Behouden worden door het baren van kinderen](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h4) — 10:22
5. [Moederschap als bescherming en heiliging](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h5) — 13:13
6. [Kinderen opvoeden tot discipelen](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h6) — 15:25
7. [Opzieners en het beeld van kerkelijk leiderschap](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h7) — 18:05
8. [Bisschoppen en episcopaal kerkbestuur](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h8) — 22:20
9. [Bestuur door oudsten of door de gemeente](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h9) — 24:33
10. [Oudsten en bisschoppen als gelijke leiders](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h10) — 27:59
11. [De bisschop als kerkelijke machthebber](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h11) — 31:20
12. [Oudsten en opzieners zijn dezelfde mensen](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h12) — 33:13
13. [Leidinggeven als dienen](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h13) — 34:58
14. [Verlangen naar de taak van opziener](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h14) — 37:34
15. [Geschikte oudsten vinden volgens Paulus](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h15) — 40:15
16. [Het nieuwtestamentische gemeentemodel herstellen](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h16) — 43:16
17. [Geestelijk karakter boven formele opleiding](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h17) — 45:18
18. [Oudsten als voorbeelden voor alle christenen](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h18) — 48:58
19. [Leiders kiezen uit de eigen gemeente](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h19) — 51:11
20. [Onberispelijk zijn en je karakter laten kennen](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h20) — 54:48
21. [Maatschappelijk aanzien als verkeerde maatstaf](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h21) — 57:12
22. [Beroepingscommissies en het kiezen van oudsten](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h22) — 59:16
23. [De man van één vrouw: weduwnaars en hertrouwen](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h23) — 1:02:01
24. [Polygamie bij bekeerlingen en oudsten](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h24) — 1:06:20
25. [Polygamie in de vroege kerk en de uitleg ervan](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h25) — 1:09:09
26. [Zelfbeheersing, eetlust en overgewicht](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h26) — 1:14:01
27. [Bezonnenheid, humor en geestelijke ernst](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h27) — 1:19:07
28. [Vreugde en ernst in evenwicht](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h28) — 1:24:18
29. [Nuchter leven met oog voor de werkelijkheid](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h29) — 1:27:13
30. [Gastvrijheid en verwachtingen van gemeenteleden](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h30) — 1:29:29
31. [Gasten ontvangen en taken van oudsten verdelen](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h31) — 1:33:19
32. [Wijngebruik en vrijwillige onthouding](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h32) — 1:36:34
33. [Geweldloosheid en karakter in het gezin](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h33) — 1:39:49

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#p<n>.

### 1. Gezag en de bescherming van de vrouw

*0:02 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h1*

De Bijbel zegt:

^p1

> Als rechtvaardigen groot worden, verblijdt het volk zich, maar als een goddeloze heerst, zucht het volk.
>
> — Spreuken 29:2

^p2

De man met gezag is het doelwit van heel wat aanvallen, van mensen en van de duivel. En misschien ook van God, als hij het slecht doet, want hij krijgt een zwaarder oordeel. Wie wil dat nou? Ik niet. Helaas zit ik in een positie waarin ik wat leiding moet nemen. Ik neem er zo weinig mogelijk. Ik houd niet van leidinggeven, en de meeste mannen zijn slim genoeg om dat ook niet te willen. De meeste vrouwen willen het wel, denk ik omdat het hun ontzegd is. Net zoals Eva die ene vrucht ontzegd was, en die wilde ze ook. Er is iets aan verboden dingen dat ons aantrekt.

^p3

Maar wat ik wil zeggen is dit. Paulus straft de vrouwen niet voor wat Eva gedaan heeft. Hij zegt eigenlijk: "Luister, als Eva onder de beschermende leiding van haar man had gestaan, was ze beter af geweest, en waren wij allemaal beter af geweest." Laat de vrouwen dus onder de bescherming van hun man blijven, dan is dat beter voor iedereen, ook voor henzelf. Dit is geen straf voor haar. Dit is een beschutte plek voor haar, de veilige plek voor haar, de plek die God voor haar heeft bestemd. Laat ze daar blijven. Als Eva daar gebleven was, waren we allemaal beter af geweest. Oké?

^p4

### 2. De roeping van vrouwen en het gezag van de Bijbel

*1:35 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h2*

Wat is dan die plek van de vrouw? Dat zegt hij in het laatste vers, vers 15:

^p5

> Maar zij zal in de weg van het baren van kinderen zalig worden, als zij blijft in geloof, liefde en heiliging, gepaard met bezonnenheid.
>
> — 1 Timotheus 2:15

^p6

Een commentator zei dat je het woord 'kinderen baren' ook kunt vertalen met 'kinderen opvoeden'. Het gaat dus om meer dan alleen baby's krijgen. Het gaat om kinderen grootbrengen.

^p7

Nu weet ik dat sommigen van jullie vurig hopen dat je wat ik nu ga zeggen op de een of andere manier kunt afdoen met: "Ach, Steve zit weer op zijn stokpaardje." Je zoekt wanhopig naar een manier om het anders te zien dan ik het ga uitleggen, toch? Want je wilt niet geloven wat ik hierover zeg, en je weet wat ik hierover zeg. Maar het staat er wel.

^p8

Gisteren sprak ik met een broeder die mij een paar weken geleden op een van onze bijeenkomsten had horen spreken over de rol van vrouwen, over het opvoeden van kinderen enzovoort. Hij is een goede vriend van me. We praatten vriendelijk met elkaar, hij lachte en zo. En hij kwam gewoon naar me toe en zei: "Je sloeg helemaal de plank mis met wat je over vrouwen zei." Oei, au! Ik zei: "Bij mij geen au. Ik vind dat jij je zou moeten schamen om dat te zeggen." Die 'au' was dus voor hem bedoeld, niet voor mij. Ik zei: "Nou, ik weet niet hoe ik de Schrift anders zou moeten opvatten. Hoe vat jij deze teksten op? Welke teksten gebruik jij voor jouw tegengestelde mening?" En hij zat alleen maar te grinniken en te grinniken, en hij kwam niet met teksten, want die zijn er niet.

^p9

Ik zei: "Je bent een slaaf van onze cultuur." Ik zei: "Ik neem mijn standpunt over vrouwen en kinderen niet in omdat het mij bevalt, of omdat onze cultuur me ertoe dwingt. Ik moet me juist tegen onze cultuur verzetten. Ik moet de confrontatie met onze cultuur aangaan om te zeggen wat ik zeg. Maar dat is wat het Woord van God zegt." Als je het tegenovergestelde wilt zeggen, dan kies je de makkelijke weg. Dan geef je toe aan de cultuur en ga je in tegen het Woord van God.

^p10

De hele vraag is: wie heeft het gezag in jouw leven? Is dat God of is dat de mens? Als het de mens is, dan gaan de gezamenlijke meningen van onze cultuur jouw denken beheersen, omdat je mensen vreest. Als het God is, dan gaat Zijn Woord jouw denken beheersen. Ik zeg niet dat ik beter ben dan wie ook, maar ik wil doen wat het Woord van God zegt. En geloof me, los van wat ik hier lees, heb ik geen persoonlijke voorkeur voor wat vrouwen zouden moeten doen. Echt niet. Ik ben niet zo'n type dat vrouwen achter het aanrecht en onder de heerschappij van de man wil houden. Daar heb ik geen enkele belangstelling voor, geloof me. Ik mag vrouwen graag. En trouwens, juist omdat ik vrouwen graag mag, raad ik ze dit aan. Paulus mocht vrouwen ook graag, en hij weet dat God vrouwen graag mag. En hij weet dat God voor vrouwen heeft bestemd wat voor hen het veiligst en het beste is. En als vrouwen zich gaan verheffen en niet willen wat God voor hen heeft gekozen, dan kiezen ze iets wat hun schade doet.

^p11

### 3. Feminisme en de gevolgen voor het gezin

*4:52 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h3*

Ik wou dat ik... ik heb het wel. Hier heb ik het; ik wil hier iets voorlezen. Ik heb dit artikel bewaard. Het stond in het tijdschrift Newsweek van 19 november 1990. Eigenlijk was het geen artikel, maar een opiniestuk dat een lezer had ingestuurd. Newsweek heeft een rubriek die "My Turn" heet, waarin iedereen iets interessants kan insturen. Dit stuk heet "The Failure of Feminism", het falen van het feminisme. Deze vrouw is ongeveer even oud als ik. Ze vertelt dat ze ongeveer in dezelfde tijd trouwde als mijn eerste vrouw en ik. Ze deed precies hetzelfde als mijn eerste vrouw. Ze kregen een dochtertje, en ze verliet haar man met het eerste nummer van dat tijdschrift van de vrouwenbeweging, hoe het ook heette, enzovoort.

^p12

En ze zegt (het is verschrikkelijk), ze zegt: 'De belangrijkste boodschap van het feminisme was' (toen ze bij haar man wegging) 'vrouw, je hebt geen man nodig. Weten jullie het nog, jullie die rond de veertig zijn, de uitdrukking "een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets"? Dat grapje ging in de jaren zeventig rond in de bewustwordingsgroepen door het hele land. Het was een filosofie die echtscheiding en samenwonen gewoon en alledaags maakte.' Het feminisme maakte vrouwen wegwerpbaar. 'Daarom zijn er vandaag veel vrouwen van rond de veertig die alleenstaand zijn, met een paar kinderen die ze in hun eentje moeten opvoeden. Van de kinderalimentatie kun je misschien een paar paar schoenen betalen, maar over het algemeen heeft het feminisme mannen alle financiële en persoonlijke voordelen boven vrouwen gegeven. En wat nog erger is: we hebben er zelf om gevraagd. Veel vrouwen besloten: "Je hebt geen gezinsstructuur nodig om je kinderen op te voeden." We stuurden ze naar kinderdagverblijven, waar professionals voor hen konden zorgen. Daarna trokken we onze pakken aan en deden we onze stropdassen om, pakten we onze aktetassen in en begonnen we aan dit grote experiment. We waren ervan overtuigd dat er geen verschil was tussen onszelf en de mannen in de kantoren naast ons.' Ik lees hier nog even een stukje verder, want ze zegt: 'De werkelijkheid van het feminisme is een heleboel opgejaagde en overwerkte vrouwen die hun kinderen bij het kinderdagverblijf afzetten. Als het kind ziek is, geven ze gewoon wat kinder-Tylenol mee en haasten ze zich daarna naar hun onderbetaalde baan, waar ze niet eens van houden. Twee van mijn vriendinnen, werkende moeders, vertelden me dat ze vorige week na middernacht nog vloeren aan het dweilen en was aan het vouwen waren.' Ze leven op vijf uur slaap, en dat zie je aan hun gezicht. En zij hebben nog een man. 'Ik pleit er niet voor dat vrouwen weer worden zoals de hersenloze huisvrouwen van de jaren vijftig, die hun middagen besteedden aan beeldjes maken van macaroni en het bijhouden van receptenkaartjes van Betty Crocker. Vrouwen na de Tweede Wereldoorlog waren de eersten die veel vrije tijd overhielden, en ze waren niet erg creatief in het opvullen daarvan. Misschien was het feminisme een reactie op die hersenloze Betty.' Ik weet niet zeker of ik het met haar eens ben. Ze is geen christen die dit schrijft. Maar ze zegt: 'In dit opzicht heeft het feminisme een doel gediend. Vrouwen moeten onderwijs krijgen', enzovoort. Maar waar staat het? Ik was niet van plan dit voor te lezen, dus ik heb het niet onderstreept, maar er is hier een plek waar ze dat zegt. Hier. Dit is echt goed. Ik wil dit voorlezen. Ze zegt: 'Laatst had ik de snelste blind date ter wereld.' Nee, dat is het niet. Ik denk dat ze het hier heeft over een afspraakje dat ze met een man had. Even kijken. Oké. Ze zegt: 'Ook ik kom uit de experimentele generatie, maar ik kon niet eens mijn eigen drankje betalen', op dat afspraakje waar ze naartoe ging. 'Voor mij heeft het feminisme zich tegen vrouwen gekeerd. In 1973 verliet ik wat een prima huwelijk had kunnen zijn. Ik nam een kind in de luiers mee, een tien jaar oude Plymouth, en jaargang 1, nummer 1 van het tijdschrift Ms. Ik was ervan overtuigd dat ik het alleen kon redden. In de afgelopen vijftien jaar is mijn ex met de ene vrouw na de andere getrouwd geweest of heeft hij met ze samengewoond. Hij wordt ouder, maar zijn vrouwen blijven twintigers. Ondertussen ben ik alleen gebleven. Hij rijdt in een BMW; ik neem de bus.' Enzovoort.

^p13

En ze zegt in feite (ik wou dat ik de precieze regel kon vinden): 'Het feminisme heeft vrouwen niet vrijgemaakt; het heeft mannen vrijgemaakt.' Want toen het huwelijk in ere werd gehouden en het gezin in ere werd gehouden, hadden mannen de verantwoordelijkheid om vrouwen te onderhouden. Maar toen vrouwen gingen werken, in dezelfde banen en voor hetzelfde loon als de mannen, hoefden mannen hen niet meer te onderhouden. Mannen konden eropuit gaan en, nou ja, mannen hadden geen gezin meer nodig. Vrouwen krijgen de kinderen bij een echtscheiding, en zo worden de mannen vrijgemaakt. De vrouwen zitten gevangen, zie je, in een levensstijl die God nooit voor hen bedoeld heeft. Hoe dan ook, het spijt me dat ik er zo weinig van kon voorlezen, maar het is een heel interessant artikel, afkomstig van een niet-christen en gepubliceerd in Newsweek.

^p14

### 4. Behouden worden door het baren van kinderen

*10:22 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h4*

Dit is wat er staat:

^p15

'Zij zal behouden worden in het baren van kinderen, als zij blijven in geloof, liefde en heiliging, met bezonnenheid.'

^p16

'Zij', dat is de vrouw. En 'in het baren van kinderen' kun je ook lezen als 'door het baren van kinderen'. Dit betekent zeker niet dat de vrouw behouden wordt en naar de hemel gaat omdat ze kinderen krijgt. Paulus zelf laat namelijk ruimte voor vrouwen die niet getrouwd zijn, en zegt zelfs dat dat een goede roeping is, in 1 Korinthe 7. Hij zei dat de vrouw die maagd is en niet trouwt, God kan dienen met haar lichaam en ziel en verstand, en niet afgeleid wordt. Het huwelijk is echter ook goed, en in deze brief, in hoofdstuk 5, raadt hij jonge weduwen aan om te trouwen. Maar hier zegt Paulus niet dat je kinderen moet hebben om behouden te worden.

^p17

Wat hij zegt, is een van twee dingen. Hij heeft net gezegd dat de vrouw voorging in de overtreding. We weten dat de vloek die over haar kwam het hele gebied van het baren van kinderen raakte. Ze zou met pijn kinderen baren. En sommigen denken dat hij in wezen zegt dat vrouwen, ook al dragen ze de vloek van wat ze gedaan hebben, toch behouden kunnen worden. Zelfs door hun pijnlijke bevallingen heen kunnen ze toch behouden worden, als ze blijven in geloof, liefde en heiligheid. Ondanks de rol die ze speelden in de hof van Eden kunnen ze toch behouden worden, ondanks dit alles en ondanks het baren van kinderen enzovoort.

^p18

Ik geloof echter dat hij daar iets anders mee bedoelt. Volgens mij bedoelt hij in wezen 'behouden worden' in de zin van het uitwerken van hun behoud. Hij zegt tegen Timotheus in hoofdstuk 4, vers 16:

^p19

> Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen.
>
> — 1 Timotheüs 4:16

^p20

1 Timotheus 4, vers 16. Hij zegt tegen Timotheus dat hij, als hij volhardt in zijn eigen rol als dienaar van het Woord, zichzelf zal behouden en ook degenen die naar hem luisteren. Het betekent zeker niet dat de christenen die hij onderwijst, en hijzelf, niet al behouden mensen zijn. Het moet betekenen dat je jezelf in zekere zin in de wil van God zult houden. Je zult groeien in heiliging, en dat is een aspect van het behoud. Je zult je behoud uitwerken zoals je dat hoort te doen, in de rol die God je gegeven heeft. Blijf deze dingen doen en je zult jezelf behouden. En ik denk dat hij in deze passage het behoud op dezelfde manier bedoelt. Een vrouw zal behouden worden zoals Timotheus behouden zal worden in zijn rol als dienaar. De vrouw zal behouden worden in haar rol als iemand die kinderen baart, als moeder.

^p21

### 5. Moederschap als bescherming en heiliging

*13:13 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h5*

Maar behouden waarvan? Misschien behoed voor alle problemen waar de vrouwen in Efeze die geen christen waren in verzeild raakten. Een vrouw die thuis is, is veel beter beschermd tegen de invloeden van de wereld. En ze is beschermd waar ze hoort te zijn, zoals Eva had moeten zijn: onder de leiding van haar man. Kinderen krijgen is een zeer heiligende ervaring, als je het omarmt. Het trieste is dat veel mensen het niet omarmen en er niet van houden, en dan is het gewoon de zoveelste ergernis in hun leven. Ze houden niet van hun kinderen, en het maakt hen geen betere moeders of betere mensen. Maar ik ken veel godvrezende moeders die hun rol hierin omarmd hebben. Zij hebben getuigd dat dit in zekere zin hun redding uit hun egoïsme was. Mijn vrouw zou je dat graag vertellen, en ik ken nog een andere vrouw die hetzelfde zou getuigen. Zij begon pas iets van haar egoïsme te overwinnen toen ze kinderen had voor wie ze haar leven moest afleggen. Als je kinderen hebt, moet je ze dienen, anders gaan ze dood. Dan leer je onzelfzuchtig te dienen. Je leert dienen met een christelijke houding, want die kinderen gaan je er niet voor belonen. Ze gaan zich meestal niet eens herinneren wat je voor hen gedaan hebt. En daardoor leer je een belangeloze liefde en dienstbaarheid. Die komt bij ons niet vanzelf, maar het is wel wat we als christenen horen te ontwikkelen. Dat is een deel van onze heiliging. Dat is een deel van het uitwerken van ons behoud. En in het gezinsleven, zegt Paulus, zal een vrouw de uitwerking van haar behoud vinden. Zo begrijp ik wat hij hier bedoelt.

^p22

Verderop zien we, al gaan we daar nu niet in detail naar kijken, dat hij in hoofdstuk 5 de jongere weduwen precies hetzelfde opdraagt: trouwen, kinderen krijgen, het huishouden leiden, thuisblijven. In Titus hoofdstuk 2 zegt hij wat de oudere vrouwen de jonge vrouwen moeten leren:

^p23

> [4] opdat zij de jongere vrouwen leren verstandig te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben, [5] bezonnen te zijn en kuis, te zorgen voor hun huishouden, goed te zijn, hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt.
>
> — Titus 2:4-5

^p24

### 6. Kinderen opvoeden tot discipelen

*15:25 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h6*

Het is overduidelijk dat Paulus niet alleen in het huwelijk geloofde, maar ook in het gezinsleven als de veilige plek voor de vrouw en de plek die God heeft ingesteld. Daartoe was de eerste vrouw in elk geval geroepen. Eva was niet geroepen om zelf heerschappij uit te oefenen over de aarde, maar om kinderen groot te brengen die heerschappij zouden uitoefenen. En hoewel veel vrouwen in de verleiding kunnen komen om voorganger of evangelist te worden of iets dergelijks, denk ik eigenlijk niet dat dat hun hoogste roeping is. Laat hen een huis vol evangelisten en voorgangers grootbrengen, dan vermenigvuldigen ze zichzelf veel beter. Je eigen kinderen grootbrengen is voor discipelschap veel beter dan proberen kinderen van anderen groot te brengen die pas later in hun leven tot geloof kwamen. Geloof me, want ik probeer allebei te doen. Ik breng mijn eigen kinderen groot, en ik breng de kinderen van anderen groot. Dat is in sommige opzichten een gedoe. En het is makkelijker om je eigen kinderen tot discipel te maken, want je hoeft niet een heleboel dingen ongedaan te maken die ze ergens anders hebben opgepikt.

^p25

Dus, discipelschap: ja, we horen discipelen te maken. De belangrijkste manier waarop vrouwen geroepen zijn om discipelen te maken, is grotendeels, niet zonder uitzonderingen, maar grotendeels, door hun eigen kinderen tot discipel te maken. Een waardevolle zaak: meer christenen voortbrengen voor de volgende generatie. Overigens onderwijzen ze daarmee ook mannen, namelijk de volgende generatie mannen. Door kleine jongens te onderwijzen hebben vrouwen enorm veel invloed op de mannen van de volgende generatie christenen. Paulus is dus niet bang om hen invloed te laten hebben op mannen. Hij is niet bang voor dat soort invloed. Hij wil alleen dat de gemeente aan de wereld de goddelijke orde der dingen uitdraagt en ervan getuigt, want dat is heel belangrijk. Omdat God het zo heeft ingesteld, moeten wij ons erom bekommeren. Het is net zoals God tegen Mozes zei dat hij erop moest letten de tabernakel volgens het voorbeeld te bouwen en daar niet van af te wijken, omdat die getuigde van geestelijke werkelijkheden. Dus ik denk dat Paulus zegt: 'Let erop dat je de gemeente bouwt volgens het voorbeeld, want elke afwijking van het voorbeeld dat God heeft ingesteld, zal de verkeerde boodschap overbrengen.' En dat doet het ook. De kerk van vandaag brengt een heleboel tegenstrijdige boodschappen over aan de wereld, en de meeste daarvan zijn verkeerd. Dus ik zou zeggen: laten we teruggaan naar wat Paulus zei.

^p26

### 7. Opzieners en het beeld van kerkelijk leiderschap

*18:05 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h7*

Laten we 1 Timotheus hoofdstuk 3 opslaan.

^p27

Goed, hoofdstuk 3.

^p28

> [1] Dit is een betrouwbaar woord: als iemand verlangen heeft naar het ambt van opziener, begeert hij een voortreffelijk werk. [2] Een opziener nu moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, beheerst, bezonnen, eerbaar, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen, [3] niet verslaafd aan wijn, niet vechtlustig, niet uit op schandelijke winst, maar welwillend, niet strijdlustig en zonder geldzucht. [4] Hij moet goed leiding geven aan zijn eigen huis, zijn kinderen onderdanig houden, in alle waardigheid. [5] Want als iemand niet weet hoe hij leiding moet geven aan zijn eigen huis, hoe zal hij voor de gemeente van God zorg dragen? [6] Hij mag geen pasbekeerde zijn, opdat hij niet verwaand wordt en daardoor onder het oordeel van de duivel valt.
>
> — 1 Timotheüs 3:1-6

^p29

In onze inleiding heb ik er al op gewezen dat het in het Grieks niet precies zo staat als in de Engelse vertaling die ik gebruik. Daar staat 'in hetzelfde oordeel als de duivel', en het woord 'same', dus 'hetzelfde', is cursief toegevoegd. Letterlijker staat er: 'opdat hij niet in het oordeel van de duivel valt.'

^p30

> Hij moet ook een goed getuigenis hebben van buitenstaanders, opdat hij niet in opspraak komt en in een strik van de duivel terechtkomt.
>
> — 1 Timotheüs 3:7

^p31

Hier hebben we dus de vereisten voor een ambtsdrager in de gemeente, namelijk degene die bisschop wordt genoemd. En ik gebruik het woord 'ambtsdrager' met enige terughoudendheid. Meestal zien we oudsten, voorgangers, bisschoppen of wat dan ook, welke termen we ook gebruiken, als ambtsdragers van de gemeente. Helaas roept het woord 'functionaris' of 'ambtsdrager' in onze cultuur iets op wat het waarschijnlijk niet betekende toen Paulus over deze ambten sprak. Als wij aan een functionaris denken, denken we aan een bestuurder in een onderneming: een topman, een directeur van een bedrijf of iemand in die geest, die een functie bekleedt. En helaas is de kerk in onze tijd, in elk geval in het Westen, een beetje gaan lijken op wereldlijke ondernemingen. En voorgangers functioneren inderdaad een beetje als topmannen van een bedrijf. Er bestaat een soort institutioneel, zakelijk model van de kerk, dat we zijn gaan kennen en als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen.

^p32

Daarom hebben we de neiging om bij oudsten of voorgangers, afhankelijk van het soort kerkbestuur in de kerk waar we naartoe gaan, de leiding te zien als iets vergelijkbaars met de bestuurders van een onderneming. En in feite zijn kerken vaak precies zo ingericht: de oudsten, de raad van beheer of wie dan ook, zijn als bedrijfsbestuurders. Dat is niet altijd zo. Maar helaas is het soms wel zo dat, als het een grote en rijke kerk is, de voorganger of wie er ook de leiding heeft, ook een levensstijl heeft die lijkt op die van een bedrijfsbestuurder. Dit hangt er allemaal mee samen dat we in deze cultuur, naar mijn oordeel, het geestelijke karakter van de gemeente uit het oog verloren zijn. We zijn de gemeente gaan uitleggen aan de hand van zakelijke en institutionele modellen. En die modellen waren, naar mijn idee, vreemd aan de manier waarop Paulus over de gemeente sprak, of over de gemeente dacht, of de gemeente kende.

^p33

In die tijd was de kerk natuurlijk geen machtige, politiek machtige organisatie. Integendeel, ze moest vaak wegduiken voor vervolging, vooral in de eerste drie eeuwen. We weten dat de kerk in de eerste drie eeuwen nooit gebouwen had die ze bezat of die ze voor haar eigen samenkomsten bouwde. Ze kwamen samen in openbare gebouwen of in huizen. Ze hadden dus ook geen bouwbudget.

^p34

We hebben niet veel informatie over hoe de bisschoppen of oudsten en de diakenen precies functioneerden in de vroege gemeente. We hebben een beschrijving van hun karakter. En we hebben hier en daar losse verwijzingen in Handelingen en op een paar andere plaatsen naar hun aanwezigheid of hun bestaan. Maar we weten niet zo heel veel over hoe ze te werk gingen, en dat laat ons natuurlijk ruimte om een beetje te speculeren.

^p35

### 8. Bisschoppen en episcopaal kerkbestuur

*22:20 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h8*

Ik wil je er even op wijzen dat er in de kerk van vandaag drie hoofdvormen van kerkbestuur zijn. Het is duidelijk dat elke kerk die een van deze bestuursvormen heeft, denkt dat dit het bijbelse model is. En dat komt doordat we in de Bijbel eigenlijk zo weinig details hebben over hoe de gemeente georganiseerd was. We kennen wel de namen van sommige leiders van de gemeente, dat wil zeggen de namen van hun ambten: het waren bisschoppen, oudsten, diakenen, enzovoort. Maar nergens hebben we een functieomschrijving van deze mensen, in elk geval geen gedetailleerde.

^p36

Vandaag hebben we kerken met wat we een episcopale bestuursstructuur zouden noemen. Nu is de Episcopaalse Kerk niet de enige kerk die zo bestuurd wordt. Het woord 'episcopaal' komt van het Griekse woord episkopos, en dat betekent bisschop. Eigenlijk betekent het letterlijk opziener. Het voorvoegsel 'epi', E-P-I, betekent 'over' of 'op'. 'Skopos', je raadt wel wat dat betekent: 'zien', zoals in telescoop en microscoop. Dat komt van 'skopos' in het Grieks. 'Episkopos' is dus 'overzien', of een opziener. De letterlijke betekenis van episkopos is een opziener. En het woord 'bisschop' is gewoon een woord dat in onze taal is overgenomen, of in onze taal is gevormd, om dat begrip over te brengen.

^p37

Zoals je ziet, klinkt het woord 'bisschop', zoals wij het opvatten, meestal als een ambt, een soort kerkelijke positie. En het is ook een positie, maar het Griekse woord heeft die bijklank niet. Het is meer een omschrijving van een taak, een functieomschrijving: een opziener, iemand die overziet, die over anderen waakt. Het is meer een functieomschrijving dan een titel, zoals ik het begrijp. Episcopale bestuursvormen vind je vandaag in kerken die bisschoppen hebben. Meestal staat een bisschop boven een groep kerken in zijn bisdom. In elke kerk zijn er dan voorgangers of oudsten of wat dan ook, maar boven het gebied staat een bisschop, en daar ligt het gezag: bij kerkelijke bisschoppen.

^p38

### 9. Bestuur door oudsten of door de gemeente

*24:33 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h9*

Dan is er de presbyteriaanse vorm van bestuur. Die komt van het Griekse woord presbuteros. Presbuteros is het Griekse woord voor oudste. Nu wordt ook oudste in het Nieuwe Testament min of meer als titel gebruikt, voor een ambtsdrager of een leider in de gemeente. Maar presbuteros betekent als woord, etymologisch, gewoon een oudere man. Het is het Griekse woord, in de mannelijke vorm, voor een ouder persoon. Een oudere man, dat is dus wat het woord presbuteros betekent. En het is heel goed mogelijk dat de oorspronkelijke oudsten van de gemeenten precies dat waren: oudere mannen, oudere christenen van het mannelijk geslacht. Vanwege hun leeftijd werden zij gerespecteerd als raadgevers en leraren, en hun wijsheid werd gewaardeerd. Daarom kregen zij een zekere vorm van leiding in de gemeente. Natuurlijk worden hier in dit hoofdstuk eisen gesteld aan hun karakter, maar toch blijft staan dat zij oorspronkelijk waarschijnlijk zowel ouder in leeftijd als ouder in rijpheid waren.

^p39

Het idee van een presbuteros als ambtsdrager komt eigenlijk uit de synagoge. Voordat de gemeente ontstond, was er de Joodse synagoge, en in de synagoge waren oudsten. En het lijkt erop dat de apostelen, door in elke gemeente oudsten aan te stellen, in zekere mate het patroon van de synagoge volgden. Zo waren de gemeenten, de afzonderlijke gemeenten, een beetje gestructureerd zoals de synagogen.

^p40

In de presbyteriaanse vorm van bestuur ligt de macht bij een meervoudig oudstenschap. De oudsten, de presbuteroi, het oudstenschap, is het hoogste gezag in de gemeente. Tegenwoordig is de Presbyteriaanse Kerk daar natuurlijk een goed voorbeeld van, maar er zijn naast de presbyteriaanse kerkgenootschappen ook andere kerken die een presbyteriaanse manier van bestuur volgen. Sterker nog, de meeste gemeenten waar ik de afgelopen jaren ben geweest, hadden min of meer een presbyteriaanse vorm van bestuur, hoewel het geen presbyteriaanse kerken waren, maar juist onafhankelijke charismatische gemeenten. Dat wil zeggen: de oudsten waren de leiders van de gemeente.

^p41

En dan is er natuurlijk wat de congregationalistische vorm van bestuur heet, die min of meer democratisch is. De gemeente is het gezag. Die vorm volgt een Amerikaans democratisch model: iedereen heeft evenveel recht om te zeggen wat er moet gebeuren, iedereen heeft een stem. En zo worden voorgangers erin gestemd en eruit gestemd, wordt er over het beleid van de gemeente gestemd, en in feite beslist de meerderheid. Dat heet de congregationalistische vorm van bestuur.

^p42

Elke gemeente heeft een van deze drie vormen. Of de gemeente heeft het gezag en het is strikt democratisch. Of een groep oudsten heeft het gezag; dat is de presbyteriaanse vorm, en die kunnen we een representatieve vorm van bestuur noemen, omdat de oudsten meestal op de een of andere manier gekozen of aangesteld worden en dan de gemeente vertegenwoordigen en de beslissingen nemen. Of anders is er een episcopale vorm van bestuur, waarbij een soort kerkelijke bisschoppen de beslissingen nemen. Zij zijn het hoogste gezag.

^p43

### 10. Oudsten en bisschoppen als gelijke leiders

*27:59 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h10*

Nu is er hier natuurlijk een probleem, want elk onderscheid tussen episcopaal en presbyteriaans is gewoon een kwestie van woorden. In de vroege gemeente waren de presbuteroi, de oudsten, zoals duidelijk te zien is, dezelfde personen als de bisschoppen. Bisschoppen en oudsten waren gewoon uitwisselbare termen. Daar heb ik eerder op gewezen, en we zullen het opnieuw zien telkens als we de passages behandelen: wie oudsten genoemd worden, zijn dezelfde mensen die bisschoppen genoemd worden. Het zijn gewoon uitwisselbare titels. Oudste zegt iets over hun eerbiedwaardige leeftijd of rijpheid, want oudste betekent gewoon een oudere man. En bisschop zegt iets over hun functie: zij zijn opzieners. Dezelfde persoon was zowel een oudste als een opziener. De oudere broeders hielden doorgaans toezicht op de gemeente, een beetje zoals herders dat doen. En zo vinden we elders, niet hier, aanwijzingen aan de oudsten en opzieners en bisschoppen. Hun wordt gezegd dat ze de kudde moeten hoeden, de kudde moeten weiden. Hun rol is een herderlijke rol.

^p44

En zoals ik geloof ik al eerder zei: in het Nieuwe Testament vind je nooit een gemeente die duidelijk een voorganger heeft. Er zijn gemeenten met vooraanstaande leiders, die waarschijnlijk zoiets waren als de oudere oudsten. In de gemeente in Jeruzalem bijvoorbeeld lijkt Jakobus meer gewicht te hebben dan anderen. Dat komt waarschijnlijk doordat hij gerespecteerd werd vanwege zijn band met Jezus, en de andere oudsten in de gemeente schikten zich min of meer naar hem.

^p45

Ik was oudste in een gemeente in Californië waar alle oudsten echt gelijk waren. De voorganger was gewoon een van de oudsten. We noemden hem alleen voorganger als een concessie, omdat de meeste mensen in de gemeente wilden dat de gemeente een voorganger had. Maar de voorganger zelf vond niet dat hij boven de andere oudsten stond of anders was dan zij. Hij was gewoon een van de oudsten. Maar hij was de oudste man in de oudstenraad, en de rest van ons was geneigd zich naar hem te voegen, gewoon uit respect voor zijn leeftijd. Naar zijn eigen mening had hij niet meer gezag dan wie dan ook; hij had maar één stem onder de oudsten. We waren met z'n achten, en eigenlijk voegde hij zich heel vaak naar ons. Maar wij hadden de neiging ons naar hem te willen voegen, omdat hij een ervarener man was. Hij zat al veel langer in de bediening, en hij was ouder en volwassener, enzovoort. Ik denk dat dit in de vroege gemeente waarschijnlijk niet zo ongewoon was. Hoewel de oudstenraad technisch gezien het leidinggevende lichaam was, waren er misschien in elke groep oudsten een of twee die gewoon volwassener, eerbiedwaardiger en ervarener waren dan de anderen. Ik denk dat Jakobus waarschijnlijk zo iemand was in de gemeente in Jeruzalem. En later waren er zulke mannen in Rome en in Efeze en op andere plaatsen. Polycarpus had later die positie in Smyrna, enzovoort. Hij was de oudste man in de gemeente, en daarom ging men hem de bisschop noemen, hoewel alle oudsten eigenlijk bisschoppen waren. Hij was de bisschop bij uitstek. Hij was de oudste en de wijste man in de gemeente. En hoewel de andere oudsten politiek gezien gelijk aan hem waren, hadden ze ongetwijfeld gewoon respect voor hem. En dus woog zijn woord zwaarder.

^p46

### 11. De bisschop als kerkelijke machthebber

*31:20 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h11*

Dat ontwikkelde zich waarschijnlijk in de derde eeuw tot iets wat meer leek op een functionaris die gewoon meer politieke invloed had omdat hij het ambt van bisschop bekleedde, ongeacht zijn leeftijd, karakter of ervaring. En natuurlijk, nadat Constantijn aan de macht kwam, was het ambt van bisschop gewoon een politiek ambt in de kerk, en het werd bekleed door mensen ongeacht hun karakter. Soms bekleedden mensen dat ambt die niet eens bekeerd waren. Je ziet dus hoe dit zich ontwikkeld heeft, of eigenlijk: hoe het afgegleden is. Oorspronkelijk waren de leiders de volwassenen, de oudsten, de mannen met het beste karakter in de gemeente. Ze hadden hun positie omdat hun hele houding en volwassenheid respect afdwongen. Uiteindelijk, toen de kerk in haar structuur achteruitging, werd het meer een politiek ambt waar mensen naar streefden. Het was helemaal geen geestelijke zaak meer; het was een politieke, institutionele zaak geworden.

^p47

Iemand vroeg: "Dit gaat niet over het onderwerp, maar hoe worden bisschoppen tegenwoordig gekozen in de Episcopaalse Kerk?"

^p48

Ik ben nooit in een kerk geweest die zo'n soort bisschop heeft, dus ik weet niet zeker hoe ze gekozen worden. Anderen hebben er misschien ervaring mee, maar ik weet echt niet hoe ze gekozen worden. Misschien worden ze gekozen door bisschoppen die er al zijn, door een college van bisschoppen of zoiets. Ik weet het echt niet; ik kan het niet zeggen. In de Rooms-Katholieke Kerk worden ze waarschijnlijk benoemd door iemand op een hoger niveau. Ik neem aan dat een kardinaal of zoiets boven een bisschop staat, als ik het goed heb. Is dat een hoger ambt? En ik weet niet wie de kardinalen benoemt. Misschien de paus zelf. Ik weet het niet. Ik ben niet zo thuis in de fijne details van deze verschillende vormen van kerkbestuur. Ik weet alleen dat ze bestaan en dat ze van elkaar verschillen.

^p49

### 12. Oudsten en opzieners zijn dezelfde mensen

*33:13 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h12*

Het woord 'bisschop' heeft beslist een andere betekenis gekregen dan het in de tijd van het Nieuwe Testament had. Toen Paulus het woord 'bisschop' gebruikte, oftewel opziener, gebruikte hij gewoon een woord dat voor hem hetzelfde betekende als 'oudste'. Ik heb hier eerder op gewezen, maar om het even te verduidelijken en helder te maken: in Titus hoofdstuk 1 geeft Paulus opnieuw de vereisten voor opzieners. In Titus 1 vers 5 noemt hij ze oudsten, en in vers 7 noemt hij ze opzieners. De termen worden door elkaar gebruikt. In Titus 1:5 zegt hij:

^p50

> Om die reden heb ik u op Kreta achtergelaten, opdat u verder in orde zou brengen wat nog ontbrak, en van stad tot stad ouderlingen zou aanstellen, zoals ik u opgedragen heb.
>
> — Titus 1:5

^p51

In vers 7 zegt hij:

^p52

> Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een beheerder van het huis van God, niet eigenzinnig, niet opvliegend, niet verslaafd aan wijn, niet vechtlustig, niet uit op oneerlijke winst,
>
> — Titus 1:7

^p53

Op dezelfde manier in Handelingen hoofdstuk 20. Paulus was in Milete en liet de oudsten van de gemeente van Efeze bij zich komen. Hij zei tegen hen:

^p54

> Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.
>
> — Handelingen 20:28

^p55

Dat zijn opzieners, bisschoppen. Het is dus duidelijk dat deze termen door elkaar werden gebruikt. Ik denk dat alle nieuwtestamentici dat nu erkennen, hoewel de traditie dat feit lange tijd heeft verdoezeld, vanwege de traditionele vormen van kerkbestuur die zich hadden ontwikkeld.

^p56

### 13. Leidinggeven als dienen

*34:58 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h13*

Maar wat ik wil zeggen, is dit: de woorden 'oudste' en 'bisschop' wekken, zelfs in de meer vrije, onafhankelijke gemeenten van vandaag, vaak het idee van een bedrijfsdirecteur of een functionaris. En dat is waarschijnlijk geen goede manier voor ons om over hen te denken. In de King James staat in 1 Timotheus 3:1: 'If any man desires the office of a bishop', met het woord 'office', ambt. De New King James zegt: 'If anyone desires the position', met het woord 'position', positie, en dat is waarschijnlijk beter. (De Herziene Statenvertaling heeft hier, net als de King James, 'ambt'.) Het woord voor 'ambt' in het Grieks geeft eigenlijk niet zozeer het idee van een politieke positie, als wel van een functie: een functionele positie, een dienst die wordt verricht. Een oudste of een opziener is niet iemand met bijzondere voorrechten.

^p57

Weet je nog wat Jezus over leiderschap zei? Hij zei:

^p58

> [42] Maar Jezus riep hen bij Zich en zei tegen hen: U weet dat zij die geacht worden leiders te zijn van de volken, heerschappij over hen voeren, en dat hun groten macht over hen uitoefenen. [43] Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn. [44] En wie van u de eerste zal willen worden, die moet dienaar van allen zijn.
>
> — Markus 10:42-44

^p59

Helaas is de gemeente dit uit het oog verloren. De meeste gemeenten waar ik ben geweest, konden die Schrifttekst wel citeren. Toch zijn ze hem uit het oog verloren, en hun leiders lijken meer op het wereldse model van leiders. Ze nemen beslissingen zoals mannen in hoge ambten beslissingen nemen. Maar zoals ik het begrijp, zoals Jezus het leerde, en voor zover ik kan nagaan ook zoals de apostelen het waarschijnlijk begrepen, was een oudste niet iemand die werd aangesteld in een bevoorrechte kaste in de gemeente. Hij was gewoon een oudere, geestelijk rijpere man, die dat had laten zien door meer een dienaar te zijn. Hij werd erkend, officieel of niet officieel, als iemand die je kon vertrouwen om onderwijs te geven in de gemeente. Mensen konden bij hem terecht voor raad en dergelijke, en ze konden hem vertrouwen, omdat hij geestelijk rijp was. Hij was geen man die met zijn ambt zwaaide als met een stok en zei: "Buig, of je wordt eruit gezet." Hij was eerder een man die door zijn karakter respect afdwong, zoals de beschrijving van de oudste duidelijk maakt. En mensen wilden horen wat hij te zeggen had, omdat zijn leven aantrekkelijk was voor wie een godvrezend leven wilde leiden, want hij was daar een voorbeeld van.

^p60

### 14. Verlangen naar de taak van opziener

*37:34 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h14*

Paulus zegt nu:

^p61

> Dit is een betrouwbaar woord: als iemand verlangen heeft naar het ambt van opziener, begeert hij een voortreffelijk werk.
>
> — 1 Timotheüs 3:1

^p62

Je kunt dit op meer dan één manier zien. Misschien zegt hij dat het goed is om naar de positie van opziener te verlangen: dat is een goed verlangen, en ik ben blij te zien dat sommige mensen die positie begeren. Of misschien zegt hij: "Er zijn mensen die naar de positie van opziener verlangen, maar ze beseffen niet waar ze om vragen." De taak van de opziener is een goede taak. Het is een goede functie in de gemeente. Het is goed om opzieners te hebben. Maar misschien zegt hij niet dat het goed is om die positie gretig na te streven. Ik vind het heel goed als je bereid bent in die functie te dienen, als je aan de eisen voldoet en de gemeente dat van je vraagt of je daarvoor nodig heeft. Maar als iemand zegt: "Ik wil opziener worden. Ik wil oudste worden," dan vraag je je af waarom hij dat wil. Is het omdat hij erkenning wil als leider? Zo ja, dan vraag je je af of hij weet wat een leider is in de vroege gemeente, of in de gemeente. Een leider heeft geen machtige, bevoorrechte positie, maar juist het tegenovergestelde. Het is een positie van verantwoordelijkheid. Het vraagt opoffering op een niveau dat van andere mensen niet wordt gevraagd. Het vraagt een hogere mate van heiligheid en reinheid dan van de gemiddelde persoon wordt gevraagd, zoals we hier zien.

^p63

Toch erkent hij wel dat er mensen in het ambt van opziener moeten zijn, of in de positie van oudsten. Sterker nog, hij zegt tegen Titus dat hij hen moet aanstellen. Tegen Timotheus zegt hij niet per se dat hij hen moet aanstellen, maar het lijkt vanzelf te spreken dat hij Timotheus daarom over deze vereisten vertelt. Blijkbaar was Timotheus, net als Paulus bij gelegenheid, in een positie waarin hij oudsten moest toevoegen. Titus was op Kreta, en blijkbaar in een gloednieuwe gemeente, waar hij misschien de allereerste groep oudsten van die gemeente aanstelde. Timotheus was niet in die positie. Timotheus kwam in een situatie terecht waarin een gemeente lang geleden was gesticht door Paulus zelf. Paulus zelf had daar oudsten aangesteld. Maar nu is het misschien een generatie later, en Timotheus is in een positie om misschien enkele van de oudere oudsten te vervangen die gestorven waren. En er was nu behoefte aan een groter aantal mannen in die positie. Dus moest Timotheus misschien een nieuwe generatie oudsten aanstellen; er moesten een paar oudsten van de tweede generatie worden aangesteld. En dus vertelt Paulus hem precies wat voor mannen hij moet kiezen.

^p64

### 15. Geschikte oudsten vinden volgens Paulus

*40:15 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h15*

Als je deze lijst leest, staat er in zekere zin niets in de lijst van vereisten wat niet voor alle christenen zou moeten gelden. In een ander opzicht is het zo'n verheven lijst, dat het moeilijk is om in sommige gemeenten zelfs maar één man te vinden die echt aan al deze vereisten voldoet. Dat is wel vreemd. Want aan de ene kant zou eigenlijk elke christen alles moeten zijn wat er hier van een oudste wordt gezegd. Aan de andere kant is het heel moeilijk om in sommige gemeenten ook maar één persoon te vinden die consequent zo is. En we moeten ons afvragen: als een gemeente oudsten gaat hebben, hoe streng houden we dan vast aan de eis dat ze op al deze punten voldoen? Ik zou zeggen: zo streng als we kunnen. Als er een gemeente bestaat waarin eigenlijk niemand is die aan al deze dingen voldoet, dan zou die gemeente misschien niet moeten bestaan. Misschien zou die gemeente zich moeten opheffen, en zouden ze een gemeente moeten zoeken waar de oudsten, Bijbels gezien, geschikt zijn om leiders in de gemeente te zijn.

^p65

Aan de andere kant weet ik toevallig uit gesprekken met mensen die veel verschillende gemeenten hebben bezocht, meer dan ik, dat het soms moeilijk kan zijn om in een hele stad een gemeente te vinden met oudsten die aan deze vereisten voldoen. Het is bijvoorbeeld moeilijk om christelijke mannen te vinden van wie het gezin helemaal op orde is. Of mannen aan wie je niet zou kunnen verwijten dat er in hun leven in zekere zin sporen van hebzucht te zien zijn. Hun levensstijl is misschien wat welvarender dan die van Jezus of de apostelen, en het zou niet duidelijk zijn of we zo iemand hebzuchtig kunnen noemen of niet. Veel godvrezende mensen hebben in hun leven meer dan één vrouw gehad, en dan is de vraag interessant wat het betekent om de man van één vrouw te zijn. Wat ik dus wil zeggen, is dat het in onze cultuur, en zelfs in onze gemeenten, onze evangelische gemeenten, vaak niet makkelijk is om in een gemeente een groep mannen te vinden die aan deze vereisten voldoen. En dan staan we voor een dilemma. Moeten we dan maar helemaal geen oudsten hebben? Of moeten we het beste nemen wat we hebben, de mannen zoeken die deze maatstaf het dichtst benaderen, en er gewoon op vertrouwen dat God aanvult wat de gemeente door hun tekortkomingen zal missen? Ik weet het antwoord daarop niet. Ik zou zeggen dat de gemeente zeker een of andere vorm van leiderschap nodig heeft, al hoeven die leiders niet per se formeel aangesteld te zijn.

^p66

In de vroege gemeente stelde Paulus wel oudsten aan. Hij zei tegen Titus dat hij oudsten moest aanstellen, enzovoort. Maar hij vertelde hun ook wat de vereisten moesten zijn. Stel dat je in een groep zit waarin niemand helemaal aan die vereisten voldoet. Tja, dan moet je misschien niemand aanstellen in het ambt van oudste. Maar dat betekent niet dat er in die kring geen rijpere christenen zouden zijn bij wie je om raad gaat, of op wie je vertrouwt voor onderwijs. Het is een moeilijke kwestie. We staan ver af van de situatie die Paulus beschreef, of die Paulus kende.

^p67

### 16. Het nieuwtestamentische gemeentemodel herstellen

*43:16 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h16*

In veel situaties heb ik bijna de hoop opgegeven dat we zelfs maar zouden kunnen herstellen wat Paulus ooit zei. Paulus zei bijvoorbeeld dat er in elke stad maar één gemeente is. Er zijn tegenwoordig veel mensen die zeggen dat er nog steeds maar één gemeente per stad zou moeten zijn. Veel mensen knikken dan en zeggen: 'Ja, dat is het patroon van het Nieuwe Testament.' Maar hoe ga je dat doen? Wie gaat die gemeente leiden? Gaat de baptistenvoorganger haar leiden, of de oudsten van de presbyteriaanse kerk? Of hoe zit het met de leiders van de Nazarenen, of de leiders van de mennonieten, of wie dan ook? Als we zeggen: 'Goed, er is maar één gemeente in de stad', welke leiders gaan we dan erkennen? Nou, de baptisten zullen natuurlijk wel wat moeite hebben met de leiding van de Assemblies of God. En de Nazarenen zullen wel wat moeite hebben met de methodisten, of eigenlijk niet zozeer de methodisten, laten we zeggen met de presbyteriaanse leiding.

^p68

Het is heel moeilijk te zeggen of we ooit naar die situatie terug kunnen keren. Tenzij vervolging gewoon alle scheidsmuren doet verdwijnen, of iets dergelijks, en misschien is dat ook wat ervoor nodig is. Maar ik vraag me soms af: is het voor de hedendaagse kerk eigenlijk wel mogelijk om de maatstaf te volgen waarover we in het Nieuwe Testament lezen? Er is zoveel anders. En ik zou zeggen: ook al is het niet helemaal mogelijk, toch moeten we proberen die maatstaf zo dicht mogelijk te benaderen. En als we er precies aan kunnen voldoen, dan des te beter.

^p69

Wat het aanstellen van oudsten betreft, vind ik echt dat wat Paulus schreef de maatstaf moet zijn. Wanneer iemand in de gemeente in aanmerking komt om oudste te worden, moeten we zeggen: 'Goed, laten we naar de maatstaf kijken.' Schiet hij op één punt op de een of andere manier tekort, dan moeten we ons afvragen: moeten we daaraan vasthouden, of nemen we genoegen met degene die er het dichtst bij komt? Het is een moeilijke beslissing.

^p70

### 17. Geestelijk karakter boven formele opleiding

*45:18 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h17*

Maar het probleem dat we in de hedendaagse kerk wel zien, is dat leiders, of ze nu voorgangers, oudsten, bisschoppen of wat dan ook genoemd worden, niet per se het hoogste niveau van karakter vertegenwoordigen dat in hun gemeenten te vinden is. Er zijn leden in de gemeente die heiliger zijn dan sommige voorgangers. Dat zie je aan de manier waarop ze zich vermaken, de manier waarop ze hun geld uitgeven, de manier waarop ze hun gezin opvoeden, en veel van dat soort kwesties, waarvan Paulus aangaf dat het belangrijke kwesties zijn.

^p71

Helaas berusten de vereisten voor leiderschap in de gemeente tegenwoordig vaak op heel andere gronden dan wat Paulus hier noemt. In sommige kerkgenootschappen is een theologische opleiding het enige wat nodig is om als voorganger aangesteld te worden, ongeacht of je geestelijk rijp bent. En het ironische is natuurlijk dat de meeste afgestudeerden van zo'n opleiding jong zijn. Toch krijgen ze soms de leiding over gemeenten die vol zitten met oude heiligen. Voor mij is dit ijdelheid en kwelling van de geest, een najagen van wind. Net als Salomo word ik daar heel somber van. Een jonge man die uit eigen ervaring nog helemaal niets van bediening weet, en wiens eigen karakter nog geen enkele kans heeft gehad om beproefd te worden, wordt voorganger en algemeen directeur van een gemeente vol oude heiligen. Heiligen die tien keer zoveel als hij weten over het leiden van een christelijk leven, en die dat leven ook beter leiden dan hij. Dit staat ver af van wat Paulus in de gemeenten zou hebben toegestaan.

^p72

En tegenwoordig, nu er kerkgenootschappelijke normen en dergelijke zijn, hoeft iemand natuurlijk vaak alleen maar aan de formele eisen te voldoen om voorganger of oudste te worden. Die normen hebben vaak heel weinig te maken met de vraag of het gezin van deze man op orde is, of hij niet hebzuchtig is, of hij in alle opzichten heilig is, en of alles aan zijn leven een voorbeeld is dat de gelovigen kunnen volgen. Ook niet met de vraag of hij als een vader is voor de gemeente, en of hij een van de oudere mannen is met een geschiedenis van succes in zijn christelijke leven. Als ik succes zeg, bedoel ik succes in heilig zijn. Dat zijn de punten waarover Paulus zich bezorgd toont. Maar het zijn niet de punten die in de meeste gemeenten vandaag echt als criteria dienen bij de keuze van oudsten, zelfs niet in bijbelgetrouwe evangelische gemeenten. Ik zeg dat deels omdat het soms moeilijk is om ook maar één persoon in de gemeente te vinden die aan al deze vereisten voldoet. Je vindt misschien een heel heilig persoon, maar zijn kinderen volgen de Heere niet, dus volgens deze lijst valt hij af. Daarom ben ik geen oudste. Ik wil ook geen oudste zijn, en ik denk niet dat ik ooit oudste kan of zou moeten zijn. Ik geloof niet dat ik volgens deze lijst in aanmerking kom. De meeste dingen op de lijst kan ik lezen zonder me aangesproken te voelen. Maar bijvoorbeeld op dit moment dienen niet al mijn kinderen God. En ik vind niet dat ik als voorbeeld voor een gemeente moet worden neergezet, als voorganger en leider van die gemeente, als ik niet naar elk lid van mijn gezin kan wijzen en zeggen: 'Zo hoort jouw gezin eruit te zien.' Dus ik kom niet in aanmerking. En toch heb ik het gevoel dat ik in veel opzichten meer in aanmerking kom dan heel wat voorgangers onder wier prediking ik heb gezeten. Het is gewoon moeilijk. Het is echt moeilijk om iemand te vinden die aan al deze criteria voldoet.

^p73

### 18. Oudsten als voorbeelden voor alle christenen

*48:58 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h18*

En tegelijk, zoals ik al zei, hoewel het moeilijk is om er ook maar één te vinden, zou alles op deze lijst voor alle christenen moeten gelden. Hier wordt geen norm vastgelegd voor een speciale categorie van extra toegewijde mensen, voor wie de eisen strenger zijn dan de eisen van een gewoon christelijk leven. Het is gewoon zo dat alle christenen in zekere mate tekortschieten ten opzichte van de norm. Je moet oudsten kiezen die minder tekortschieten dan anderen. Het idee is dat alles wat van een oudste gezegd wordt, eigenlijk ook voor andere mensen geldt. Maar de werkelijkheid is dat de meeste christenen niet volgens deze normen leven. Daarom moeten er oudsten gekozen worden die zo dicht mogelijk bij de norm zitten, of er zo mogelijk precies aan voldoen, omdat zij een rolmodel zijn voor andere christenen. Want kijk, als je een oudste kiest die op een van deze punten wat minder dan volmaakt is, dan kies je een rolmodel dat tekortschiet ten opzichte van wat een christelijk rolmodel zou moeten zijn.

^p74

Dat wil niet zeggen dat we heel kritisch moeten zijn op oudsten die niet volmaakt zijn, net zo min als we heel kritisch moeten zijn op andere mensen die niet volmaakt zijn. Maar het wenselijke doel is dat de leiders van de gemeente mensen zijn naar wie je kunt wijzen. Als iemand vraagt: 'Hoe hoort een christen te zijn?', dan kun je zeggen: 'Kijk hier eens. Hier zijn een paar voorbeelden van hoe christenen horen te zijn.' Deze mannen staan als het ware aan het hoofd van de gemeente. Dat wil zeggen: ze leiden haar, nemen beslissingen, onderwijzen en voeden de gemeente. Zij moeten mensen zijn van wie zowel de woorden als het voorbeeld een goed beeld geven van waar alle christenen naar zouden moeten streven. En het feit dat zij dichter bij dat doel gekomen zijn dan de gemiddelde christen, laat hopelijk zien dat het een bereikbaar doel is. En misschien kunnen ze ons ook adviseren hoe we er zelf komen, omdat zij er gekomen zijn. Het idee hier is dus dat een oudste gewoon een consequentere christen moet zijn dan de gemiddelde christen. Meer is het niet.

^p75

### 19. Leiders kiezen uit de eigen gemeente

*51:11 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h19*

Merk op dat er niets gezegd wordt over speciale wetenschappelijke scholing. Er wordt niets gezegd over scholing in hermeneutiek, apologetiek en homiletiek. Theologische opleiding? Ze moeten wel bekwaam zijn om te onderwijzen. Maar het is heel duidelijk dat sommige mensen met een theologische opleiding niet zo goed kunnen onderwijzen. Ze onderwijzen niet goed. En sommige mensen zonder enige theologische opleiding onderwijzen heel goed. Dus de vroege kerk had duidelijk geen seminaries nodig om voorgangers voort te brengen.

^p76

Ik begrijp het zelfs zo dat ze niet eens voorgangers leenden van andere gemeenten. Tegenwoordig gaat het in gemeenten meestal zo: de voorganger neemt ontslag of overlijdt, of er gebeurt iets anders, of hij raakt in opspraak. De gemeente zoekt dan een nieuwe voorganger, en ze bellen een andere gemeente van hetzelfde kerkgenootschap. Of ze bellen het hoofdkantoor in Springfield of ergens anders en zeggen: 'Luister, we zijn onze voorganger kwijt. Hebben jullie er nog eentje rondlopen die een gemeente nodig heeft?' En dan zeggen ze: 'Nou, we sturen drie kandidaten, en jullie kiezen er een uit.' En zo komen er verschillende mannen langs om proef te preken voor die positie, en het zijn vreemden voor de gemeente. En op de een of andere manier moet de beroepingscommissie dan, op grond van een of twee representatieve preken, beslissen: 'Wordt deze man de volgende voorganger van deze gemeente?' Zo worden die beslissingen meestal genomen. En sommige gemeenten verslijten om de twee of drie jaar een nieuwe voorganger. Ze kiezen namelijk een man, en het enige wat ze van hem weten, is dat ze twee preken van hem gehoord hebben toen hij kandidaat was. Hij had twee goede preken; meer had hij niet. Ze kozen hem, en hij bleek geen goede man te zijn. Dus vervangen ze hem, en drie jaar later wordt er op dezelfde basis weer een andere man gekozen. Het is absurd.

^p77

Zoals ik het begrijp, werden de oudsten, dat wil zeggen de leiders en voorgangers van de gemeente, gekozen uit de eigen gelederen van de gemeente. Het waren mannen met een goede naam, van wie het karakter bekend was, en die voor de mensen al een soort oudsten waren. Ze werden al erkend als oudere, rijpere, meer standvastige christenen. Ze hadden al laten zien dat ze enige aanleg hadden om te onderwijzen en de gemeente goede raad te geven, enzovoort. Daarom werden ze gewoon formeel erkend: dit zijn de mannen die we onze oudsten gaan noemen. Dit zijn de mannen aan wie we de taak gaan geven om deze gemeente te hoeden. En daarom hoefden ze geen mannen van buitenaf binnen te halen. Sommige moderne gemeenten hebben trouwens ingezien dat dit nodig is, en sommige gemeenten volgen dit beleid nu ook echt. Het is nog steeds een minderheid, maar ik heb gemeenten gezien en van gemeenten gehoord die er echt hun doel van gemaakt hebben dat ze geen vervangende voorgangers van buitenaf gaan binnenhalen. Ze gaan leiderschap opbouwen uit hun eigen gelederen, en dat is volgens mij in overeenstemming met het patroon van het Nieuwe Testament. En dat blijkt ook duidelijk uit wat Paulus hier zegt. Timotheus zou geen sollicitatiegesprekken gaan voeren met een paar mannen uit Antiochië die voorganger van de gemeente in Efeze wilden worden. Er waren mannen in Efeze uit wie hij moest kiezen. Op dat moment waren ze gewoon leden van de gemeente, maar ze moesten gekozen worden omdat ze de voorbeeldige leden waren. En daarom moesten ze erkend worden als leiders in de gemeente.

^p78

### 20. Onberispelijk zijn en je karakter laten kennen

*54:48 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h20*

Nou, laten we de vereisten hier eens vrij nauwkeurig bekijken.

^p79

> Een opziener nu moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, beheerst, bezonnen, eerbaar, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen,
>
> — 1 Timotheüs 3:2

^p80

'Onberispelijk' suggereert dat je eigenlijk niets kunt vinden om hem op te bekritiseren. Er is eigenlijk niets wat jij, of zelfs een ongelovige, eerlijk gezegd tegen hem kan inbrengen. Nu zeg je misschien: 'Nou, dat is wel erg veel gevraagd. Er bestaan geen volmaakte mensen.' Maar al bestaan er geen volmaakte mensen, er zijn wel mannen die zo rijp en zo volmaakt zijn dat je hun zwakke kantjes eigenlijk niet kunt ontdekken. Hun fouten zijn misschien worstelingen in hun gedachten. Misschien worstelen ze nog met zonden in hun gedachten of dat soort dingen, waar ze tegen strijden. Maar in de kern is hun uiterlijke karakter consequent een goed voorbeeld. Ik ken zulke mannen. Ik ken mannen in wier karakter ik geen enkele fout kan vinden. Nu kennen zij zichzelf beter dan ik ze ken. Ze weten dat ze niet volmaakt zijn. Ze kennen hun innerlijke worstelingen en verborgen zonden enzovoort. Maar het punt is: voor wie hen moet kiezen, is er zichtbaar niets mis met hen.

^p81

Nu zeg je misschien dat een goede huichelaar dan in die positie zou kunnen komen. Hij kan vanbinnen immers een rotzak zijn en vanbuiten een rein leven leiden. Maar dat is nu juist het punt van iemand kiezen uit de eigen gelederen van de gemeente. Het is moeilijker om mensen voor de gek te houden als je met ze samenleeft en ze jou jarenlang, jaar in jaar uit, gadeslaan. Als je vanbinnen echt verdorven bent, zal dat zich gaan weerspiegelen in bepaalde gedragspatronen. Het is waar: een kandidaat-voorganger die net van het seminarie komt en die de gemeente niet kent, kan komen en een paar weken lang een goede show opvoeren. Hij kan de mensen de indruk geven dat hij de geschikte man voor deze taak is. En dat is nu precies het probleem. Huichelarij is mogelijk wanneer je oordeelt op grond van de uiterlijke schijn. Maar het is minder waarschijnlijk dat iemand daarmee wegkomt als hij een van de oprichters van de gemeente is, als hij er al jaren is, als iedereen hem gadeslaat en als hij bekend is. Je kunt met zijn gezin gaan praten. Dat zou eigenlijk ook moeten.

^p82

### 21. Maatschappelijk aanzien als verkeerde maatstaf

*57:12 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h21*

Je moet een oudste niet kiezen omdat hij in de samenleving een hoge economische positie heeft, en dat is precies wat gemeenten vaak doen. Ik zeg het niet graag, maar je weet ook dat het waar is. Misschien heb je zelf in zo'n gemeente gezeten. Zo niet, dan moet je weten dat het voorkomt. Er zijn gemeenten die hun oudsten kiezen omdat het de vooraanstaande mannen in het openbare leven zijn, of de rijkste mannen in de gemeente, of wat dan ook. Ik wil niet zeggen dat er bijbedoelingen zijn bij de keuze van zulke mannen. Maar sommige voorgangers onder wie ik gediend heb hadden dit beleid. Niet veel, maar genoeg om me te laten weten dat ze bestaan. Hun beleid was: zie je iemand die je in de gemeente wilt houden, geef hem dan een positie. Iemand die je niet graag zou kwijtraken uit je gemeente, geef je een positie waardoor het moeilijker voor hem wordt om te vertrekken. En dat is wat ze doen. Je zult gemeenten tegenkomen waar elke oudstenpositie bezet is door iemand die in de plaatselijke politiek zit, of door een buitengewoon succesvolle zakenman. Terwijl Paulus spreekt over mensen die niet hebzuchtig zijn, niet belust op winst. En toch worden sommige mannen tot oudste gekozen juist omdat ze hebzuchtig zijn, en omdat ze belust zijn op winst, en omdat ze welgesteld zijn, en omdat ze een goede indruk maken in de samenleving en de gemeente financieel veel te bieden hebben. Zo is het niet bedoeld.

^p83

Eric, jij wilde iets zeggen.

^p84

‘Nou, wat betreft die kerkgenootschappen, Springfield en het vertrek van de voorganger: bij die drie mannen, die kandidaten, spelen ook hun twee seminaries en hun achtergrond en geschiedenis mee. Daar moeten we ook aan denken, want het lichaam van onze Heere is één lichaam. En ze zijn... je weet wel... Waar ik laatst was... ik was... Robert Jones — niet, je weet wel, de...’

^p85

De naam in deze zachte publieksopmerking is onzeker. Ook het afgebroken slot is in de bron niet volledig duidelijk; de verstaanbare aanzet is behouden.

^p86

### 22. Beroepingscommissies en het kiezen van oudsten

*59:16 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h22*

Heel waar. Een beroepingscommissie die nu eenmaal een kandidaat-voorganger moet kiezen, moet natuurlijk heel zorgvuldig kijken. Niet alleen naar hoe goed de kandidaat preekt als hij jouw gemeente bezoekt, maar ook naar waarom hij zijn vorige gemeente verlaten heeft. Wat was daar het probleem? Hoe waren daar zijn verhoudingen?

^p87

Staat er iets in de Bijbel over beroepingscommissies? Nee, er zijn geen beroepingscommissies. De leiders van gemeenten werden blijkbaar niet door beroepingscommissies gekozen, maar door apostelen. Dat is nog een probleem dat we vandaag hebben. Het is moeilijk om levende apostelen aan te wijzen. Daarom is het moeilijk om een andere manier te bedenken om oudsten te kiezen dan via beroepingscommissies, of gewoon via de algemene instemming van de gemeente. Er is bijvoorbeeld een mennonitische gemeente hier in de buurt, die nu niet meer mennonitisch is, maar zij doen het ongeveer zo goed als wie dan ook, denk ik. Ze hebben een presbyteriaanse bestuursvorm. De oudsten besturen de gemeente, om het zo te zeggen. Hun beleid is dit: als ze vinden dat ze oudsten nodig hebben, stellen ze de namen voor van een aantal mannen uit de gemeente die volgens hen tot de meest geschikten behoren. Ze laten die namen rondgaan in de gemeente. Ze vragen de gemeente om daarover te bidden en te reageren: kun je deze mannen bevestigen als leiders in de gemeente? Als de reacties steeds positief zijn, gaan ze meestal verder en stellen ze de oudste aan. Ik denk dat dat een goede manier is. Het is niet zo goed als wanneer een apostel het doet, maar omdat we hier ter plaatse geen apostel hebben, is het waarschijnlijk het beste alternatief. Het komt er eigenlijk op neer dat je vraagt: "Willen jullie deze man volgen?" Als hij oudste is, moet hij een leider zijn. Ben je bereid hem te volgen? Zie je zijn karakter en zijn geestelijk leven op een niveau dat je zou kunnen volgen? Als de gemeente ja zegt, is de kans groot dat hij geschikt is voor die positie.

^p88

Iemand vroeg: "Er staat 'niet verslingerd aan wijn'. Betekent dat alleen dronkenschap?" Daar komen we nog op. Ik moet deze eigenlijk een voor een behandelen. Laat ik dat doen.

^p89

Onberispelijk wijst er dus op dat er geen openlijk, zichtbaar wangedrag is, geen schandalen in zijn leven, niets waar iemand echt met de vinger naar kan wijzen en kan zeggen: "Noem jij dat een christen?" Een oudste moet iemand zijn naar wie ze kunnen wijzen en zeggen: "Noem jij dat een christen?" En dan zeg jij: "Dat is precies wat ik een christen noem. Sterker nog, dat is wat Jezus een christen noemde. Dat is wat Paulus een christen noemde." Hij moet het beste voorbeeld van een christen zijn dat je kunt vinden.

^p90

### 23. De man van één vrouw: weduwnaars en hertrouwen

*1:02:01 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h23*

Ten tweede: de man van één vrouw. Dit komt vroeg aan bod bij de vereisten, al gaat hij wat later uitgebreider in op het huwelijksleven en het gezinsleven van deze man. Vers 4 en 5 werken dat natuurlijk verder uit. Maar al vroeg noemt hij dat hij de man van één vrouw moet zijn. Nu, over de betekenis van deze uitdrukking zijn bijbelgeleerden het lang niet eens. Er zijn veel verschillende meningen. Sommigen geloven dat Paulus zegt dat de man in zijn hele leven maar één keer getrouwd mag zijn geweest. Met andere woorden: hij mag niet gescheiden en hertrouwd zijn. Op grond hiervan hebben bepaalde kerkgenootschappen het beleid dat geen enkele man predikant in hun kerk kan zijn als hij gescheiden en hertrouwd is, ongeacht de omstandigheden. Hij is de man van meer dan één vrouw geweest, en daarom is hij niet de man van één vrouw.

^p91

Maar dat is niet erg logisch, bijvoorbeeld als de man weduwnaar is geworden en hertrouwd is. De Bijbel leert beslist dat er helemaal niets mis is met weduwnaar worden en hertrouwen. Er is geen enkele reden waarom dat een slecht voorbeeld zou zijn, of op enige manier onheilig, of iets dergelijks. Sterker nog, de Bijbel staat het hertrouwen van weduwen toe. En verderop in deze brief moedigt hij de weduwen, de vrouwen dus, aan om te hertrouwen, hoewel hij zegt dat de oudere weduwe de vrouw van één man moet zijn geweest. Dat is interessant. We zijn er nog niet aan toe, maar in hoofdstuk 5 spreekt hij over weduwen die door de gemeente worden onderhouden. Hij zegt: zet hen niet op de lijst, tenzij ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. Het lijkt bijna op de voorwaarden voor oudsten. Een van de voorwaarden is dat de weduwe ouder is dan zestig en dat ze de vrouw van maar één man is geweest. Als 'de vrouw van maar één man' nu betekent dat ze in haar hele leven maar één man gehad mag hebben, dan doet Paulus de jongere weduwen geen plezier als hij zegt: hertrouw. Hij zegt:

^p92

> Ik wil dan dat jonge weduwen trouwen, kinderen krijgen, hun huis besturen en aan de tegenpartij geen aanleiding tot laster geven.
>
> — 1 Timotheus 5:14

^p93

Want als ze na hun hertrouwen toevallig opnieuw weduwe worden, dan kunnen ze niet door de gemeente worden onderhouden, omdat ze niet de vrouw van maar één man zijn geweest, snap je. Dus ik vermoed dat Paulus niet echt zegt dat ze onder geen enkele omstandigheid meer dan één echtgenoot in hun leven gehad mogen hebben. Als ze bijvoorbeeld weduwe zijn geworden en hertrouwd zijn, dan is dat geen smet op hun karakter. Daar is niets immoreels aan. Daar is zelfs niets minderwaardigs aan.

^p94

Het kan betekenen, en sommigen vatten het zo op, dat het niet slaat op weduwnaars die hertrouwen, maar op mensen die op onrechtmatige wijze een tweede huwelijk zijn aangegaan. Misschien zijn ze van hun vrouw gescheiden. En in bijbelse tijden was scheiden heel gemakkelijk, op vrijwel elke grond, net als vandaag. Er zullen ongetwijfeld veel mensen tot bekering zijn gekomen die op twijfelachtige gronden waren gescheiden en toch waren hertrouwd. Juist de onduidelijkheid rond de rechtmatigheid van hun scheiding en hertrouwen zou het daarom onwenselijk maken om hen vooraan te zetten als voorbeeld voor de gemeente. Want er zou twijfel zijn over de rechtmatigheid van hun tweede huwelijk. En dus bedoelt hij misschien gewoon dat ze niet de man van meer dan één vrouw tegelijk moeten zijn, om het zo te zeggen. Als het vorige huwelijk door een scheiding is beëindigd, maar niet op rechtmatige wijze, dan hebben ze in zekere zin nog steeds hun eerste vrouw. En nu zijn ze hertrouwd, dus nu hebben ze twee vrouwen. Ze wonen misschien maar met één samen, maar in Gods ogen hebben ze er twee, en dat is verkeerd. Als dat de juiste uitleg is, dan heeft een man die op bijbelse gronden gescheiden en hertrouwd is, nog steeds maar één vrouw. De Bijbel geeft aan dat een scheiding een huwelijk wel degelijk beëindigt. En een man die op bijbelse gronden van zijn vrouw gescheiden is, heeft niet nog steeds een vrouw. Dus sommigen zouden zelfs gescheiden en hertrouwde mensen beschouwen als de man van één vrouw, in die zin dat ze maar één vrouw tegelijk hebben.

^p95

### 24. Polygamie bij bekeerlingen en oudsten

*1:06:20 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h24*

Het idee van maar één vrouw tegelijk brengt ook de groep mensen in beeld die denken dat hij polygamie onder oudsten verbiedt. Nu zou je kunnen zeggen dat het vanzelf spreekt dat een oudste geen polygamist moet zijn met meer dan één vrouw tegelijk. Maar in de antieke wereld sprak dat niet vanzelf. Want er waren ongetwijfeld christenen die naar het ambt van oudste zouden kunnen streven en die wel meer dan één vrouw hadden. Dat wil niet zeggen dat het voor christenen normaal, goed of juist is. Maar sommigen van hen waren misschien polygamist voordat ze tot geloof kwamen. Stel dat iemand meer dan één vrouw heeft gehad in een situatie waarin dat wettig is, cultureel aanvaard, en in de Schrift zelfs helemaal niet rechtstreeks verboden, en dat hij dan tot bekering komt. De Schrift geeft de gemeente geen grond om te zeggen: 'Je moet van al je vrouwen scheiden op één na. Je mag alleen je eerste vrouw houden; de rest moet je wegsturen. Ook als je kinderen hebt bij de andere vrouwen, en ook als je eerste vrouw onvruchtbaar is gebleken of wat dan ook, moet je al je vrouwen wegsturen behalve je eerste.' De gemeente kan dat niet op bijbelse grond eisen.

^p96

Nu hebben we in onze samenleving geen polygamisten, dus hier is het geen probleem waar we vaak mee te maken hebben. Maar op sommige zendingsvelden bestaat dat probleem wel. Christelijke zendelingen zijn er op het zendingsveld vaak mee geconfronteerd, in stamgebieden waar de stamhoofden twintig vrouwen hebben, of tien, of iets dergelijks, en dan komen die stamhoofden tot geloof. Wat is daar het beleid? Verschillende zendingsorganisaties hebben daar verschillend beleid over. Naar mijn mening moet het stamhoofd niet van zijn vrouwen scheiden. Hij is wettig met hen getrouwd. Salomo en David waren wettig getrouwd met meerdere vrouwen, en de Bijbel zegt nergens dat ze van hen moesten scheiden om in het reine te komen met God. Jakob trouwens ook niet. En Abraham trouwens ook niet, die bijvrouwen had. We moeten aannemen dat polygamie zeker niet Gods plan voor het huwelijk is, en dat God nooit bedoeld heeft dat mensen polygamisten zouden zijn. Toch heeft Hij het nooit uitdrukkelijk verboden. En daarom: stel dat iemand christen wordt die in een huwelijkssituatie leeft die onder de maat is, zoals polygamie. Dan is het een groter kwaad om van hem te eisen dat hij scheidt van vrouwen aan wie hij geloften heeft gedaan, dan om hem eenvoudig te zeggen dat hij voor die vrouwen een trouwe echtgenoot moet zijn. Polygamie is blijkbaar niet het ergste kwaad, maar het is zeker onder de maat. Christenen moeten er niet naar streven polygamist te zijn, en je moet een christen die polygamist is niet als oudste aanstellen, want hij houdt de gemeente een verkeerde norm voor.

^p97

### 25. Polygamie in de vroege kerk en de uitleg ervan

*1:09:09 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h25*

Nu zou je kunnen zeggen: 'Maar werd polygamie in de tijd van het Nieuwe Testament echt nog beoefend?' We weten dat het in de tijd van het Oude Testament zo was, maar in het Nieuwe Testament lezen we eigenlijk niet over polygamie. Kan Paulus het hier dan echt daarover hebben? Ik heb op dit punt een paar interessante citaten van Barclay. Hij citeert uit een oud document van de kerk dat de Apostolische Canons heet. Het is blijkbaar een apocrief boek, en het heeft enig gezag, al is het niet canoniek. Het hoort niet in de Bijbel thuis. Maar het heet de Apostolische Canons, het stamt uit een heel vroege periode van de kerk, en daarin staat: 'Wie na zijn doop in twee huwelijken verwikkeld is, of wie een bijvrouw heeft genomen, kan geen episkopos zijn', dat wil zeggen een opziener. Een heel vroege kerkelijke traditie, kort na de tijd van de apostelen, hield dus vast dat iemand geen opziener kon zijn als hij na zijn doop een bijvrouw of twee vrouwen had. Dat wijst er zeker op dat de vroege christenen de woorden van Paulus hier zo uitlegden dat polygamie voor een episkopos, een opziener, verboden was.

^p98

Op dezelfde manier citeert Barclay Josephus, die natuurlijk geen christelijke schrijver was, maar een Jood uit de eerste eeuw. Josephus wijst erop dat polygamie in de eerste eeuw onder de Joden nog steeds werd beoefend. Hij zei in feite dat sommige Joden nog steeds polygamie beoefenden. En Justinus de Martelaar, een heel vroege kerkvader, zei, en ik citeer hem hier: 'Het is voor een Jood zelfs nu nog mogelijk om vier of vijf vrouwen te hebben.' Justinus de Martelaar schreef dus in de tweede eeuw, en hij was een leider in de kerk. Hij erkende dat de Joden van zijn tijd nog steeds polygamie beoefenden, soms zelfs met vier of vijf vrouwen. Niet per se de christenen, maar de Joden. Dat vertelt ons dat de samenleving waaruit de kerk mensen bekeerde, in veel gevallen een polygame samenleving was. Josephus bevestigt het, Justinus de Martelaar bevestigt het, en de Apostolische Canons wijzen erop. Daarom is het mogelijk, en zo lijken de Apostolische Canons het ook te hebben uitgelegd, dat Paulus met 'man van één vrouw' bedoelde: maar één tegelijk. Dat er dus in de gemeente misschien bekeerlingen waren met meer dan één vrouw, maar dat zij niet in aanmerking moesten komen voor het ambt van oudste. De oudsten moeten een maatstaf zijn van wat normaal is voor het christendom, en je moet een man die opeenvolgende of meerdere huwelijken heeft, niet als voorbeeld voor anderen neerzetten.

^p99

Er werd een vraag gesteld: 'Zelfs in de eerste eeuw, en terug tot Salomo en David, was de samenleving niet zo verdorven. Misschien waren ze polygamisten, maar sliepen ze met meer dan één? Sliepen ze met mensen buiten hun huwelijken?' Je bedoelt: sliepen ze maar met één vrouw, maar hadden ze er verscheidene onofficiële? Dat weet ik echt niet. Ik heb wel dingen gelezen die erop wijzen dat zowel de Joodse als de heidense samenleving in die tijd moreel behoorlijk losbandig waren, en ik kan daar echt niet met veel gezag over spreken. Maar ik zeg wel, op grond van deze citaten, dat er sterke redenen zijn om aan te nemen dat polygamie in de samenleving nog steeds speelde in de tijd dat de apostelen schreven. En als dat gold voor de samenleving in het algemeen, dan zullen er ongetwijfeld ook polygame mensen de gemeente zijn binnengekomen, want de bekeerlingen tot het christendom vormden een doorsnede van de samenleving. En Paulus zei dat hij de man van één vrouw moest zijn.

^p100

Nu lost dat de kwestie natuurlijk niet op. Mensen kunnen hun eigen beslissingen nemen. Sommigen vinden misschien nog steeds dat iemand die gescheiden en hertrouwd is, hier in overtreding is, ook als zijn scheiding legitiem is. En iemand heeft zeker het recht om de passage zo te begrijpen, en veel christenen hebben dat ook gedaan. Persoonlijk zie ik het niet zo. Ik ben zelf gescheiden en hertrouwd, en ik wil de Schrift niet uitleggen in het voordeel van mijn eigen situatie. Maar omdat ik er geen enkele belangstelling voor heb om oudste te worden, ben ik emotioneel niet bij deze kwestie betrokken. Wat mij betreft zou ik er geen bezwaar tegen hebben als Paulus zegt dat een oudste de man van één vrouw moet zijn, in de zin dat hij niet gescheiden en hertrouwd mag zijn. Want hoewel ik gescheiden en hertrouwd ben, heb ik er geen behoefte aan om oudste te zijn. Maar ik ken goede mannen die gescheiden en hertrouwd zijn, en ik denk dat zij oudsten zijn en in de kring van oudsten thuishoren. En ik geloof echt dat wat Paulus hier verbiedt, polygamie onder oudsten is, en niet andere dingen.

^p101

### 26. Zelfbeheersing, eetlust en overgewicht

*1:14:01 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h26*

Er staat ook "beheerst", of matig, en dat betekent gewoon: met zelfbeheersing. Ik vind dat een oudste of voorganger niet al te zwaar moet zijn, want iemand die zwaarlijvig is, laat daarmee zien dat hij een veelvraat is. Hij laat zien dat hij zichzelf niet in de hand heeft. Er zijn maar heel weinig mensen die zwaarlijvig zijn omdat ze dat graag zijn. Meestal zijn ze zwaarlijvig omdat ze hun eetlust niet in bedwang kunnen houden, hoewel ze graag een gematigder gewicht zouden hebben. Sommige mensen hebben klierproblemen en dergelijke, en daar moeten we rekening mee houden. Maar dat komt volgens mij minder vaak voor dan sommige mensen graag denken. In de meeste gevallen heeft zwaarlijvigheid te maken met eetpatronen. Laten we het zo zeggen: de meeste mensen zouden in zekere zin graag minder eten en graag slanker zijn, en dat geldt waarschijnlijk grotendeels in alle samenlevingen. Vandaag de dag in elk geval wel. Maar als ze niet minder eten, dan komt dat doordat ze dat terrein van hun leven nog niet onder controle hebben gekregen.

^p102

Nu, dat is niet de grootste zonde. Zelfbeheersing is een vrucht van de Geest, volgens Galaten 5, en een geestelijk mens oefent zelfbeheersing uit, en dat zou ook zelfbeheersing over de eetlust omvatten. Maar falen op dat punt is niet het grootste falen dat een christen kan overkomen. Een christen die te zwaar is, kan op veel terreinen zelfs verder geheiligd zijn dan iemand die dat niet is. Ik ben niet te zwaar, maar ik probeer aan te komen en het lukt me niet. Met mijn stofwisseling zou ik een veelvraat kunnen zijn zonder dat je het zou merken. En het kan zijn dat iemand die te zwaar is, in sommige opzichten eigenlijk verder geheiligd is dan ik. Je kunt dus niet alles daarnaar beoordelen.

^p103

Maar het probleem is dit. Stel dat je iemand voorganger of oudste maakt die overduidelijk zijn eetgewoonten niet de baas is, wiens eetlust hem beheerst, en die zichzelf niet in de hand heeft. Of, zoals Paulus het op een weinig vleiende manier zegt in Filippenzen 3, iemand van wie geldt:

^p104

> … hun god is de buik …
>
> — Filippenzen 3:19

^p105

Dan is dat geen erg goed voorbeeld van het christendom om naar voren te schuiven. Het geeft aanleiding tot smaad, in elk geval in onze cultuur. Nu, in bijbelse tijden had matigheid misschien meer te maken met drinkgewoonten of iets dergelijks, of misschien met seksuele gewoonten, en zo zou het vandaag ook van toepassing zijn. Het kan zijn dat dikke mensen toen niet als een probleem werden gezien. Misschien waren mensen in die tijd zelfs graag dik; in sommige culturen is dat zo. Maar in onze samenleving zijn de meeste mensen niet graag dik. En als ze dik zijn, dan is dat omdat ze worstelen en nog niet helemaal de baas zijn over hun eetgewoonten. Dat is gewoon een feit.

^p106

En daarom is onze samenleving, de wereld, kritisch over dikke mensen. Iedereen die met zijn gewicht worstelt, weet dat. De wereld, de westerse cultuur, de Amerikaanse cultuur van de twintigste eeuw, is kritisch over mensen met overgewicht. Dat is misschien een verkeerde houding van hun kant, maar het blijft een feit. En als een voorganger of oudste een dikke man is, dan zal hij daarom in de ogen van de samenleving waarschijnlijk niet onberispelijk zijn.

^p107

Mensen gaan zeggen: "Ja, hij praat mooi over het opgeven van zonde. Hij praat erover dat ik mijn hoererij moet opgeven, maar zelf kan hij overduidelijk zijn ijscoupes niet opgeven. Dus hij is een huichelaar." Hij wil dat ik mijn seksleven in bedwang houd, maar hij kan zijn eigen eetlust niet in bedwang houden. En ik denk dat die kritiek wel enig gewicht heeft. Sommige christenen die ik ken en die ik in veel opzichten echt respecteer, hebben overgewicht. Ik heb een paar heel goede vrienden die ik graag les laat geven op deze school en zo, en die ernstige problemen met hun gewicht hebben. Als zij op dit terrein geen zelfbeheersing hebben, dan zouden ze geen oudste moeten zijn. Ze zouden niet in alle opzichten naar voren geschoven moeten worden als voorbeeldige christenen. Want een oudste hoort een voorbeeld te zijn van iemand die op die manier zijn lusten in bedwang heeft. Nuchter.

^p108

Trouwens, als je in Amerika in kerkelijke kringen hebt verkeerd, zou je bij sommige kerkgenootschappen bijna concluderen dat dik zijn een vereiste is om voorganger te worden. En misschien weet je wel aan welk kerkgenootschap ik denk. Er is een bepaald kerkgenootschap dat velen van ons kennen, en ik geloof niet dat ik ooit een voorganger uit dat kerkgenootschap heb ontmoet die geen overgewicht had. Het is bijna alsof het een kenmerk van geestelijkheid is dat je welvarend en dik bent. En misschien was dat in de tijd van het Oude Testament zo. In onze cultuur lijkt het niet zo te zijn, en in de tijd van het Nieuwe Testament ook niet. En ik denk dat we deze vereisten opnieuw moeten bekijken.

^p109

### 27. Bezonnenheid, humor en geestelijke ernst

*1:19:07 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h27*

Nuchter, of zoals het citaat zegt: bezonnen. Nu liggen nuchter en fatsoenlijk gedrag, 'eerbaar' in het citaat, vrij dicht bij elkaar. Het is duidelijk dat de Bijbel niet zegt dat christenen nooit mogen glimlachen, nooit mogen lachen, of nooit een grap mogen vertellen. Toch kijkt de Bijbel wel afkeurend naar dwaze scherts. Paulus spreekt in Efeziërs 5 negatief over dwaze scherts. Nogmaals, ik zou hier niet erg wettisch over willen worden. Maar het is een duidelijk feit, dat jullie allemaal kunnen erkennen, dat grappen maken makkelijk uit de hand loopt. Het wordt al snel onstichtelijk en ongeestelijk. Er is ruimte voor luchtigheid, vrolijkheid en joligheid, en zelfs voor humor die niet onstichtelijk is; dat is geen probleem. Maar humor heeft de neiging om een sociale situatie over te nemen. En uiteindelijk ontaardt de humor meestal in het afkraken van iemand anders, of heel vaak in iets wat een beetje schunnig is wat de morele strekking betreft, enzovoort.

^p110

En een oudste moet iemand zijn die behoorlijk nuchter is. Nuchter in de zin dat hij niet bekendstaat om zijn grappen, zijn gedol en de streken die hij uithaalt. En ik ken voorgangers die dat wel doen. Ik ken voorgangers die eigenlijk gewoon jongens in een volwassen lichaam zijn, en ze houden ervan om kleine grappen met mensen uit te halen en zo. En ik zeg niet dat dat slecht is voor een christen. Ik zeg niet dat een christen die dingen niet kan doen en toch een goede christen kan zijn. Maar het is niet het voorbeeld. Het is niet het doel van het christelijk leven. Het is iets waar we hopelijk overheen groeien. Dat betekent niet dat we nooit iets mogen zeggen met een humoristisch randje, want het echte leven is humoristisch. De werkelijkheid is humoristisch. En de humoristische kant van het leven zien is niet verkeerd. Maar iemand bij wie de overheersende karaktertrek min of meer is dat hij bekend wil staan als een grappig iemand, is nog niet erg nuchter.

^p111

Ernst en nuchterheid zijn deugden die de Schrift vaak aanprijst. En een oudste moet bekendstaan om zijn vermogen om te zien wanneer ernst gepast is, en meestal is dat zo. Iemand die onophoudelijk grappen maakt, staat waarschijnlijk niet erg in contact met geestelijke werkelijkheden, want er is veel om over te treuren. Jezus zei:

^p112

> Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden.
>
> — Mattheüs 5:4

^p113

En ook al heeft God ons vreugde gegeven, toch moeten we in zekere zin een last dragen voor de verloren wereld, zoals Jezus dat deed, en voor de vele lijdende mensen in de wereld. Er moet iets zijn wat onze vreugde tempert. Niet dat het ons minder blij maakt, maar het maakt de manier waarop we onze vreugde uiten passender. Want er zijn veel mensen die pijn lijden op manieren waarop wij geen pijn lijden. Veel mensen sterven en gaan naar de hel. Dat bedroeft het hart van God, en dat is echt iets om over te wenen.

^p114

En het is niet verkeerd als we dat af en toe niet op de voorgrond hebben in onze gedachten, en vrolijk zijn en feestvieren en zo. Maar een christelijk leven mag niet losstaan van die ontnuchterende werkelijkheden. En het is nogal moeilijk om geregeld alleen maar jolig te zijn als je echt met die werkelijkheden in contact staat. Als je je scherp bewust wordt van hoeveel kindermishandeling er plaatsvindt, hoeveel dingen er gebeuren die God beledigen, hoeveel mensen sterven die nooit het Evangelie hebben gehoord, enzovoort. Ik zeg niet dat we moeten proberen onszelf somber te maken. Maar er is reden voor nuchterheid. Er is reden om de last te delen die God op Zijn hart heeft over hoe de dingen ervoor staan.

^p115

En er staat nergens beschreven dat Jezus lachte. Nu geloof ik dat Hij waarschijnlijk af en toe wel lachte, maar er staat beschreven dat Hij meer dan eens weende. Over Hem staat geschreven:

^p116

> … een Man van smarten, bekend met ziekte …
>
> — Jesaja 53:3

^p117

Nergens wordt verteld dat Hij lachte. We hebben wel aanwijzingen dat Hij in sommige opzichten een blij persoon was, maar Hij was ook een man die een last op Zijn hart droeg. En als je denkt aan de kerkvaders en de apostelen: ik zie hen niet als mannen die in hun vrije tijd moppen zaten te tappen. Ik zie hen als mannen die altijd bezorgd waren om de gemeente. Paulus zei, na al het uiterlijke lijden dat hij opsomt:

^p118

> Afgezien van wat van buitenaf komt, overvalt mij dagelijks de zorg voor alle gemeenten.
>
> — 2 Korinthe 11:28

^p119

Hij zegt:

^p120

> Als iemand zwak is, zou ík dan omwille van hem niet zwak zijn? Struikelt iemand, zou ík dan niet branden van verontwaardiging?
>
> — 2 Korinthe 11:29

^p121

Een man die de zaken van God op zijn hart heeft, zal niet veel tijd overhouden om gewoon wat te zitten grappen. Hij zal over het algemeen nuchter zijn, en natuurlijk iemand met fatsoenlijk gedrag. Dat is vrij algemeen, maar het betekent waarschijnlijk gepast gedrag: gedrag dat volwassen en geestelijk is, in plaats van een hoop gedol.

^p122

### 28. Vreugde en ernst in evenwicht

*1:24:18 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h28*

Iemand zei: 'Ik raak een beetje in de war. Want als ik bij teksten kom die zeggen:

^p123

> Verblijd u altijd.
>
> — 1 Thessalonicenzen 5:16

^p124

dan krijg ik te horen dat ik altijd blij moet zijn, moet glimlachen en me moet verblijden. En als ik bij teksten als deze kom, krijg ik te horen dat ik ernstig moet zijn en niet blij.' Ik ken niets in de Bijbel dat zegt dat je moet glimlachen. Maar ik ken ook niets wat zegt dat je niet mag glimlachen. Er zijn allerlei soorten glimlachen. Er zijn glimlachen die gewoon vriendelijk zijn; het is gewoon een vriendelijke, blije uitdrukking. Er zijn ook glimlachen die hatelijk zijn, spottende grijnzen. En er zijn glimlachen die er gewoon bij horen als je op humor reageert, en zo verder. Meer dan één daarvan kan gepast zijn. Als algemene regel zou ik zeggen dat een christen een vriendelijke uitdrukking hoort te hebben. Dat hoeft niet altijd een glimlach te zijn. Maar een norse blik is volgens mij niet erg gepast. Want bij iemand die vol vreugde is, zie je dat aan zijn gezicht.

^p125

Je kunt je verblijden in de Heere en toch niet erg blij zijn met je omstandigheden, of met de omstandigheden van anderen. Je kunt over veel dingen bedroefd zijn, en toch heb je diep vanbinnen vervulling, tevredenheid, en vertrouw je op God. Je moet je emotioneel niet laten neerdrukken door de omstandigheden. Maar ja, je hebt reden om hierover in de war te zijn, want je krijgt hier natuurlijk tegenstrijdige signalen. Christenen horen mensen vol vreugde te zijn, maar ze horen ook bezonnen mensen te zijn. Ik weet niet hoe ik dat beter kan beschrijven dan door je een voorbeeld te laten zien van iemand die daar een goed evenwicht in lijkt te hebben. En ik ken zulke mensen. Misschien ken jij niet dezelfde mensen als ik. Maar denk eens aan de voorganger, of de oudsten, of de volwassen christenen die je kent en die in jouw ogen het meest op Christus lijken. Naar alle waarschijnlijkheid hebben zij een goed evenwicht tussen bezonnenheid en opgewektheid.

^p126

Van de mensen die ik het best ken onder de leiders van de gemeenten in deze stad, vind ik dat de oudsten van de True Vine Church, waar ik niet meer naartoe ga, hierin over het algemeen een goed evenwicht hebben. Ik denk niet dat het mannen zijn die veel grappen maken. Ik noem hen omdat je hen waarschijnlijk kent; ik weet dat je hen kent. En ik zou zeggen dat je daar een geval hebt waarin ze niet overdreven somber of zwaarmoedig zijn, maar wel ernstige mensen lijken. Toch lijken ze niet verdrietig en somber. Ze lijken vrij opgewekt. Ze lijken mensen die best van een gezonde grap kunnen genieten en zo, en ze kunnen lachen om dingen die gepast zijn. Maar meer dan dat weet ik er niet over te zeggen, behalve dat ik naar een voorbeeld wijs. Ik neem aan dat er misschien iemand is die het beter kan zeggen dan ik. Maar ik weet niet precies hoe ik het juiste evenwicht moet aanwijzen tussen een opgewekte en blije christelijke gezindheid en wat ernstig en bezonnen is.

^p127

### 29. Nuchter leven met oog voor de werkelijkheid

*1:27:13 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h29*

Als we aan 'nuchter' denken: het wordt hier natuurlijk figuurlijk gebruikt. Maar als we het woord 'nuchter' tegenwoordig gebruiken, denken we meestal aan niet dronken zijn. En natuurlijk betekent nuchterheid hier niet alleen dat. Maar we zouden kunnen zeggen dat je het verschil kunt zien tussen het gedrag van een nuchtere man en dat van een dronken man. En dat is misschien een goede manier om te beoordelen hoe nuchterheid eruitziet in iemands leven. Iemand die dronken is, heeft het contact met de werkelijkheid min of meer verloren. Hij maakt eigenlijk opmerkingen en heeft houdingen en emoties die niet passen bij de situatie. Een nuchtere man daarentegen zal eerder op een gepaste manier handelen en over dingen denken. Daarmee is dit probleem misschien nog niet voor je opgelost. Maar ik denk dat een nuchtere geest er een is die echt in contact staat met de werkelijkheid. En dan niet alleen met wat hij op dat moment beleeft, maar met de werkelijkheden die God op het hart liggen. Wat gebeurt er in de Derde Wereld? Wat gebeurt er in onze eigen samenleving dat Gods hart bedroeft? Het contact met die werkelijkheden verliezen is niet wenselijk. En een soort giechelige onnozelheid in je houding hebben, terwijl er mensen naast je wonen die echt lijden, lijkt me heel ongepast.

^p128

Ik beschouw mezelf als een heel gelukkig mens. Ik weet niet of dat te zien is of niet, maar als ik nadenk over hoe ik ben, dan voel ik me gelukkig. Ik zou niet gelukkiger kunnen zijn. Echt niet. Ik kan niets bedenken wat me gelukkiger zou maken dan ik ben. Tegelijkertijd wil ik niet veel tijd besteden aan grappen maken. En ik zeg niet dat ik het voorbeeld ben waar je naar moet kijken. Maar ik heb niet het gevoel dat ik worstel met de spanning tussen gelukkig zijn en bezonnen zijn. Ik weet niet of ik het evenwicht heb dat anderen zouden moeten navolgen. Maar in mijn eigen ervaring kan ik lezen 'een man moet bezonnen zijn en een man moet opgewekt zijn', zonder dat ik dat zie als een raadselachtige tegenstelling. Ik heb het gevoel dat er een plaats is voor bezonnenheid die heel duidelijk is, en een plaats voor opgewektheid die ook duidelijk is. Meer kan ik er niet over zeggen. Het helpt je waarschijnlijk minder dan je zou willen, en misschien kan iemand anders het beter doen.

^p129

### 30. Gastvrijheid en verwachtingen van gemeenteleden

*1:29:29 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h30*

Gastvrij. Het woord voor gastvrijheid betekent in het Grieks eigenlijk liefde voor vreemdelingen. Deze gastvrijheid van oudsten kan heel goed betekenen dat zij hun huis en hun keuken en zo openstellen voor rondreizende dienaren die langskomen. Ik zeg dat vanwege een heel vroeg geschrift van de kerk, dat de Herder van Hermas heet. Het stamt, denk ik, uit het begin van de tweede eeuw. Het is een heel vroeg christelijk geschrift en heeft enig gezag. Christenen haalden het vaak aan, omdat het zo oud is en omdat het betrouwbaar is. De Herder van Hermas zei dit: 'De episkopos,' of opziener, 'moet gastvrij zijn, een man die de dienaren van God graag en te allen tijde in zijn huis ontvangt.' Deze heel vroege christelijke bron vatte dit gebod van gastvrijheid dus blijkbaar zo op: dat hij de dienaren van God graag en te allen tijde in zijn huis ontvangt. Met andere woorden: gastvrij zijn betekent niet per se dat hij van zijn huis een nachtopvang maakt voor alle daklozen in de stad, al zou dat best iets lovenswaardigs kunnen zijn.

^p130

Gastvrijheid is beslist iets wat je in gradaties meet. Toen ik bijvoorbeeld in Bandon woonde en daar mijn eigen huis had, vonden sommige mensen dat ik niet erg gastvrij was. Ik kreeg zelfs kritiek, omdat sommigen vonden dat ik gastvrijer moest zijn. Nou, in mijn ogen was ik zo gastvrij als ik maar kon. Mijn huis stond open voor iedereen. Wie er ook aan mijn deur kwam, werd binnengelaten en mocht blijven zo laat als hij wilde, of wat dan ook. In mijn ogen stond mijn huis open. Maar sommige mensen beoordelen gastvrijheid naar hoe vaak je iemand uitnodigt om te komen eten. Ik nodigde niemand uit. Bij mij thuis was het een komen en gaan van mensen. Ik hoefde nooit iemand uit te nodigen. Er was nooit tijd om iemand uit te nodigen. Er was altijd wel iemand. Nu ik anderhalve kilometer van de school woon, is dat minder het geval, maar het punt is: verschillende mensen hebben verschillende ideeën over wat gastvrijheid is. Sommigen vinden je ongastvrij als je je garage niet wilt ombouwen tot een kamer waar daklozen terechtkunnen. Sommige mensen zeggen dat je ongastvrij bent als je geen gemeenteleden bij je thuis uitnodigt.

^p131

En hoe vaak heb je mensen in de gemeente niet horen klagen: 'De voorganger heeft mij nooit bij zich thuis gehad. De oudsten hebben mij nooit uitgenodigd'? Als ik die kritiek hoor, vindt die bij mij geen gehoor, want ik weet hoe het is om leider in de gemeente te zijn en hoe het is om een groep te leiden. Er zitten daar tweehonderd mensen die allemaal bij je thuis willen komen. Maar de voorganger zelf heeft bijna elke avond van de week verplichtingen buiten de deur. En de paar keer dat hij vrij is, verwacht zijn gezin ook wat tijd van hem. Er zijn maar heel weinig momenten dat er überhaupt ruimte is om iemand uit te nodigen, en voor medewerkers geldt in veel gevallen hetzelfde. En als die er is, dan misschien twee keer per maand. Hoeveel maanden heb je dan nodig om tweehonderd mensen te ontvangen die allemaal langs willen komen? Ik bedoel, ik neem mensen niet erg serieus die zeggen: 'De voorganger is niet gastvrij, want hij heeft mij nooit uitgenodigd.' Ik weet wat een voorganger met zijn tijd doet. En ik zeg dan: 'Hé, jouw opvatting van gastvrijheid is een beetje onredelijk.' Uit wat we in de Herder van Hermas vinden, blijkt dus het volgende. Dat geschrift is natuurlijk geen Schrift, maar wel een vroege getuige van hoe de eerste christenen dit opvatten. Zij begrepen de gastvrijheid van de oudste zo: hij stelde zijn huis open voor rondreizende dienaren van God die een slaapplaats nodig hadden als ze op doorreis waren.

^p132

### 31. Gasten ontvangen en taken van oudsten verdelen

*1:33:19 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h31*

Het is interessant: een ander vroeg geschrift uit dezelfde periode van de kerk is de Didache. Die naam betekent 'onderwijzingen', en ook dat is een gezaghebbend vroeg geschrift. De Didache leerde het volgende. Ik weet de precieze details niet meer, maar het komt hierop neer: als er een rondreizende dienaar langskomt, moet je hem tot twee dagen in je huis opnemen, maar geen drie dagen, behalve in heel uitzonderlijke omstandigheden. Blijft hij langer, dan is hij een valse profeet. Dat staat in de Didache. Blijft hij langer dan drie dagen in je huis, dan is hij een valse profeet. Dan is hij een profiteur. Dan is hij een charlatan. Het is grappig, want men ging ervan uit dat er rondreizende dienaren langs konden komen. Niet iedereen had een apostel die vast in de eigen gemeente woonde, en sommige gemeenten hadden misschien zelfs geen uitstekende leraren. En dus waren er mannen die rondreisden en een vaste ronde langs verschillende gemeenten maakten. Ze bleven dan een dag of twee, maar bleven ze erg lang, dan moest je sterk vermoeden dat het valse profeten en profiteurs waren. Dus nogmaals, gastvrijheid: sommige mensen denken dat gastvrijheid betekent dat je mensen uitnodigt om voor onbepaalde tijd bij je in huis te wonen. Zo begreep de vroege kerk het blijkbaar niet. Het idee is dat er rondreizende dienaren van God naar de gemeente komen om de gemeente te dienen, en dat de episkopos zijn huis beschikbaar moet hebben om deze mensen onderdak te geven zolang ze daar dienen. Misschien is dat niet alles wat Paulus met gastvrijheid bedoelde, maar zo begreep de vroege kerk het blijkbaar wel. En waarschijnlijk hadden ze gelijk.

^p133

Vers 2 zegt aan het eind dat hij bekwaam moet zijn om te onderwijzen. Jongens, jongens. Daar hoeft niet veel over gezegd te worden. Ik heb al benadrukt dat Paulus in deze pastorale brieven het onderwijzen een heel hoge prioriteit geeft. De oudste moet een leraar zijn. Nu onderwijzen ze blijkbaar niet allemaal evenveel. Oudsten hebben allerlei taken: bestuur, toezicht op de diakenen, toezicht op de gemeente, waarschijnlijk ziekenbezoek, en onderwijzen en prediken, enzovoort. Vaak vind je niet één man die tijd heeft voor al die dingen. Daarom had elke gemeente meerdere oudsten. Het was teamwerk. Het kan zijn dat de ene oudste meer tijd besteedde aan ziekenbezoek, een ander meer aan bestuur, en weer een ander het meeste onderwijs gaf. Maar alle oudsten moeten in staat zijn om te onderwijzen.

^p134

Dat ze niet allemaal in dezelfde mate onderwezen, blijkt duidelijk uit wat Paulus in hoofdstuk 5 over oudsten zegt. In hoofdstuk 5, vers 17, zegt hij:

^p135

> Laat ouderlingen die goed leiding geven, dubbele eer waard geacht worden, vooral diegenen die arbeiden in het Woord en in de leer.
>
> — 1 Timotheüs 5:17

^p136

Kennelijk waren er oudsten die zich wel inspanden in het Woord en de leer, en oudsten die dat niet deden. Sommigen hadden meer een onderwijzende taak dan anderen, zo lijkt het. Goed, genoeg daarover. Een oudste moet kunnen onderwijzen. Sterker nog, elke volwassen christen moet kunnen onderwijzen.

^p137

### 32. Wijngebruik en vrijwillige onthouding

*1:36:34 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h32*

Vers 3: niet verslingerd aan wijn; zo staat het in de New King James ('not given to wine'). Sommige vertalingen zeggen 'niet verslaafd aan wijn', zoals ook de Herziene Statenvertaling. In de New King James staat dat trouwens als alternatief in een kanttekening. Sommige mensen vinden dat christenen helemaal geen alcohol horen te drinken. Anderen vinden dat matig drinken voor christenen in het algemeen wel kan, maar dat christelijke leiders toch helemaal geen alcohol horen te drinken. Ze hebben er bijvoorbeeld op gewezen dat van de oudsten gezegd wordt dat ze niet verslingerd mogen zijn aan wijn. Maar verderop, waar het over de diakenen gaat, staat dat ze niet verslingerd mogen zijn aan veel wijn. Waar staat dat? Vers 8:

^p138

> De diakenen moeten evenzo eerbaar zijn, niet met twee monden spreken, niet verzot zijn op veel wijn, niet uit zijn op oneerlijke winst,
>
> — 1 Timotheüs 3:8

^p139

Nu hebben sommigen erop gewezen dat er een verschil is tussen de oudste en de diaken. De diaken mag niet verslingerd zijn aan veel wijn. Dat suggereert dat hij een beetje zou mogen drinken, maar niet veel. Maar de oudste mag gewoon niet verslingerd zijn aan wijn. Voor sommige mensen betekent dat dat hij helemaal geen alcohol hoort te drinken. Eerlijk gezegd weet ik niet of dat een terecht onderscheid is of niet. Het suggereert in elk geval wel dat de diakenen een beetje mogen drinken, maar niet veel. Als ze niet verslingerd mogen zijn aan veel wijn, dan suggereert dat zeker dat wat wijn toegestaan is. Toch zou het logisch zijn dat diakenen misschien niet in dezelfde mate een voorbeeld hoeven te zijn als een oudste. Het zou bewijzen dat het geen zonde is om met mate wijn te drinken. Want als de diakenen mochten drinken, in elk geval met mate, dan kunnen we niet beweren dat drinken met mate zonde is. Maar van de oudste mag terecht geëist worden dat hij bepaalde dingen niet doet, ook dingen die geen zonde zijn. Gewoon vanwege het voorbeeld dat hij daarmee geeft, het getuigenis, en de manier waarop het sommige mensen misschien ten val zou kunnen brengen. In hun samenleving waren er ongetwijfeld net als in de onze mensen die verslaafd waren aan wijn. En een man die een voorbeeld moest zijn voor de christelijke gemeenschap in het algemeen, zou waarschijnlijk een man moeten zijn die mensen op dat punt niet ten val brengt en helemaal niet drinkt.

^p140

Nu zeg ik niet dat Paulus daarop staat, en ik sta er ook niet op. Als ik hoor van een oudste die af en toe een glas wijn drinkt, dan brengt mij dat niet ten val, en ik zeg niet dat hij geen oudste zou mogen zijn. Maar ik zeg wel dat er veel te zeggen valt voor een leider van de gemeente die vrijwillig afziet van alle alcoholische dranken. In wezen is dat wat ik ervoor gekozen heb te doen, hoewel ik niet geloof dat drinken verkeerd is. Bij zeldzame gelegenheden heb ik toch een glas wijn gedronken als het mij werd ingeschonken, maar in de regel drink ik niet. Dat is niet omdat ik denk dat drinken verkeerd is. Ik vind het gewoon geen goed voorbeeld voor andere christenen. En ik denk dat dat waarschijnlijk een goede koers is voor een oudste. Maar in feite zegt Paulus misschien niets meer dan dat hij niet verslaafd mag zijn aan wijn. In dat geval zou hij een man kunnen zijn die met mate drinkt, en daar is ruimte voor.

^p141

### 33. Geweldloosheid en karakter in het gezin

*1:39:49 — https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#h33*

Niet vechtlustig, niet gewelddadig. Geweld past niet bij christenen in het algemeen, maar vooral niet bij een oudste, wiens gedrag een voorbeeld hoort te zijn. Het lijkt duidelijk dat sommige mannen die oudste zijn... Ik weet niet hoe goed jij de kerkwereld kent. Ik ben in veel gemeenten geweest, en ook in de leiding van een aantal gemeenten. Ik ben me misschien wat meer dan sommigen van jullie bewust van wat voor mensen er doorgaans in de oudstenraad van gemeenten zitten. Het is niet altijd zoals het hoort. Er zijn gemeenten, oudstenraden, waar de mannen, zoals ik al zei, gekozen worden vanwege hun maatschappelijke positie in de stad of hun geld. Of omdat ze precies doen wat er van ze verwacht wordt, en bij de andere leiders slijmen, en zo gekozen worden. Het zijn klonen van de andere mannen die de macht hebben. Om de een of andere reden komen er mensen in de oudstenraad die daar niet thuishoren. En het is niet ongewoon dat van oudsten bekend is, of dat aan het licht komt, dat ze hun vrouw slaan of hun kinderen mishandelen. Je hoort dat zo nu en dan, en het is absoluut ontoelaatbaar.

^p142

Bij veel van deze dingen kun je eigenlijk alleen echt weten of mannen zo zijn als je ze in hun eigen huis hebt gezien. Mijn advies is: begin niet pas met het onderzoeken van iemands karakter en zijn leven thuis op het moment dat je hem overweegt als oudste. Weet hij dat je hem overweegt, dan gedraagt hij zich misschien netjes als je bij hem thuis komt. Het is veel beter om mannen als oudste te kiezen bij wie je thuis bent geweest toen ze niet specifiek voor het ambt van oudste in beeld waren. Toen ze dus niet speciaal hun best deden om aan de eisen voor een oudste te voldoen. Juist dan zie je hoe ze thuis met hun vrouw en hun kinderen omgaan, hoe hun kinderen zichzelf bezighouden en hoe hun kinderen met elkaar omgaan. Eigenlijk krijg je daar een stukje van het echte leven te zien. Je kunt in een informele situatie bij iemand thuis binnenlopen, onaangekondigd bij hem langsgaan of zoiets, even gaan zitten en wat met hem praten, en gewoon zien wat er in dat gezin gebeurt. Thuis zie je het meest ware beeld van iemands karakter, niet in de gemeente. In de gemeente gedraagt hij zich op zijn allerbest. Als er al iets is, dan gedragen mensen zich thuis juist op hun slechtst. Of misschien ook niet. Op hun slechtst zijn ze misschien wanneer ze helemaal alleen zijn. Maar de sociale omgeving waarin mannen zich echt laten gaan en zich het meest gedragen zoals ze werkelijk zijn, is het gezin thuis.

^p143

En wat er bij hen thuis gebeurt, kunnen ze moeilijk verbergen. Ook als je aan de deur staat en zij beginnen een mooie show op te voeren, kunnen ze niet verbergen hoe hun kinderen zijn opgevoed, want hun kinderen zijn erbij. En hun kinderen weten niet hoe ze een mooie show moeten opvoeren, zelfs niet als het hun gezegd wordt. En je kunt beslist heel veel te weten komen over de vraag of een man geschikt is.

^p144

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Spreuken 29:2](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#spreuken-29-2)
- [1 Timotheus 2:15](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#1-timotheus-2-15)
- [1 Timotheüs 4:16](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#1-timotheus-4-16)
- [Titus 2:4-5](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#titus-2-4-5)
- [1 Timotheüs 3:1-6](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#1-timotheus-3-1-6)
- [1 Timotheüs 3:7](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#1-timotheus-3-7)
- [Titus 1:5](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#titus-1-5)
- [Titus 1:7](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#titus-1-7)
- [Handelingen 20:28](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#handelingen-20-28)
- [Markus 10:42-44](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#markus-10-42-44)
- [1 Timotheüs 3:1](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#1-timotheus-3-1)
- [1 Timotheüs 3:2](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#1-timotheus-3-2)
- [1 Timotheus 5:14](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#1-timotheus-5-14)
- [Filippenzen 3:19](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#filippenzen-3-19)
- [Mattheüs 5:4](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#mattheus-5-4)
- [Jesaja 53:3](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#jesaja-53-3)
- [2 Korinthe 11:28](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#2-korinthe-11-28)
- [2 Korinthe 11:29](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#2-korinthe-11-29)
- [1 Thessalonicenzen 5:16](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#1-thessalonicenzen-5-16)
- [1 Timotheüs 5:17](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#1-timotheus-5-17)
- [1 Timotheüs 3:8](https://versvoorvers.org/1-timotheus/2-14-3-3#1-timotheus-3-8)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.