---
title: "1 Samuel 29-31"
book: "1 Samuel"
book_slug: "1-samuel"
passage: "1 Samuel 29-31"
passage_en: "1 Samuel 29 - 31"
episode: 15
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/1-samuel/29-31.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-24"
duration: "PT41M10S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «1 Samuel 29-31», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# 1 Samuel 29-31

> David bevrijdt de gevangenen uit Ziklag

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt hoe David wordt weggestuurd uit het Filistijnse leger en bij terugkeer ontdekt dat Ziklag is verbrand en de gezinnen zijn weggevoerd. Aan de hand van Psalm 27 legt hij uitgebreid uit hoe David zich sterkt in de Heere: door vertrouwen op God, gemeenschap met Hem en hoop op Zijn beloften. Vervolgens behandelt hij de bevrijding van de gevangenen en Davids besluit om de buit gelijk te verdelen onder de strijders en de achterblijvers, waarbij hij een verband legt met gelijke beloning voor trouw aan verschillende taken die God geeft. Ten slotte bespreekt hij de dood van Saul en zijn zonen en de moed van de mannen van Jabes in Gilead, die hun lichamen ophalen om hun een waardig einde te geven.

## Hoofdstukken

1. [David tussen Saul en de Filistijnen](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h1) — 0:02
2. [De Filistijnse bevelhebbers wantrouwen David](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h2) — 2:39
3. [Achis stuurt David terug](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h3) — 5:38
4. [Ziklag verwoest en de gezinnen weggevoerd](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h4) — 7:25
5. [Kracht vinden in Gods bewezen trouw](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h5) — 10:29
6. [Gemeenschap met God en aanbidding](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h6) — 14:42
7. [Hopen op God en wachten op Zijn beloften](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h7) — 17:17
8. [David raadpleegt God vóór de achtervolging](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h8) — 19:46
9. [De achtervolging en bevrijding van de gezinnen](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h9) — 22:10
10. [Een gelijk deel voor strijders en achterblijvers](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h10) — 26:19
11. [David deelt zijn buit met de oudsten van Juda](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h11) — 29:42
12. [De nederlaag van Israël en Sauls laatste strijd](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h12) — 32:12
13. [Sauls dood en de Filistijnse gebiedswinst](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h13) — 35:07
14. [Jabes eert Saul en David rouwt om hem](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h14) — 37:22

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#p<n>.

### 1. David tussen Saul en de Filistijnen

*0:02 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h1*

De vorige keer dat we in 1 Samuel waren, ging Saul praten met het medium in Endor en riep hij de geest van Samuel op. Die profeteerde dat Saul de volgende dag zou sterven, en zijn zonen met hem, en dat hij onder Gods oordeel stond. Samuel was boos op hem omdat hij überhaupt naar de waarzegster was gegaan. Later, volgens mij in Kronieken, wordt ons verteld dat God Saul in de strijd liet omkomen omdat hij de waarzegster in Endor had geraadpleegd. Maar er waren ook andere redenen waarom hij verworpen werd. Hij werd verworpen omdat hij ook eerder ongehoorzaam was geweest. Blijkbaar was het bezoek aan het medium de druppel en de reden waarom God hem de volgende dag oordeelde, en hij stierf.

^p1

Daarover gaan we pas lezen wanneer we bij hoofdstuk 31 komen. Intussen keren we terug naar David. We volgen hier twee verhaallijnen waartussen we steeds heen en weer moeten gaan. Je hebt Saul en je hebt David, en ze bevinden zich niet op dezelfde plaatsen. Saul hield er uiteindelijk mee op David te achtervolgen, omdat David een onderkomen bij de Filistijnen had gevonden. David heeft de Filistijnen ervan overtuigd dat hij een echte vijand van Israël en een echte vijand van Saul is. Dat is natuurlijk een list. Hij is geen vijand van Saul en ook niet van Israël. Maar het is een geloofwaardige rol om te spelen, aangezien iedereen wist dat Saul David vijandig gezind was en hem probeerde te doden. De Filistijnen zouden dus geloven dat David dezelfde gevoelens tegenover Saul zou hebben.

^p2

Daarin vergisten ze zich. David koesterde tegenover Saul niet de vijandschap die Saul tegenover hem koesterde, of die je onder die omstandigheden van David zou verwachten. David was uiteraard nog steeds trouw aan Israël en had er totaal geen belangstelling voor om Saul te doden. Maar er zou een veldslag komen tussen de Filistijnen en de legers van Saul. Daardoor kwam de mogelijkheid ter sprake dat David aan de kant van de Filistijnen tegen Saul zou moeten vechten. Dat zou hem in een heel moeilijke situatie brengen. Door niet te vechten zou hij de Filistijnen moeten laten zien wie hij werkelijk was. Maar hij houdt de schijn op totdat God er in Zijn soevereiniteit voor zorgt dat alles zo loopt dat hij niet mee hoeft.

^p3

### 2. De Filistijnse bevelhebbers wantrouwen David

*2:39 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h2*

In hoofdstuk 29 staat:

^p4

> De Filistijnen verzamelden al hun legers bij Afek. De Israëlieten sloegen hun kamp op bij de bron in Jizreël. De vorsten van de Filistijnen trokken voorbij met hun afdelingen van honderden en duizenden mannen. David en zijn mannen trokken achteraan mee met Achis.
>
> — 1 Samuel 29:1-2

^p5

Blijkbaar lieten ze, terwijl ze zich klaarmaakten om ten strijde te trekken, hun vorsten toekijken terwijl de legers voorbijtrokken en zich aan hen presenteerden. Ze inspecteerden hun troepen.

^p6

De spreker baseert deze uitleg op de Engelse formulering ‘passed in review’. De HSV spreekt hier over voorbijtrekken. Toen Achis uit Gath met zijn troepen voorbijkwam, waren David en zijn mannen bij hen.

^p7

> [3] Toen zeiden de bevelhebbers van de Filistijnen: Wat moeten deze Hebreeërs? Daarop zei Achis tegen de bevelhebbers van de Filistijnen: Is dit David niet, dienaar van Saul, de koning van Israël, die sinds jaar en dag bij mij is? Ik heb niets kwalijks in hem gevonden van de dag af dat hij afvallig werd, tot op deze dag. [4] Maar de bevelhebbers van de Filistijnen werden erg kwaad op hem, en de bevelhebbers van de Filistijnen zeiden tegen hem: Laat die man terugkeren, zodat hij terugkeert naar de plaats die u hem aangewezen hebt. Laat hem niet met ons mee ten strijde trekken, zodat hij voor ons geen tegenstander wordt in de strijd. Want waarmee zou deze man bij zijn heer in de gunst kunnen komen? Is het niet met de hoofden van deze mannen?
>
> — 1 Samuel 29:3-4

^p8

De Filistijnen dachten dat David zich tijdens de strijd misschien tegen hen zou willen keren om zich met Saul te verzoenen. Als David de Filistijnen op het slagveld doodde, zou hij zich misschien met Saul kunnen verzoenen. David probeerde niet echt zich met Saul te verzoenen, maar hij wilde ook niet tegen hem vechten. De Filistijnen hadden dus gelijk dat ze zich afvroegen aan wie David trouw was.

^p9

> Is dit niet die David van wie ze in de reidansen in beurtzang zongen: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden?
>
> — 1 Samuel 29:5

^p10

Dat lied over Saul en David werd overal bekend. Toen David eerder naar Gath was gevlucht, toen hij voor het eerst voor Saul op de vlucht was, zeiden de mensen dat ook:

^p11

> Maar de dienaren van Achis zeiden tegen hem: Is dit niet David, de koning van het land? Zong men van hem niet in beurtzang bij de reidansen: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden?
>
> — 1 Samuel 21:11

^p12

Nu kennen deze andere Filistijnen uit de andere steden van de Filistijnen ook het lied dat over hem gezongen werd. Het lied was aanstootgevend, omdat die duizenden en tienduizenden waarover het ging, duizenden en tienduizenden Filistijnen waren die David en Saul hadden gedood. Dus ze zeiden: ‘Is dit niet die man? Hij heeft meer van ons gedood dan zijn voorganger.’

^p13

### 3. Achis stuurt David terug

*5:38 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h3*

> [6] Toen riep Achis David en zei tegen hem: Zo waar de HEERE leeft, u bent oprecht, en het is goed in mijn ogen dat u met mij in het leger uittrekt en terugkeert. Ik heb immers geen kwaad bij u gevonden van de dag af dat u naar mij toe bent gekomen, tot op deze dag; maar in de ogen van de stadsvorsten bent u niet goed. [7] Keer daarom nu terug, en ga in vrede, opdat u niets doet wat slecht is in de ogen van de stadsvorsten van de Filistijnen. [8] Toen zei David tegen Achis: Maar wat heb ik gedaan? Of wat hebt u in uw dienaar gevonden, van de dag af dat ik bij u geweest ben, tot op deze dag, dat ik niet mag gaan strijden tegen de vijanden van mijn heer, de koning?
>
> — 1 Samuel 29:6-8

^p14

David doet dus alsof hij verontwaardigd is dat hij niet mee mag. Maar natuurlijk denkt hij waarschijnlijk: ‘Oef, daar ben ik aan ontsnapt. Dat scheelde maar heel weinig.’ Maar hij doet alsof hij verontwaardigd is dat hij niet mee mag. Natuurlijk zegt hij wel dat hij mee zou gaan om tegen de vijanden van zijn heer de koning te vechten. En dat is een beetje dubbelzinnig. Achis was niet zijn heer de koning.

^p15

> [9] Achis antwoordde en zei tegen David: Ik weet het; werkelijk, u bent goed in mijn ogen, als een engel van God, maar de bevelhebbers van de Filistijnen hebben gezegd: Laat hem niet met ons mee ten strijde trekken. [10] Nu dan, sta morgen vroeg op met de dienaren van uw heer die met u meegekomen zijn; en als u morgenvroeg opstaat, ga dan op weg zodra het licht voor u geworden is. [11] Toen stond David vroeg op, hij en zijn mannen, om 's morgens weg te gaan, om terug te keren naar het land van de Filistijnen. De Filistijnen daarentegen trokken naar Jizreël.
>
> — 1 Samuel 29:9-11

^p16

### 4. Ziklag verwoest en de gezinnen weggevoerd

*7:25 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h4*

We zullen pas in hoofdstuk 31 weer over de Filistijnen lezen, wanneer ze daadwerkelijk tegen Saul strijden. Maar hoofdstuk 30 vertelt wat er in Ziklag gebeurde terwijl David en zijn mannen weg waren. Ze hadden hun gezinnen achtergelaten toen ze zich voor de strijd gingen melden. En terwijl ze weg waren, was er een overval geweest. De Amalekieten hadden een overval gepleegd en hun gezinnen en bezittingen meegenomen. Toen ze terugkwamen nadat ze zich hadden gemeld om mee te vechten, maar waren afgewezen en naar huis gestuurd, ontdekten ze dat hun kamp geplunderd was. Al hun spullen waren meegenomen, en hun gezinnen ook.

^p17

Je zou kunnen betogen dat David, door de kant van de Filistijnen te kiezen, ook al deed hij maar alsof, de ramp had veroorzaakt die de gezinnen van deze mede-Israëlieten had getroffen. En ze waren boos op hem, zoals we zullen zien.

^p18

> [1] Het gebeurde echter toen David en zijn mannen op de derde dag in Ziklag aankwamen, dat de Amalekieten een inval gedaan hadden in het Zuiderland en in Ziklag. Zij hadden Ziklag verslagen en met vuur verbrand, [2] en de vrouwen die er waren, van de kleinste tot de grootste, als gevangenen weggevoerd. Zij hadden niemand gedood, maar hadden hen weggevoerd en waren huns weegs gegaan.
>
> — 1 Samuel 30:1-2

^p19

Ze hoefden niemand te doden, want alle mannen waren weg. Ze konden gewoon naar binnen lopen en de stad in brand steken, spullen meenemen en de vrouwen en kinderen meenemen. Gelukkig was er dus niemand gedood.

^p20

> [3] David en zijn mannen kwamen bij de stad, en zie, die was met vuur verbrand; en hun vrouwen, hun zonen en hun dochters waren als gevangenen meegevoerd. [4] Toen begonnen David en het volk dat bij hem was, luid te huilen, totdat er geen kracht meer in hen was om te huilen. [5] Davids beide vrouwen waren ook als gevangenen meegevoerd: Ahinoam, uit Jizreël, en Abigaïl, de vrouw van Nabal, uit Karmel.
>
> — 1 Samuel 30:3-5

^p21

Natuurlijk zou dat op zichzelf al verschrikkelijk zijn, maar hun kinderen zouden waarschijnlijk tot slaaf worden gemaakt. Hun vrouwen zouden de minnaressen van deze overvallers worden. Alleen al de gedachte aan waar hun vrouwen en kinderen op dat moment waren, moet zo afschuwelijk zijn geweest. Ze huilden totdat ze niet meer konden huilen.

^p22

> David werd zeer benauwd, want het volk sprak erover hem te stenigen. De zielen van het hele volk waren namelijk verbitterd, ieder over zijn zonen en over zijn dochters. David echter sterkte zich in de HEERE, zijn God.
>
> — 1 Samuel 30:6

^p23

Voor het eerst wilden zijn zeshonderd mannen, die hem zo trouw waren, hem stenigen. Ze zagen dat dit het gevolg was van zijn besluit om onder de Filistijnen te gaan wonen. Als ze bij deze gelegenheid niet bij hun gezinnen vandaan waren geweest, zou dit niet zijn gebeurd. Davids hele misleiding van Achis, die hij al een jaar en vier maanden volhield, had voor deze mensen een slechte afloop. En hun zonen en dochters gingen hun meer ter harte dan David. Natuurlijk waren ze boos op hem en wilden ze hem doden.

^p24

### 5. Kracht vinden in Gods bewezen trouw

*10:29 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h5*

Wat betekent het om jezelf te sterken in de Heere? Paulus zei tegen ons in Efeze 6:

^p25

> Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.
>
> — Efeze 6:10

^p26

Hoe ben je sterk in de Heere? Wat betekent het om jezelf te sterken in de Heere?

^p27

We weten niet of David bij deze gelegenheid een psalm heeft geschreven. Maar hij heeft wel bij een bepaalde gelegenheid een psalm geschreven die misschien antwoord geeft op die specifieke vraag. Ik weet niet of dit de gelegenheid was waarbij hij die schreef. Sterker nog, ik weet niet eens meer wat het opschrift van die psalm is, als er bij deze psalm een opschrift staat. Het is Psalm 27. Het is gewoon een psalm van David. Er staat niet wanneer hij die schreef.

^p28

Maar deze psalm geeft ons volgens mij enig idee van wat het betekent om jezelf te sterken in de Heere. David sterkte zich in de Heere, en dit zal ons enig idee geven van wat er in hem omging. Ik denk dat hij, ook als hij deze psalm toen niet schreef, hier in elk geval over de Heere spreekt als zijn kracht. En hij geeft redenen waarom hij sterk is in de Heere.

^p29

Psalm 27:1 zegt:

^p30

> Een psalm van David. De HEERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen? De HEERE is mijn levenskracht, voor wie zou ik angst hebben?
>
> — Psalmen 27:1

^p31

En kijk dan eens naar het laatste vers, vers 14:

^p32

> Wacht op de HEERE, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op de HEERE.
>
> — Psalmen 27:14

^p33

Deze psalm begint met de woorden:

^p34

De Heer is de kracht van mijn leven, en eindigt met de woorden:

^p35

Als je op de Heer wacht, zal Hij je moed geven.

^p36

Er wordt ons verteld dat David zich sterkte in de Heere. Ik dacht eens na over deze psalm in verband met precies die uitspraak in 1 Samuel 30:6, waar staat:

^p37

> David werd zeer benauwd, want het volk sprak erover hem te stenigen. De zielen van het hele volk waren namelijk verbitterd, ieder over zijn zonen en over zijn dochters. David echter sterkte zich in de HEERE, zijn God.
>
> — 1 Samuel 30:6

^p38

Ik vroeg me af: wat betekent dat? Ik kwam bij deze psalm terecht en besefte dat die antwoord lijkt te geven op de vraag hoe David zich sterkte in de Heere. Kijk er maar eens naar. Aan het begin zegt hij:

^p39

> [1] Een psalm van David. De HEERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen? De HEERE is mijn levenskracht, voor wie zou ik angst hebben? [2] Toen kwaaddoeners op mij afkwamen, om mij levend te verslinden — mijn tegenstanders en mijn vijanden — struikelden zij zelf en vielen. [3] Al belegerde mij een leger, mijn hart zou niet vrezen; al brak er een oorlog tegen mij uit, toch vertrouw ik hierop.
>
> — Psalmen 27:1-3

^p40

Hier heeft hij het over zijn vertrouwen op God. Geloof en vertrouwen zijn eigenlijk hetzelfde. Hij zei:

^p41

Ik blijf vertrouwen houden, zelfs als er een vijandelijk leger op me afkomt.

^p42

Waarom? Omdat ik eerder heb gezien dat God mij bevrijdde.

^p43

Met andere woorden, in vers 2 heeft hij het over een ervaring uit het verleden waarin God hem bevrijdde. In vers 3 spreekt hij zijn vertrouwen uit dat God hem in de toekomst zal bevrijden.

^p44

Vertrouwen op God speelt duidelijk een grote rol bij het zich sterken in de Heere. Hij had reden om op God te vertrouwen, omdat God Zich eerder trouw had getoond. David bracht hetzelfde tot uitdrukking toen hij tegenover Goliath kwam te staan. Hij had nog nooit tegenover een reus gestaan, maar wel tegenover een leeuw en een beer. Hij zei:

^p45

> Verder zei David: De HEERE, Die mij uit de klauwen van de leeuw gered heeft en uit de klauwen van de beer, Die zal mij redden uit de hand van deze Filistijn. Toen zei Saul tegen David: Ga heen, de HEERE zij met je!
>
> — 1 Samuel 17:37

^p46

Hij had Gods trouw gezien. Hij had eerder gezien waartoe God in staat was, en hij geloofde dat hij nu diezelfde God diende. Hij kon nieuwe uitdagingen met vertrouwen tegemoetzien, omdat hij Gods trouw bij eerdere uitdagingen niet vergat.

^p47

### 6. Gemeenschap met God en aanbidding

*14:42 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h6*

Het vertrouwen dat hij op de Heere had, was het eerste onderdeel van zijn zich sterken in de Heere. Je zou kunnen denken dat dat alles was, maar er is meer. In vers 4 zegt hij:

^p48

> [4] Eén ding heb ik van de HEERE verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van de HEERE, al de dagen van mijn leven, om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel. [5] Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut op de dag van het onheil. Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent, Hij plaatst mij hoog op een rots.
>
> — Psalmen 27:4-5

^p49

Dan verder naar vers 6:

^p50

> Nu heft mijn hoofd zich omhoog boven mijn vijanden, die mij omringen. Ik zal in Zijn tent offers brengen onder geschal van trompetten; ik zal zingen, ja, ik zal psalmen zingen voor de HEERE.
>
> — Psalmen 27:6

^p51

Hier heeft hij het over aanbidding en zijn gemeenschap met God: zijn wonen in het huis van de Heere, zijn nadenken over God, zijn aanschouwen van de schoonheid van de Heere daar, en het brengen van zijn offers. Dit spreekt niet alleen van zijn vertrouwen op de Heere, maar ook van zijn gemeenschap met de Heere, zijn contact met de Heere. Hij heeft een persoonlijke relatie. Hij heeft persoonlijke gemeenschap. Op die plaats van gemeenschap zou hij natuurlijk kracht ontvangen, terwijl hij over de Heere nadenkt en Hem aanbidt in Zijn tempel. Hij heeft vertrouwen op de Heere, en hij heeft ook gemeenschap met de Heere. Die twee dingen maken deel uit van wat hem sterkt in de Heere.

^p52

In vers 7 staat:

^p53

> [7] Hoor, HEERE, mijn stem als ik roep; wees mij genadig en antwoord mij. [8] Mijn hart zegt tegen U wat U Zelf zegt : Zoek Mijn aangezicht. Ik zóek Uw aangezicht, HEERE, [9] verberg Uw aangezicht niet voor mij. Wijs Uw dienaar niet af in toorn, U bent mijn hulp geweest; laat mij niet in de steek en verlaat mij niet, o God van mijn heil. [10] Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar de HEERE zal mij aannemen.
>
> — Psalmen 27:7-10

^p54

Daar spreekt hij, net als eerder, zijn vertrouwen uit. Dan vers 11:

^p55

> [11] HEERE, leer mij Uw weg, leid mij op een geëffend pad omwille van mijn belagers. [12] Geef mij niet over aan de begeerte van mijn tegenstanders, want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan en mensen die briesen van geweld. [13] Als ik toch niet had geloofd dat ik de goedheid van de HEERE zou zien in het land van de levenden, ik was vergaan .
>
> — Psalmen 27:11-13

^p56

### 7. Hopen op God en wachten op Zijn beloften

*17:17 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h7*

Dit is het derde:

^p57

Ik geloofde dat ik de goedheid van de Heer zou zien terwijl ik nog leefde.

^p58

Dat is zijn hoop op God. Hoop en geloof zijn niet precies hetzelfde. Geloof betekent dat je vertrouwen hebt op God Zelf. Hoop is dat je hoopt op een uitkomst die God je heeft beloofd. Hopen op de Heere, geloven dat hij de goedheid van de Heere zou zien in het land van de levenden, dat behoedde hem ervoor de moed te verliezen. Hij sterkte zichzelf. Hij zou de moed hebben verloren als hij niet had geloofd dat er hoop was op iets beters dat God hem had beloofd.

^p59

Hij zegt in vers 14:

^p60

> Wacht op de HEERE, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op de HEERE.
>
> — Psalmen 27:14

^p61

Dit wachten op de Heere is eigenlijk hopen op de Heere. Dit laatste vers is in feite precies hetzelfde als het laatste vers van Psalm 31, op één afwijkende regel na. Het laatste vers van Psalm 27 zegt:

^p62

> Wacht op de HEERE, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op de HEERE.
>
> — Psalmen 27:14

^p63

Het laatste vers van Psalm 31 zegt:

^p64

> Wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken, u allen die op de HEERE hoopt!
>
> — Psalmen 31:25

^p65

Dat staat aan het einde van Psalm 27 en in dit vers. Het verschil is dat Psalm 27 zegt:

^p66

> Wacht op de HEERE.
>
> — Psalmen 27:14

^p67

En Psalm 31 zegt:

^p68

> Hoop op de HEERE.
>
> — Psalmen 31:25

^p69

Hopen op de Heere en wachten op de Heere zijn hetzelfde. De grondgedachte van wachten op God is dat God een belofte heeft gedaan die nog niet is vervuld. Je wacht tot je die werkelijkheid ziet worden. Je moet dus geduldig wachten en op God hopen voor dat toekomstige gebeuren.

^p70

David versterkte zich in de Heere. Ik geloof dat dit betekent dat hij op God vertrouwde, dat hij gemeenschap met God had en dat hij op God hoopte. God had hem beloften gedaan die nog niet waren uitgekomen. Zijn hoop was erop gericht dat die in de toekomst werkelijkheid zouden worden. Dat is ongetwijfeld wat het betekent dat hij zich versterkte in de Heere, zijn God. Hij zei:

^p71

> Een psalm van David. De HEERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen? De HEERE is mijn levenskracht, voor wie zou ik angst hebben?
>
> — Psalmen 27:1

^p72

God zal je hart versterken als je op de Heere wacht.

^p73

### 8. David raadpleegt God vóór de achtervolging

*19:46 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h8*

David zei in hoofdstuk 30, vers 7 tegen Abjathar, de priester, de zoon van Achimelech:

^p74

> En David zei tegen de priester Abjathar, de zoon van Achimelech: Breng mij toch de efod. En Abjathar bracht de efod bij David.
>
> — 1 Samuel 30:7

^p75

Dat zou natuurlijk het middel zijn waarmee hij de Heere zou raadplegen.

^p76

> Toen raadpleegde David de HEERE en zei: Zal ik deze bende achtervolgen? Zal ik ze inhalen? En Hij zei tegen hem: Achtervolg ze, want u zult ze zeker inhalen, en u zult de gevangenen zeker bevrijden.
>
> — 1 Samuel 30:8

^p77

Je zou kunnen denken dat het nogal voor de hand ligt. Je vrouwen en kinderen zijn ontvoerd. Je hebt een leger. Natuurlijk ga je de achtervolging inzetten en je gezin redden. Waarom zou je dat niet doen? Maar David had op dit moment misschien het gevoel dat hij in deze moeilijkheden was geraakt doordat hij de Heere niet had geraadpleegd voordat hij handelde. Voor zover wij weten had hij de Heere niet geraadpleegd over de vraag of hij naar Gath moest gaan. En hij had daar een leven van bedrog geleid. Hij bedroog zijn gastheer, die ogenschijnlijk een fatsoenlijke man was, hem vertrouwde, een goede dunk van hem had en bereid was hem een kans te geven, ook al was hij eerder een vijand geweest.

^p78

Achis leek tegenover David een vriendelijke en rechtschapen man te zijn. Toch bedroog David die man de hele tijd over zijn bedoelingen en over aan wie hij trouw was en over alles. Het was een gevolg van die hele list dat David en zijn mannen niet in Ziklag waren toen de Amalekieten kwamen. Misschien begint David te denken: ‘Ik heb de Heere eerder niet geraadpleegd, en daardoor is dit allemaal gebeurd. Natuurlijk is mijn eerste opwelling om deze mannen achterna te gaan en het gezin te redden, maar ik kan het deze keer beter even aan God vragen, want ik ben in de problemen geraakt. Ik heb mijn mannen in de problemen gebracht, mijn gezin in de problemen gebracht, doordat ik dingen niet eerst aan God heb gevraagd.’

^p79

Dus dat doet hij. Je zou denken dat hij hen gewoon in een opwelling achterna zou gaan. Je zou denken dat al zijn mannen al op hun kamelen zouden zitten, klaar om meteen weg te rijden. Maar hij raadpleegt eerst de Heere, en de Heere bevestigt hem dat hij hen allemaal zal terughalen als hij de achtervolging inzet.

^p80

### 9. De achtervolging en bevrijding van de gezinnen

*22:10 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h9*

> [9] David ging op weg , hij en de zeshonderd mannen die bij hem waren; en toen zij bij de beek Besor kwamen, bleven de overgeblevenen achter, [10] maar David achtervolgde hen, hij en vierhonderd mannen; maar tweehonderd mannen, die zó moe waren dat zij de beek Besor niet konden oversteken, bleven achter.
>
> — 1 Samuel 30:9-10

^p81

Ik weet niet precies waarom ze zo vermoeid waren. Ze waren natuurlijk in het kamp van de Filistijnen geweest, en toen kwamen ze terug. Ik weet niet of ze de hele nacht hadden gemarcheerd, slaap hadden gemist of wat dan ook. Maar ze hadden niet allemaal genoeg energie om de Amalekieten achterna te gaan, zoals de anderen deden. Dus bleven er tweehonderd achter om te waken over de spullen die ze niet mee konden nemen.

^p82

> [11] Zij vonden een Egyptische man in het veld en brachten hem bij David. Zij gaven hem brood en hij at, en zij gaven hem water te drinken; [12] zij gaven hem ook een stuk van een klomp vijgen en twee rozijnenkoeken. Hij at en zijn geest kwam in hem terug; want hij had drie dagen en nachten geen voedsel tot zich genomen of water gedronken. [13] Daarna zei David tegen hem: Van wie bent u? En waar komt u vandaan? Toen zei de Egyptische jongen: Ik ben de slaaf van een Amalekitische man, maar mijn heer heeft mij achtergelaten, omdat ik drie dagen geleden ziek geworden ben.
>
> — 1 Samuel 30:11-13

^p83

Blijkbaar had zijn meester deze man zonder eten of water in de woestijn achtergelaten om te sterven. Hij was een slaaf, een dienaar die waarschijnlijk bij een overval van de Amalekieten gevangengenomen was. Hij werd dus achtergelaten als een waardeloos bezit, een Egyptische slaaf. Maar drie dagen vasten was blijkbaar goed voor hem geweest. Zijn ziekte was blijkbaar overgegaan en hij was hersteld. Hij had drie dagen niet gegeten of gedronken, en dat kan je lichaam vaak reinigen als er schadelijke dingen in zitten. Soms kan het je genezen. Maar nu hij hersteld was en zij hem te eten hadden gegeven, kon hij hun als gids dienen, zo blijkt. Hij vertelt hun:

^p84

> Wij hadden een inval gedaan in het Zuiderland van de Cherethieten, dat aan Juda toebehoort, en in het Zuiderland van Kaleb; en wij hebben Ziklag met vuur verbrand.
>
> — 1 Samuel 30:14

^p85

Toen zei David tegen hem:

^p86

> Toen zei David tegen hem: Kun je mij naar deze bende brengen? Hij zei: Zweer mij bij God dat u mij niet zult doden en dat u mij niet zult overleveren in de hand van mijn heer! Dan zal ik u naar deze bende brengen.
>
> — 1 Samuel 30:15

^p87

En hij zei:

^p88

Zweer me bij God dat je me niet zult doden of aan mijn meester zult uitleveren, dan breng ik je naar die troep.

^p89

De man was nu een vrij man. Hij was een slaaf geweest, waarschijnlijk ooit gevangengenomen bij een overval op Egypte. Zo was hij als slaaf in gevangenschap terechtgekomen. Maar zijn ziekte had hem uiteindelijk de vrijheid gebracht. Zijn meester had hem afgedankt, en nu hij hersteld is, is hij een vrij man. Hij wil daar niet heen gaan om weer aan zijn meester uitgeleverd te worden. Dus David stemde blijkbaar met hem in.

^p90

> [16] En hij bracht hem erheen, en zie, zij lagen verspreid over het hele gebied, etend, drinkend en feestvierend vanwege heel de grote buit die zij meegenomen hadden uit het land van de Filistijnen en uit het land van Juda. [17] David sloeg op hen in van de schemering tot aan de avond van de volgende dag; er ontkwam niemand van hen, behalve vierhonderd jongemannen, die op kamelen reden en ontvluchtten.
>
> — 1 Samuel 30:16-17

^p91

Hij vocht 's nachts en daarna de hele dag, tot de volgende avond.

^p92

> [18] Zo bevrijdde David alles wat de Amalekieten meegenomen hadden; ook bevrijdde David zijn twee vrouwen. [19] Niemand van hen ontbrak, van de kleinste tot de grootste, tot de zonen en dochters toe, en niets van de buit, ja niets van alles wat zij voor zich meegenomen hadden. David bracht het allemaal terug. [20] David nam ook al de schapen en de runderen mee; zij dreven die voor het eigen vee uit en zeiden: Dit is de buit van David.
>
> — 1 Samuel 30:18-20

^p93

### 10. Een gelijk deel voor strijders en achterblijvers

*26:19 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h10*

> David keerde terug naar de tweehonderd mannen die door uitputting niet verder hadden kunnen meegaan en bij de beek Besor waren achtergebleven. Zij kwamen hem en zijn gezelschap tegemoet. David begroette hen toen hij dichterbij kwam. Daarop namen de slechte, minderwaardige mannen uit zijn gezelschap het woord.
>
> — 1 Samuel 30:21-22a

^p94

Er zijn mensen aan Davids kant die zo worden beschreven. Ze waren niet allemaal geweldig. Geweldige strijders misschien, maar sommigen waren slechte mannen met een laag karakter.

^p95

> Toen namen alle slechte en verdorven mannen onder de mannen die met David meegetrokken waren, het woord en zeiden: Omdat zij niet met ons opgetrokken zijn, zullen wij hun niets geven van de buit die wij gered hebben, maar aan ieder alleen zijn vrouw en zijn kinderen. Laten zij die meevoeren en weggaan.
>
> — 1 Samuel 30:22

^p96

Dus de mannen die deze strijd daadwerkelijk hadden gevoerd, en die waarschijnlijk ook uitgeput waren toen ze bij die beek aankwamen, koesterden wrok tegen de tweehonderd mannen die vonden dat ze te moe waren om verder te gaan. David had hen destijds gewoon laten blijven en was verdergegaan, omdat ze haast hadden om hun bestemming te bereiken. Nu moest hij deze onenigheid aanpakken. Die was ontstaan doordat de mannen die de strijd hadden gevoerd, vonden dat de achterblijvers zich er als slappelingen van af hadden gemaakt. Zij krijgen niets van de buit. Sterker nog, ze zouden niet eens meer bij ons mogen blijven. Zo boos waren ze op hen. Laat ze gaan. Laat ze bij ons weggaan.

^p97

> [23] Maar David zei: Zo moeten jullie niet doen, mijn broeders, met wat de HEERE ons gegeven heeft. Hij heeft ons bewaard en heeft de bende die op ons afkwam, in onze hand gegeven. [24] Wie zou in deze zaak naar u luisteren? Want zoals het deel is van hen die mee ten strijde getrokken zijn, zo zal ook het deel zijn van hen die bij de bagage gebleven zijn; zij moeten samen delen. [25] En dit is van die dag af en voortaan zo geweest; want hij heeft het tot een verordening en bepaling ingesteld in Israël, tot op deze dag.
>
> — 1 Samuel 30:23-25

^p98

De inzetting was dat degenen die daadwerkelijk het heetst van de strijd ingaan en degenen die het kamp bewaken, het beveiligen en bij de spullen blijven, een gelijk deel van de buit krijgen. Misschien is dat een beginsel dat God ook hanteert, want niet iedereen wordt geroepen om naar het zendingsveld te gaan. Niet iedereen wordt geroepen om in de bediening van het Woord te staan, als evangelist of leraar of voorganger of wat dan ook. Sommigen worden daartoe geroepen, en in zekere zin zou je kunnen zeggen dat zij aan de frontlinie staan en de vijand bestrijden.

^p99

Maar degenen die de thuisbasis draaiende houden, die niet noodzakelijk geroepen zijn om die dingen te doen, zijn niet minder trouw aan God dan degenen die eropuit trekken om te prediken. Als je trouw bent aan de taak die God je gegeven heeft, is het niet jouw schuld dat God niet iedereen dezelfde taak gegeven heeft. Wat je ook doet dat God je te doen geeft, je verdient dezelfde beloning als de zendeling die eropuit trekt en door kannibalen wordt gekookt, want hij doet waartoe God hem geroepen heeft. Iedereen heeft een andere rol in de strijd, en iedereen zal blijkbaar een gelijk deel van de buit krijgen, tenminste als ze trouw zijn geweest, wanneer het allemaal voorbij is.

^p100

Dit werd een verordening in Israël die nog gold in de tijd waarin de schrijver leefde.

^p101

### 11. David deelt zijn buit met de oudsten van Juda

*29:42 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h11*

> Toen David in Ziklag kwam, stuurde hij een deel van de buit aan de oudsten van Juda, zijn vrienden, en zei: Zie, een geschenk voor u, van de buit van de vijanden van de HEERE.
>
> — 1 Samuel 30:26

^p102

De mannen van Juda waren zijn landgenoten, zijn stamgenoten, hoewel veel van de mannen die bij hem waren, zijn medestrijders, Benjaminieten en Manassieten waren en anderen die niet tot zijn stam behoorden. Hij probeerde vrede te sluiten, vooral met zijn eigen stam, die tot op dat moment aan de kant van Saul had gevochten. Israël en Juda vormden onder Saul één volk, en dus waren de mensen van Juda strikt genomen ook Davids vijanden geweest, zolang Saul over hen regeerde. Maar Saul zou binnenkort dood zijn. Ik weet niet of David dit besefte of niet, maar hij begon bruggen te slaan tussen zichzelf en zijn landgenoten. Dat ging gemakkelijker met de mensen van zijn eigen stam dan met mensen van een andere stam, omdat er doorgaans zulke rivaliteiten tussen de stammen van de Israëlieten bestonden.

^p103

Nadat Saul gestorven was, waren de mannen van Juda de eersten die naar hem toe kwamen en hem vroegen hun koning te worden. Hij regeerde dus in feite al enkele jaren over Juda voordat de rest van Israël David uitnodigde om over hen te regeren. Hij begint die bruggen nu te slaan. Hij neemt een deel van de buit die hij van de Amalekieten heeft gekregen en stuurt die naar de leiders van de stam Juda om vrede met hen te sluiten.

^p104

> [27] Het werd gegeven aan die in Bethel, aan die in Ramoth in het Zuiderland, en aan die in Jatthir; [28] en aan die in Aroër, aan die in Sifmoth en aan die in Estemoa; [29] en aan die in Rachel, aan die in de steden van de Jerahmeëlieten en aan die in de steden van de Kenieten; [30] en aan die in Horma, aan die in Bor-Asan en aan die in Atach;
>
> — 1 Samuel 30:27-30

^p105

Dit zijn steden waarover we nooit meer lezen. Ik ben er niet aan gewend die namen uit te spreken en correct te lezen.

^p106

> en aan die in Hebron en al de plaatsen waar David geweest was, hij en zijn mannen.
>
> — 1 Samuel 30:31

^p107

Blijkbaar bevond David zich voornamelijk in het gebied van Juda toen hij nog in het land was, voordat hij onder de Filistijnen verkeerde, en toen hij voor Saul op de vlucht was. Hij stuurt hun dus een beloning, een bedankje omdat ze hem in hun gebied hadden laten verblijven toen Saul hem achtervolgde, hoewel sommigen van hen hem waarschijnlijk niet trouw waren. En als ze dat wel waren, mochten ze dat niet zeggen.

^p108

### 12. De nederlaag van Israël en Sauls laatste strijd

*32:12 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h12*

Dit laatste hoofdstuk is heel kort, en het is het hoofdstuk waarin we het einde van Saul en zijn zonen zien. Het is vooral tragisch omdat Jonathan, een van zijn zonen, samen met hem sterft. We zijn van hem gaan houden omdat hij een dapper, nederig en godvruchtig man is. Maar toen hij met David had kunnen meegaan, bleef hij in plaats daarvan bij Saul. Dat was volgens mij de fout die hij maakte, waardoor zijn leven voortijdig eindigde. Als hij met David was meegegaan, zou hij deze strijd hebben overleefd, en hij zou waarschijnlijk samen met David hebben geregeerd. Dat zou een interessant team zijn geweest. Hij zou onder David hebben geregeerd. Hij zei dat hij de tweede na David zou zijn; dat had hij in gedachten. Maar dat is nooit gebeurd.

^p109

> En de Filistijnen waren in strijd gewikkeld met Israël. De mannen van Israël vluchtten voor de Filistijnen en vielen dodelijk gewond op het gebergte Gilboa.
>
> — 1 Samuel 31:1

^p110

Dat is de strijd in het kort. Ze vochten, en de Israëlieten vielen. Ze vluchtten en vielen als gesneuvelden neer. De Filistijnen versloegen hen dus.

^p111

> [2] De Filistijnen hielden dicht op Saul en zijn zonen aan, en de Filistijnen doodden Jonathan, Abinadab en Malchisua, de zonen van Saul. [3] De strijd tegen Saul werd zwaar: de schutters, de mannen met de boog, troffen hem aan, en hij beefde zeer uit angst voor de schutters.
>
> — 1 Samuel 31:2-3

^p112

De spreker gaat hier uit van een vertaling waarin Saul ernstig gewond raakt door de boogschutters. De hierboven weergegeven HSV spreekt over zijn angst voor de schutters.

^p113

Saul was volgens die vertaling dus gewond, maar niet gedood.

^p114

Hij had zijn zonen zien vallen. Nu staken er pijlen uit zijn lichaam. Hij is een grote man. Hij kon het met een paar pijlen in zijn lichaam nog wel een tijdje volhouden. Hij zou uiteindelijk sterven, maar misschien niet snel genoeg. Natuurlijk zouden zijn vijanden, naar de gewoonte van die tijd, de spot met hem drijven als hij gewond gevangengenomen werd, en ze zouden hem niet zo goed behandelen. Voordat ze hem doodden, zouden ze hem waarschijnlijk martelen of hem stuk voor stuk zijn ledematen afhakken, of iets dergelijks. Ze waren immers al heel lang vijanden, en de mensen waren barbaars in die dagen, vooral in oorlogen. Oorlogen werden op een barbaarse manier gevoerd.

^p115

Hij was dus gewond en werd door de Filistijnen achtervolgd.

^p116

> [4] Toen zei Saul tegen zijn wapendrager: Trek uw zwaard en doorsteek mij daarmee. Anders komen deze onbesnedenen, doorsteken zij mij en drijven zij de spot met mij. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij was zeer bevreesd. Toen nam Saul het zwaard en liet zich erin vallen. [5] Toen zijn wapendrager zag dat Saul dood was, liet ook hij zich in zijn zwaard vallen en stierf hij met hem.
>
> — 1 Samuel 31:4-5

^p117

### 13. Sauls dood en de Filistijnse gebiedswinst

*35:07 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h13*

Hier hebben we dus Sauls dood door zelfmoord. Natuurlijk krijgen we in 2 Samuel hoofdstuk 1 een ander verslag van zijn dood te horen, dat hier niet helemaal mee overeenstemt. Ik had waarschijnlijk in de zelfstudievragen de opdracht moeten opnemen dat jullie die tegenstrijdigheid voor me oplossen. Ik denk dat ik weet hoe die opgelost kan worden, maar ik dacht gewoon dat jullie er misschien zelf ook wat werk aan zouden moeten doen.

^p118

We treffen Saul gewond aan, en zijn wapendrager is bang om hem te doden. Dus doodt Saul zichzelf. Hij valt in zijn zwaard en is dood. De wapendrager ziet dat hij dood is en doodt ook zichzelf. Maar in het volgende hoofdstuk lezen we dat David, die op nieuws over de strijd wacht, een boodschapper ontvangt. Het is zowaar een Amalekiet, die beweert dat hij Saul heeft gedood. Bedenk dat 1 en 2 Samuel oorspronkelijk één boek waren, dus hoofdstuk 1 van 2 Samuel is gewoon hoofdstuk 32 van 1 Samuel. Maar wat die boodschapper zegt, komt niet overeen met wat we hier lezen. We zullen dat bespreken wanneer we bij dat hoofdstuk komen.

^p119

Dus Saul is dood en zijn wapendrager is dood. Zijn zonen zijn dood.

^p120

> Zo stierven Saul, zijn drie zonen, zijn wapendrager, en al zijn mannen tegelijk op die dag.
>
> — 1 Samuel 31:6

^p121

Precies zoals Samuel had voorspeld toen hij in Endor aan Saul verscheen.

^p122

> Toen de mannen van Israël die aan de overkant van het dal en aan de overzijde van de Jordaan waren, zagen dat de mannen van Israël gevlucht waren en dat Saul en zijn zonen dood waren, verlieten zij de steden en vluchtten. Daarna kwamen de Filistijnen en gingen er wonen.
>
> — 1 Samuel 31:7

^p123

Dus veel van de steden waar de Israëlieten hadden gewoond, werden door de Filistijnen overgenomen. De Filistijnen wonnen bij deze gelegenheid terrein in Israël. En zo stond het ervoor toen David koning werd. De Filistijnen bezetten een groter deel van Israël dan ooit tevoren. En David had vervolgens als koning de taak om hen te verdrijven. Ik vraag me af hoe Achis daarop reageerde.

^p124

### 14. Jabes eert Saul en David rouwt om hem

*37:22 — https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#h14*

> [8] En het gebeurde de volgende dag, toen de Filistijnen kwamen om de gesneuvelden te plunderen, dat zij Saul en zijn drie zonen vonden, liggend op het gebergte Gilboa. [9] Zij hakten zijn hoofd af en trokken hem zijn wapenrusting uit, en zij stuurden die rond in het land van de Filistijnen, om de boodschap te brengen in het huis van hun afgoden en aan het volk.
>
> — 1 Samuel 31:8-9

^p125

Dat was omdat ze hun goden wilden prijzen omdat die hun de overwinning op Jahweh en Zijn volk hadden gegeven.

^p126

> [10] Zij legden zijn wapenrusting in het huis van Astarte en zijn lichaam staken zij vast aan de muur van Beth-San. [11] Toen de inwoners van Jabes in Gilead erover hoorden wat de Filistijnen met Saul gedaan hadden, [12] stonden alle strijdbare mannen op. Zij liepen de hele nacht door en namen het lichaam van Saul en de lichamen van zijn zonen weg van de muur van Beth-San. Zij kwamen in Jabes en verbrandden ze daar. [13] Zij namen hun beenderen en begroeven die onder het geboomte bij Jabes, en zij vastten zeven dagen.
>
> — 1 Samuel 31:10-13

^p127

Die mannen van Jabes in Gilead, weet je nog wie dat waren? Dat zijn degenen die Saul aan het begin van zijn regering had gered. Zij waren degenen tegen wie de Ammonieten waren opgetrokken en tegen wie ze hadden gezegd:

^p128

> Maar Nahas, de Ammoniet, zei tegen hen: Op deze voorwaarde zal ik een verbond met u sluiten, dat ik bij u allen het rechteroog uitsteek. Zo zal ik schande over heel Israël brengen.
>
> — 1 Samuel 11:2

^p129

En ze hadden boodschappers uitgezonden om hulp te vragen, en Saul was hun te hulp gekomen. Dat was de eerste daad van leiderschap die Saul ooit verrichtte nadat hij tot koning was gezalfd.

^p130

En dus vergaten deze mannen die weldaad niet. Saul was hun redder geweest. En toen zijn lichaam dus op deze onwaardige manier werd tentoongesteld, haalden zij het lichaam weg. Er staat dat de dappere mannen de hele nacht reisden om daarheen te gaan en het op te halen. Ze namen dus een risico. Maar Jabes in Gilead lag aan de overkant van de rivier. Het werd niet door de Filistijnen bedreigd. Gibea wel. En dus begaven ze zich werkelijk in gevaar om Sauls dode lichaam te gaan redden, alleen maar om het een waardig einde te geven.

^p131

Ze gaven het geen gewone begrafenis, misschien omdat het onthoofd was, enzovoort. Ze vonden eenvoudigweg dat ze het beste het lijk konden verbranden en daarna de beenderen begraven, de beenderen een begrafenis geven. Hoe dan ook, David prees deze mannen later omdat ze dit soort moed hadden getoond om koning Saul eer te bewijzen.

^p132

Je zou kunnen denken dat David zich zou verheugen wanneer hij hoorde dat Saul gestorven was. Dat was echt niet Davids reactie, zoals we in het volgende hoofdstuk ontdekken, aan het begin van 2 Samuel. David rouwde en huilde om Saul en vooral om Jonathan, die een goede vriend was geweest. Maar hij prees ook de mannen van Jabes in Gilead omdat ze goedheid hadden bewezen aan Sauls lichaam. En David maakte heel duidelijk dat hij geen vijandigheid tegenover Saul koesterde.

^p133

Davids reactie op dit alles is één van de dingen waardoor het volk Israël David ging waarderen en hem als de nieuwe koning aanvaardde. Ze zagen dat hij niet probeerde zijn opkomst zelf door te drukken. Hij was niet blij dat zijn rivaal dood was. Hij had beslist een zuiver hart in deze hele zaak, hoewel hij door onrecht zwaar op de proef was gesteld.

^p134

Maar hiermee komen we aan het einde van 1 Samuel. Hierna gaan we verder met 2 Samuel.

^p135

## Bijbelteksten in deze lezing

- [1 Samuel 29:1-2](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-29-1-2)
- [1 Samuel 29:3-4](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-29-3-4)
- [1 Samuel 29:5](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-29-5)
- [1 Samuel 21:11](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-21-11)
- [1 Samuel 29:6-8](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-29-6-8)
- [1 Samuel 29:9-11](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-29-9-11)
- [1 Samuel 30:1-2](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-1-2)
- [1 Samuel 30:3-5](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-3-5)
- [1 Samuel 30:6](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-6)
- [Efeze 6:10](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#efeze-6-10)
- [Psalmen 27:1](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#psalmen-27-1)
- [Psalmen 27:14](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#psalmen-27-14)
- [Psalmen 27:1-3](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#psalmen-27-1-3)
- [1 Samuel 17:37](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-17-37)
- [Psalmen 27:4-5](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#psalmen-27-4-5)
- [Psalmen 27:6](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#psalmen-27-6)
- [Psalmen 27:7-10](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#psalmen-27-7-10)
- [Psalmen 27:11-13](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#psalmen-27-11-13)
- [Psalmen 31:25](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#psalmen-31-25)
- [1 Samuel 30:7](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-7)
- [1 Samuel 30:8](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-8)
- [1 Samuel 30:9-10](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-9-10)
- [1 Samuel 30:11-13](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-11-13)
- [1 Samuel 30:14](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-14)
- [1 Samuel 30:15](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-15)
- [1 Samuel 30:16-17](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-16-17)
- [1 Samuel 30:18-20](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-18-20)
- [1 Samuel 30:21-22a](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-21-22a)
- [1 Samuel 30:22](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-22)
- [1 Samuel 30:23-25](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-23-25)
- [1 Samuel 30:26](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-26)
- [1 Samuel 30:27-30](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-27-30)
- [1 Samuel 30:31](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-30-31)
- [1 Samuel 31:1](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-31-1)
- [1 Samuel 31:2-3](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-31-2-3)
- [1 Samuel 31:4-5](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-31-4-5)
- [1 Samuel 31:6](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-31-6)
- [1 Samuel 31:7](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-31-7)
- [1 Samuel 31:8-9](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-31-8-9)
- [1 Samuel 31:10-13](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-31-10-13)
- [1 Samuel 11:2](https://versvoorvers.org/1-samuel/29-31#1-samuel-11-2)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.